HOOFDSTUK 1. ALGEMENE REISINFORMATIE

Reizen - Verblijf en accomodatie - Eten en drinken - Problemen - Allerlei



1.1 Reizen

Naar Engeland - Auto - Trein - Bus - Liften

Naar Engeland varen?

De vakantie begint al met de vraag: hoe steek ik het Kanaal over?

Voor wie met de auto wil reizen komen alleen de veerdiensten in aanmerking, zolang de Kanaaltunnel nog niet gereed is. De keuze voor een bepaalde overtocht wordt dan voornamelijk bepaald door de eigen woonplaats en de plaats van bestemming in Engeland, nog los van de prijs van de overtocht. Er bestaat namelijk een flinke concurrentie tussen de ondernemingen. Het Brits Verkeersbureau geeft, in samenwerking met het Iers Verkeersbureau, jaarlijks een gratis overzichtje uit waarin alle veerdiensten staan vermeld.

Voetreizigers hebben meer mogelijkheden. Je kunt kiezen uit een trein - boot of een bus - boot verbinding. Voor de treinreizigers zijn eigenlijk alleen de oversteken Hoek van Holland - Harwich en Oostende - Dover interessant. Dit zijn namelijk de enige officiële boot-trein aansluitingen. De overige bootdiensten zijn soms niet even gemakkelijk met openbaar vervoer te bereiken, bij enkele moet je zelfs extra betalen voor een aansluitende bus die je naar een station brengt. Vooral voor jongeren is de trein een goed alternatief; tot 26 jaar heb je gereduceerde tarieven.

De laatste jaren is de bus sterk in opmars met zeer scherpe prijzen. Momenteel bestaat er een dagelijkse busverbinding Amsterdam-London, met opstapplaatsen in Den Haag, Rotterdam, Breda en Antwerpen, en een verbinding Brussel - London, met een opstapplaats in Mons. In de zomer zelfs een nachtdienst. Deze laatste maakt gebruik van het veer Zeebrugge - Dover, de dagdienst neemt de hovercraft van Calais naar Dover. Nieuw is een busdienst die gebruik maakt van de snelle Jetfoil (Oostende - London), wat een aardige tijdwinst oplevert. In London komen de bussen aan op Victoria Coach Station, alwaar bussen naar nagenoeg elke grote plaats in Engeland vertrekken.

Te denken valt ook aan het vliegtuig. De prijs van een retour Schiphol-London komt de laatste jaren steeds meer in de richting van retourtje met de boot. Naar Schotland is het vliegtuig ook aantrekkelijk: een direkte vlucht naar Glasgow of Edinburgh scheelt een stuk reizen over het land.

Mijn eigen favoriete overtocht is de nachtboot van Hoek van Holland naar Harwich, met name op de terugweg. De reis duurt lang genoeg om een redelijk aantal uren slaap te halen, zodat je 's ochtends in alle vroegte uitgerust aan de overkant staat. De lange bootreis is op die manier geen verloren tijd. Een paar jaar geleden wist ik het zelfs te presteren om op maandagochtend zo van de nachtboot met een ongeschoren kop op het werk aan te komen.....



Aan de overkant verder...

Auto

De meesten zullen niet gelijk aan de overkant van de plas de rugzak om gooien, maar verder reizen.

Een autobezitter kan de reis eenvoudig voortzetten, zij het aan de andere zijde van de weg. De meeste mensen die ik ken hebben met het links rijden weinig problemen. De meeste dingen spreken voor zich, bijvoorbeeld dat het verkeer op rotondes andersom draait, namelijk met de klok mee.

De momenten waarop je geneigd bent de verkeerde weghelft te kiezen komen vooral voor bij het de weg op draaien aan het begin van de dag of vanaf een parkeerplaats of uitrit. Daarnaast moet je bij het rijden op smalle landweggetjes extra goed opgeletten. Omdat ze zo smal zijn missen deze wegen de middenstrepen, waardoor je dus steeds min of meer midden op de weg rijdt. Bij een plotselinge konfrontatie met een tegenligger zullen velen geneigd zijn om in een reflex de rechterweghelft op te zoeken. Aangezien de lokale bevolking op deze weggetjes vaak hard rijdt kan dit zeer gevaarlijke situaties opleveren.

Op de motorways, de snelwegen aangeduid met de letter M, is een rechterzijspiegel onontbeerlijk. Voor meer informatie over autorijden in Engeland en afwijkende verkeersregels verwijs ik naar andere bronnen, o.a. het handboek van de ANWB.

Trein

De trein in Engeland is een verhaal apart. Het eens zo mooie dichte spoornet uit de vorige eeuw is in de loop der tijd bij stukjes en beetjes gesloten. Had rond 1900 vrijwel elke plaats van enige omvang een station, nu resten nog slechts de grote doorgaande lijnen. Kleinere nog bestaande spoorverbindingen hebben vaak een weinig frekwente dienstregeling en worden soms in hun voortbestaan bedreigd. De bussen in Engeland vormen een sterke concurrent, want de trein is behoorlijk duur.

Wat British Rail te bieden heeft is een vrijwel geheel op London gericht spoornet met goede en snelle intercity-verbindingen van en naar alle uithoeken van het land. Om bijvoorbeeld snel en komfortabel van London naar Cornwall of Schotland te komen is de trein een goed alternatief. Dwarsverbindingen zijn echt problematisch en duren vaak veel langer dan je op grond van de hemelsbrede afstand zou verwachten. Een uitzondering vormen de grote steden en hun omgeving. Met name de agglomeraties van London en Glasgow hebbben een goed spoornet, vergelijkbaar met Nederland.

Voor echte treinliefhebbers bestaat er de BritRail Pass: onbeperkt reizen op alle lijnen van het Britse spoornet. Naar keuze 4, 8, 15, 22 dagen pof een maand geldig. In 1988 kostte de Pass ¦206,- voor 4 dagen; ¦ # voor een maand.

Bus

In tegenstelling tot ons eigen land is de bus in Engeland een volwaardige concurrent van de trein. Voor de lange afstand zijn er de lijndiensten van de National Express en Scottish Citylink, die vrijwel alle grote plaatsen bedienen. Aantrekkelijk is de zogenaamde Britexpress Card (¦ 20,- in 1988), die éénderde korting geeft op alle lijnen van beide maatschappijen en 30 dagen geldig is.

Uiteraard bestaan er vele lokale busmaatschappijen voor het lokale vervoer, ook met vaak handige sneldiensten. Voor wie op een goedkope manier een aardige afstand wil afleggen, wijs ik nog even op het bestaan van het Wanderbus-ticket, een kaartje voor ± £# (prijs 1989) waarmee je een dag lang onbeperkt van alle normale buslijnen gebruik mag maken. Als je alle tijd hebt kan dat zeer amusant zijn.

In de afgelegen gebieden van Schotland rijden postbussen, één of twee keer per dag. Informatie over openbaar vervoer in de Schotse hooglanden vind je in een jaarlijkse uitgave van de Highlands and Islands Development Board: "Getting around the Highlands & Islands".

Liften

Maar Engeland wordt helaas steeds meer het land van de auto's. Veel Engelsen vinden een auto vaak belangrijker dan een goed huis. Voor een voetreiziger is een snelle manier van reizen dan ook liften. Groot-Brittanië staat onder lifters bekend als een goed lift-land. Over het algemeen zijn het jongeren die gaan liften, hoewel je in Engeland niet gek moet opkijken als je ook oudere mensen ziet liften. Omdat ik over een ruime ervaring kan bogen op dit punt, kan ik niet nalaten er wat meer over te schrijven. Liften is namelijk dé manier om met de plaatselijke bevolking in kontakt te komen. Je kunt van allerlei soorten mensen liften verwachten. Het ene moment zit je achterin het bestelautootje van een loodgieter, het andere moment in een snelle bak van een rijke zakenman. Een paar tips.

Als je over de motorways lift blijken de service stations (parkeerplaatsen met voorzieningen) erg handig. De Engelsen liften vrijwel altijd van service station naar service station. In de zomer kan dit soms problemen geven wanneer op een service station een tiental lifters is komen vast te zitten. Voorlopig kun je een lift dan wel vergeten.

Op de snelweg zelf mag je uiteraard niet liften. Om er op te komen ben je aangewezen op de opritten. Deze kruispunten van een snelweg met een andere weg worden junctions genoemd, en zijn genummerd. Let er wel op dat niet alle junctions 'volledig' zijn, sommige hebben alleen afritten, sommige alleen opritten. De enige kaart van heel Engeland waarop service stations, junction-nummers en onvolledige junctions staan aangegeven, is bij mijn weten de "Routeplanner" van Ordnance Survey. Deze kaart wordt jaarlijks herzien.

Minstens zo goed en vaak leuker zijn de A-wegen, tweebaans hoofdwegen, soms zelfs vierbaans. Meestal kun je hier op elk punt aan de weg gaan staan, maar daar waar snel gereden wordt zul je niet gauw een lift krijgen. Veruit de beste liftplaatsen vormen de ontelbare rotondes (roundabouts), waar het verkeer noodgewongen moet afremmen. Ga net iets voorbij de rotonde staan, op de uitvalsweg. Niet zelden tref je er een parkeerhaven, bushalte of vluchtstrook aan.

Wanneer je weinig of geen concurrentie hebt, kan het liften best voorspoedig gaan. Wanneer er meerdere personen staan te liften moet je niet rekenen op de bekende Engelse hoffelijkheid. De cultuur is meestal: 'de automobilisten nemen degene mee die ze mee willen nemen', wat betekent dat er niet netjes op de beurt gewacht wordt. Als er een auto bij je stopt, is de lift voor jou.

Wat dat betreft raad ik ieder aan met een liftbordje te liften. Langs de motorways is het gebruikelijk met een bordje als "M1 north" (wegnummer en richting) te staan. Langs de A-wegen voldoen plaatsnaambordjes het best. In Schotland kun je soms beter zonder bordje liften. Sowieso is het liften in de dunbevolkte gebieden van Schotland heel anders. Het aanbod aan auto's is klein, de afstanden groot. Het normale dilemma welke plaatsnaam je op je bordje moet zetten is hier heel sterk. De grote plaats 150 km verder zorgt ervoor dat de boer die 'maar' 80 km ver gaat je laat staan, de vermelding van het eerstvolgende dorpje doet de vrachtwagen op weg naar de grote plaats besluiten toch maar door te rijden. Liften in Schotland heeft grote ups en downs: vier uur wachten in de regen kàn voorkomen, maar de beloning kan zijn dat je een lift krijgt van meteen 200 km of meer.

Alléén liften gaat uiteraard beter dan met z'n tweeën. Met name vrachtwagens (lorries) zullen nog wel geneigd zijn een eenling mee te nemen, maar twee is al gauw teveel (en officieel verboden in een cabine waar maar plaats is voor één bijrijder). Een lorry zal niet snel stoppen om een lifter mee te nemen, tenzij hij bijna stilstaat. Probeer een lift van ze te vragen op een service station.

Liften in en door London moet je niet proberen. Als je niet in London moet zijn probeer dan de orbital motorway (M25) om London heen te volgen (hoewel lang niet alle junctions volledig zijn, en je op een kruising van snelwegen ook nergens mag en kunt staan). Als je toch door London moet of wilt, laat je dan afzetten bij een metrostation en neem verder de tube. Om London uit te komen neem je eerst de metro naar de buitenwijken of naar het begin van een motorway. Handige liftplaatsen zijn het begin van de M1 (Brents Cross), de M4 (Hammersmith of Chiswick Park), en de A12 (Gants Hill). Tussen haakjes staan de dichtstbijzijnde metrostations van de Londonse Underground.



1.2 Verblijf en accomodatie

Kamperen - Logies -

1.2.1 Kamperen: huis op je rug

Campings - Kamperen bij de boer - Wildkamperen

Voor veel wandelaars geeft de combinatie van wandelen en kamperen de grootste vrijheid die ze zich kunnen bedenken. Je bent vrijwel nergens aan gebonden, vooral wanneer je er niet tegen op ziet met minder voorzieningen genoegen te nemen en te kamperen bij boeren of waar dat kan gewoon in 't wild.

Campings

De Britten hebben een goed netwerk van campings. Zoals je van Engelsen mag verwachten zijn ze over het algemeen netjes en zeer goed verzorgd.

De mooiste lijst van campings die ik ken is het handboek van de Camping & Caravanning Club of Great Britain & Ireland. Naast een beschrijving van hun 77 clubterreinen, bevat het "Handbook and Sites List" een zeer uitgebreid overzicht van ± 2500 zogenaamde listed sites, door de club goedgekeurde kampeerterreinen. Het overzicht wordt elk jaar herzien, en is bij mijn weten alleen verkrijgbaar door lid te worden van de Camping Club. Leden krijgen het boek namelijk elk jaar automatisch toegezonden. Vooral voor mensen die in de vakantie vanuit een vast kamp op een camping de omgeving willen verkennen kan dit handboek nuttig zijn.

Daarnaast worden campinggidsen uitgegeven door onder andere de Automobile Association (AA) en door de ANWB. Deze geven echter een minder volledig overzicht en beperken zich vaak tot een selectie van campings.

Kamperen bij de boer

De kamperende lange-afstandswandelaar zal niet genoeg hebben aan campings. Op het moment dat je ze nodig hebt - wanneer je absoluut geen zin meer hebt om nog maar één stap te doen - zijn er meestal geen campings in de buurt. Wildkamperen, of kamperen bij de boer liggen dan voor de hand.

Officieel is kamperen buiten de kampeerterreinen toegestaan mits men toestemming heeft van de eigenaar. Op het Britse platteland levert dit zelden problemen op. Veel boeren en andere landeigenaars zullen wanneer ze een stukje gras over hebben een kampeerder voor één nacht wel toestemming geven. In bepaalde streken van Engeland, met name in oost Engeland, is de afwezigheid van weiland soms een probleem. In deze akkerbouwgebieden moet je niet gek staan te kijken als een boer totaal geen plekje heeft waar je een tent kan opzetten.

Bekende toeristengebieden vormen ook een uitzondering op de regel. Zo is in het Peak District National Park het kamperen bij de boer aan banden gelegd. Landeigenaars moeten vergunning hebben en mogen dan maximaal tien tenten op hun terrein herbergen. Ook in bepaalde gebieden van het Lake District is voor het toelaten van kampeerders een vergunning nodig.

Bij het kamperen buiten officiële campings denken de meeste mensen aan het kamperen bij de boer. In principe komt echter elke eigenaar van een stuk grond in aanmerking. Kamperen bij mensen in de tuin behoort dan wel tot de uitzonderingen, maar waar velen niet meteen aan zullen denken is het pubkamperen'. Veel inns en pubs op het platteland beschikken vaak over een grasveldje. Aan het verzoek om daarop te mogen kamperen wil men nogal eens voldoen. Bedenk wel dat de kroegbaas meestal verwacht dat je 's avonds een pint bier of iets anders komt nuttigen. Behalve dat de Engelse pub bekend staat om zijn gezelligheid, vind ik deze extra klandizie een prima ruil voor een kampeerplaatsje.

Kamperen met toestemming van een landeigenaar komt in bepaalde streken veel voor. Vooral langs de populaire lange-afstandspaden zul je echt niet de eerste zijn die aan een boer vraagt of je je tentje in een wei mag opzetten. Op sommige plaatsen kom je zelfs bordjes tegen die je uitnodigen aldaar te kamperen. Het mooiste geval kwam ik jaren geleden tegen in Kington langs het Offa's Dyke Path: midden in de stad had een mevrouw een bordje met tenting voor haar raam hangen. In haar achtertuintje vroeg ze ons toen beleefd of we de tent zodanig wilden opzetten dat er nog een bij kon!

Van een aantal bekende lange-afstandspaden worden jaarlijks lijsten van overnachtingsadressen samengesteld, met inbegrip van adressen waar je kunt kamperen, zowel campings als kamperen bij de boer. Adressen van de organisaties die deze lijsten samenstellen vind je achter in het boek.

Het meest fraaie op dit gebied is de zogenaamde 'LDP Sites List' van de Backpackers Club. Dit is een lijst van adressen en plekjes langs 40 populaire lange-afstandspaden waar leden van deze club ooit gekampeerd hebben. Dat kan dan variëren van een eenvoudige camping tot een kampeerplekje in het wild. In 1989 bevatte de lijst 730 gerapporteerde kampeerplekjes. De lijst is echter uitsluitend beschikbaar voor leden.

Wildkamperen

Mischien zou ik beter niets over wildkamperen kunnen schrijven. Elke grond heeft wel een eigenaar, en het feit dat deze te ver af woont of dat je zelfs niet weet wie de eigenaar is, is geen reden om zomaar ergens te kamperen. Wat niet wil zeggen dat er niet wild gekampeerd wordt. Het gebeurt, en het wordt in gebieden met woeste grond getolereerd. Ik wil er nadrukkelijk op wijzen dat het dus geen recht is. Wanneer een eigenaar je zou komen wegsturen heb je weinig keus.

Nu de praktijk.

Zoals je kunt lezen in hoofdstuk 3 over het Engelse land, vertoont dit landschap een duidelijke structuur. Met uitzondering van de hoger gelegen gebieden is het land geheel opgedeeld in een structuur van weilanden, akkers en bossen. Net als in ons eigen land is dit gegarandeerd privé-grond. Alleen in de hogere heuvels en berggebieden verdwijnt deze perceelstructuur. Het land gaat plots over in 'woeste grond', waar je eindeloos kunt zwerven zonder hekken of andere kavelscheidingen. Soms is het een gemeenschappelijk weidegebied van de omwonende boeren en lopen er schapen vrij rond. In deze gebieden wordt het kamperen over het algemeen getolereerd. Een uitzondering vormen beschermde terreinen, zoals natuurreservaten en land dat door de 'National Trust' is aangekocht. Kamperen is hier uitdrukkelijk verboden. Voor zover dit niet ter plekke met bordjes is aangegeven, is het nuttig om te weten dat de gebieden van de 'National Trust' op de Engelse stafkaarten staan ingetekend.

In Schotland zijn veel van de woeste gronden wel privé-bezit, maar wordt het kamperen erop niet als een probleem gezien. Sommige gebieden zijn zo afgelegen dat je niet anders kunt dan wildkamperen. Wanneer je dicht bij een (land)huis bent kun je net zo goed even toestemming vragen.

Het botweg opzetten van je tentje op een omheind weiland is dus uit den boze. Wanneer je om wat voor reden dan ook onverhoopt ergens ongevraagd moet kamperen, zoek dan een stukje grond op waarvan duidelijk is dat het geen privé-bezit is, maar een soort 'niemandsland'. Bossen en parken vallen daar zeker niet onder. Soms is een strook grond aan de kust, tussen de zee en de weilanden in, geschikt. Een ander voorbeeld is het lange-afstandspad Ridgeway Path, dat op sommige plaatsen zo breed is, dat je wel een tentje in de berm van het pad kan zetten. Of je doet als een vriend van mij en kampeert midden op een rotonde.

Bij het kamperen in het wild zul je nogal eens gebruik maken van water uit beekjes en stroompjes. Het stromend water in de uplands is meestal weinig verontreinigd, hoewel in vele veengebieden een hoge concentratie opgelost plantaardig materiaal het water de kleur van slappe thee geeft. Van belang is echter niet de visuele verontreiniging, maar de onzichtbare verontreiniging met bacteriën. Deskundigen raden daarom aan ál het water te desinfecteren door het geruime tijd te laten koken, òf met waterzuiveringstabletten, òf middels een waterzuiveringsfilter. Alleen als je één van deze drie methoden gebruikt weet je zeker dat de concentratie schadelijke bacteriën in het water acceptabel laag is.

Tegenover de deskundigen staan sommige ervaren kampeerders met hun verhalen dat ze nog nooit ziek zijn geworden van het drinken van water uit beekjes. Als je (net als ik) zo eigenwijs wilt zijn, houdt je dan aan de volgende stelregels:

1 Tap het water zo dicht mogelijk bij de bron. Ofwel, hoe kleiner het beekje, hoe beter. Er zijn maar een tweetal mogelijke vervuilers, namelijk mensen en beesten. Een stroompje dat eerst langs een bewoond huis loopt kun je beter vergeten. De stafkaart verschaft je hierover duidelijke informatie. Problematischer zijn de kadavers van beesten. Om de een of andere reden schijnen dode schapen altijd in een beekje te belanden. Vooral in een klein beekje kan dit tot gevolg hebben dat de concentratie bacteriën hoog is en je er goed ziek van kunt worden. Dit zou er voor pleiten om juist niet te kleine beekjes te gebruiken als watervoorziening. De enige manier om het risico uit te sluiten is het nalopen van het beekje tot aan de bron, hetgeen meestal ondoenlijk is.

2 Met name aan het begin van een vakantie moet je altijd oppassen met water. Drink dan vooral niet teveel ongekookt water, maar laat je darmflora langzaam wennen aan een de verandering van drinkwatertype. Het is altijd verstandig om zoveel mogelijk je dagelijkse behoefte aan water binnen te krijgen in de vorm van thee, koffie, soep en via je avondeten.

3 Als je het water niet vertrouwt, neem dan geen risico en desinfecteer het water op een van de manieren zoals hierboven beschreven. Waterzuiveringstabletten zijn het gemakkelijkst en het lichtst in gewicht. Let er alleen op dat de meeste soorten slechts een of twee jaar houdbaar zijn. Na die tijd werken ze niet mee effectief.

1.2.2 Logies: verblijf in bestaande huizen

Jeugdherbergen - B&B - Pubs en Inns - Hotels - Cottages - Bothies

Veel Engelsen slepen liever geen tent mee. Er zijn immers genoeg voorzieningen ter plekke om op terug te vallen, zoals jeugdherbergen, hotels, inns en het uitgebreide systeem van bed&breakfast. Als je wat meer op comfort gesteld bent bieden deze genoeg mogelijkheden. Het enige nadeel dat ik aan deze accomodatie kan ontdekken is dat je ritme van dagmarsen gedicteerd wordt door de plaatsen met accomodatie. Of het regent of niet, je zult elke avond door moeten tot je overnachtingsplaats.

Jeugdherbergen

De laatste jaren zijn de Engelse jeugherbergen zich steeds meer gaan ontwikkelen tot wandelheem, vergelijkbaar met een hut in de Alpen of een Gîte d'Etappe in Frankrijk. Diverse lange-afstandspaden zijn al geheel te belopen op jeugdherbergen. Deze jeugdherbergen beschikken over slaapruimtes, een kookruimte en leefruimte. Een droogkamer voor je natte spullen wil ook nog wel eens voorkomen. In vrijwel alle jeugdherbergen worden geen maaltijden verstrekt, maar zijn allerlei huishoudelijke artikelen aanwezig om je eigen potje te kunnen koken.

De laatste jaren wordt er geen leeftijdsgrens meer gehanteerd bij de jeugdherbergen. Toegang heeft iedereen die in het bezit is van een geldige jeugdherbergkaart, verkrijgbaar bij de NJHC of bij de Vlaamse Jeugdherbergcentrale. Wanneer je die niet hebt, betaal je bovenop de overnachtingsprijs een soort introductiegeld.

Jeugdherbergen willen nog wel eens vol zitten. Toen ik een zomer in Schotland 's avonds bij de jeugdherberg in Glen Afric aankwam, een van de meest afgelegen jeugdherberg van de Britse eilanden, zag ik verbaasd hoe afgeladen vol deze zat. Ik kampeerde gelukkig.

Engelsen die in de zomervakantie een lange-afstandsroute lopen via jeugdherbergen, plannen deze meestal vooruit en hebben alle overnachtingen al geboekt. Aan te raden is om dat ook te doen, of in ieder geval rekening te houden met akkomodatie die vol is en alternatieven achter de hand te houden.

Bed & Breakfast (B&B)

In ons eigen land missen we het systeem van bed & breakfast; in Engeland zie je overal in het land de uithangbordjes 'B&B'. Overwegend partikulieren bieden logies met ontbijt aan, tegen een redelijke prijs (in 1989 ± £10.00#). Soms is ook nog een avondmaal te bekomen. Door de jaren heen heb ik er heel wat keren gebruik van gemaakt. Meestal als het weer zo bar was dat de lust tot kamperen je snel verging. Anderzijds was ik dan ook meestal aan een warm bad toe. Eerlijk gezegd bewonder ik de gastvrijheid van die mensen die een bemodderde, natte wandelaar toestaan van de voorzieningen in hun eigen huis gebruik te maken.

Wanneer je een bordje "vacancies" onder het B&B-bord ziet bungelen, betekent dit dat men plaatsen vrij heeft. Is het vinden van een B&B-adres een probleem, dan kun je adressen opvragen bij de plaatselijke VVV, de Tourist Information. Na sluitingstijd heb je hier weinig aan. Als je echter iemand op straat aanschiet, zal die je meestal wel doorverwijzen. In een dorp weet iedereen wie aan B&B doet. Voor het plannen vooraf is de "Bed & Breakfast Guide", uitgegeven door de Ramblers Association, nuttig. Deze gids geeft een flink aantal B&B-adressen doorheen heel Groot-Brittanië. De accomodatie-boekjes van een aantal lange-afstandspaden geven ook een overzicht van B&B-adressen.

Maar ook B&B's kunnen volgeboekt zijn, met name in de Engelse zomervakantie en langs enkele druk belopen lange-afstandspaden. Wanneer je niet je hele route vooruit kunt of wilt boeken, probeer dan het schema aan te houden van elke ochtend telefonisch je slaapplaats voor de volgende nacht te reserveren. Je sluit dan in ieder geval teleurstellingen uit.

Pubs en inns

Het verschil tussen een pub en een inn is enigszins aan het verdwijnen. Vroeger was een inn is een herberg en een pub een kroeg. Bijgevolg kon je in een inn overnachten en in een pub niet. Tegenwoordig zijn veel inns alleen nog maar in naam een inn en een pub met een bordje B&B aan de deur maakt het onderscheid tussen pub en inn helemaal achterhaald.

Traditioneel is de inn de plek voor de reiziger. Eten, drinken en slapen, alles onder één dak. De meeste inns zijn dan ook al eeuwenoud, en willen nog wel eens bijzonder gesitueerd zijn. Zoals de Tan Hill Inn in de Yorkshire Dales en de Lion Inn in de North York Moors, beide gelegen aan een smal weggetje, bovenop de verlaten heuvels. Inns krijgen van de OS een aparte vermelding en staan op de kaart als "inn".

Een inn mag de hele dag geopend zijn, in tegenstelling tot een pub, die beperkte openingstijden heeft. Op het moment van schrijven is echter al beslist dat de openingstijden in 1989 verruimd zullen worden.

Het woord 'pub' is een simpele afkorting van Public House, wat zoveel wil zeggen als: openbare gelegenheid, waar in principe iedereen toegang heeft. De Ordnance Survey heeft weer een eigen afkorting bedacht voor de pub: "PH". Sla een stafkaart op en je zult zien dat bijna alle pubs buiten de bebouwde kom er op staan: een prima service voor de wandelaar!

Sommige pubs mogen zich "Free House" noemen. Dit betekent dat ze geen contract hebben met een bepaalde bierbrouwerij, maar mogen schenken wat ze willen. Vroeger hoorde daar ook vaak zelfgebrouwen bier bij.

Over een pub zal ik niet teveel schrijven. Het idee en imago van de pub zijn al tot ver buiten Engeland geëxporteerd. Behalve dat een pub een gezellig drinklokaal is, worden er ook vaak bescheiden maaltijden of zogenaamde Bar mealsgeserveerd. Dat wil zeggen, je kunt ze bestellen, want bediening heb ik in een pub nooit meegemaakt. Ieder bestelt aan de bar.

Bij binnenkomst in een pub zie je soms twee deuren: baren lounge, of varianten hierop. De bar is het gedeelte waar met name de alkoholische dranken geschonken worden, in de lounge zitten vooral mensen die niet-alkoholische dranken drinken. Nu gaat deze scheiding tegenwoordig steeds minder op. Veel pubs hebben nog maar één ruimte. Waar de scheiding nog wel gehanteerd wordt kun je over het algemeen stellen dat in de lounge het wat rustigere publiek zit: notoire drinkers gaan in de bar zitten. Kinderen beneden de 18 kunnen soms in de bar geweigerd worden. Het verkopen van alkoholica aan onder de 18-jarigen is verboden. Gezinnen worden meestal aangeraden in de lounge te gaan zitten.

Wandelen en pub-bezoek is voor veel Engelsen een geliefde kombinatie. In bekende wandelgebieden wordt daarom bij het betreden van een pub soms gevraagd de (modder)schoenen uit te doen en samen met de rugzak in het portaal te laten. En er zijn zelfs pubs die helemaal niets van wandelaars willen weten!

Misschien komt dat laatste doordat de Engelse pub-gast een kritisch consument is. Raak met een Brit aan de praat en je zult merken dat iedereen zo'n beetje een eigen idee heeft over wat een goede pub is. Het gevolg is dat sommigen het geen probleem vinden om even 50 km ver te rijden om een avondje in een goeie pub te zitten. Niet zo gek dan dat een pub veel aan haar imago gelegen is.

Hotels

Eigenlijk is een hotel gewoon een inn. Met dit verschil dat een hotel veelal meer luxe geeft en uitstraalt. Op het platteland vind je bijna geen hotels, slechts inns. Het hotel ligt al snel in een wat grotere plaats. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik weinig ervaring heb met hotels, behalve dat ik er een keer een paar langlaufskis heb mogen stallen. Bij mijn weten is het aantal Britse wandelaars dat van hotel-accomodatie gebruik maakt gering.

Een uitzondering vormt - zoals zo vaak - Schotland. Schotland heeft een verbluffend goed netwerk van hotels, vaak op afgelegen plaatsen aan een weg. Vanwege de ligging vormen ze vaak een veilige haven of uitvalsbasis voor wandelaars. Op curieuze wijze weten ze de 'standing' van hotel te combineren met hun centrum-funktie voor wandelaars, bergbeklimmers, vissers en andere buitensporters. De bar van het hotel dient (zoals bij veel hotels) als lokale pub.

Dat laatste geldt niet voor de zogenaamde temperancehotels. Dit voorvoegsel geeft aan dat er geen alkohol-houdende dranken geschonken worden.

Cottages

Voor een wandelvakantie vanuit een vaste basis kan het huren van een huisje zeer aantrekkelijk zijn. Buiten de bekende bungalowparken worden er op het Engelse platteland vaak cottages, leuke oude huisjes, te huur aangeboden. Met name buiten het hoogseizoen valt de prijs hiervan erg mee. Ondanks dat het vaak om oude huizen gaat, zijn ze meestal van alle gemakken voorzien. Om de sfeer van een bepaalde streek goed te proeven vormen de cottages een uitstekende comfortabele accomodatie.

Er bestaan een aantal organisaties die de verhuur van cottages coördineren (zie adreslijst).

Bothies

Interessant voor de Schotland-ganger zijn de diverse bothies. Dit zijn niet meer en niet minder dan hutten, zonder verdere voorzieningen. Veel bothies zijn vaak opgeknapte voormalige boerderijen. Restanten uit de tijd dat arme Schotse boeren ploeterden om hun bestaan in de weinig vruchtbare veengronden. Voordat ze gedwongen werden te emigreren en plaats moesten maken voor schapen, woonden veel boeren in dalen die nu volledig verlaten zijn. De Mountain Bothies Association (MBA) ijvert ervoor om zoveel mogelijk de overgebleven oude boerderijen intakt te houden zodat ze dienst kunnen doen als onderkomen in gebieden waar de bewoonde wereld vaak mijlenver weg is. De bothies worden met name gebruikt door rugzakkampeerders die een nachtje droog en beschut willen zitten, en als uitvalsbasis door bergbeklimmers. De bothies zijn bijna allemaal vrij toegankelijk en het gebruik ervan is gratis. De verspreiding van bothies over Schotland is niet gelijk; sommige gebieden zijn rijkelijk bedeeld, andere nauwelijks. Het gebruik is navenant. In de Cairngorms, waar relatief veel bothies zijn, zul je in de zomer soms moeten vechten voor een plek, terwijl bepaalde bothies in het hoge noorden in maanden niet bezocht worden.

Voor leden geeft de MBA een lijst uit met alle bothies. Behalve in Schotland heeft de MBA ook nog elf bothies in Engeland en Wales in beheer.



1.3 Eten en drinken

Uit eten (ontbijt - lunch - high tea) - Zelf koken - Drinken


Op het gebied van eten en drinken is Groot Brittannië respectievelijk berucht en beroemd. Hoewel de meeste Engelsen goed eten zeer waarderen, is hun keuken bedroevend. Misschien moet ik zeggen was bedroevend, want door de continentale invloeden gaat het land op culinair gebied de laatste jaren met sprongen vooruit.

Uit eten

De betere en duurdere restaurants en hotels beschikken zoals te verwachten over een prima keuken. Meestal vormen ze een afspiegeling van de Franse keuken. Traditionele Engelse gerechten zul je er niet aantreffen.

Nu zijn er eenvoudigweg niet zo heel veel traditionele gerechten, en voor zover ze wel bestaan, zijn het meer alledaagse gerechten. Net zoals je in een Nederlands restaurant zelden hutspot op de menukaart zult zien staan, zo kom je in Engeland geen hot-potop de kaart tegen.

Typisch Engelse gerechten kom je hooguit tegen in een restaurantje of inn op het platteland. Maar evenals bij ons voert de 'friet'-cultuur de boventoon. In de gewone restaurants is de steak met friet en doperwtjes de Engelse variant op onze biefstuk met patat en appelmoes.

Misschien nog meer dan in ons land worden de eenvoudige eetgelegenheden bedreigd door de Amerikaanse 'fast-food'-cultuur. Deze veredelde snackbars brengen hetzelfde repertoire als de patatkraam op de hoek: fish & chips en aanverwante maaltijden. Eerlijk gezegd blijken de ouderwetse fish & chips-zaakjes vaak het beste: een stevige gebakken vis met wat kleffe patatten waar je bij voorkeur azijn over moet gieten (volgens Engels gebruik). Vies doch lekker.

De kans op een echte Engelse maaltijd getrakteerd te worden loop je in een guesthouse of een ander Bed&Breakfast adres. De avondmaaltijd (soms te verkrijgen) wil daar wel eens verbluffend goed zijn. Het enige dat opvalt is dat de Engelsen minder verse groenten gebruiken dan wij.

Niet Engels, maar vaak wel erg goed zijn de uitheemse restaurants, die de Britten aan hun koloniale verleden hebben overgehouden. Kennen de Hollanders hun 'chinees', zo hebben de Britten hun Pakistaanse en Indiase restaurants.

Ontbijt

Voor wie 's ochtends niets liever dan brood eet, is het Engels ontbijt een ramp. Maar velen kunnen het stevige Engelse ontbijt toch wel waarderen. Het is zo uitgebreid, dat je genoeg keuze hebt, mocht je bepaalde onderdelen 's ochtends vroeg niet zo zien zitten. Voor mij zijn dat de vette worstjes en de witte bonen in tomatensaus. Maar dan resten nog altijd de jus d'orange, de grapefruit, de corn-flakes, de thee, de toastjes met (sinaasappel)marmelade en de eieren met spek.

Vaak bestaat de keuze tussen een gewoon (Engels) ontbijt en een zogenaamd continental breakfast. Dat laatste wil wel eens erg summier zijn en slechts bestaan uit thee met een paar toastjes.

Op een stevig Engels ontbijt kun je vaak uren lopen.

Lunch

Veel mensen lunchen in de pub. Sandwiches of iets dergelijks. Bekend en aan te raden is de ploughman's lunch, bestaande uit (meestal bruin) brood, boter, kaas en enkele verse groenten als sla, komkommer en tomaat.

High tea

Soms is de thee een echte maaltijd. Behalve een flinke pot thee horen daarbij de scones (kleine pastei-achtige broodjes), boter, jam en eventueel slagroom (ongezoet). Maar gewoon gebak of broodjes kan ook. Gezien de tijd tussen vier en vijf uur - kan het een aardige afsluiting van een dagwandeling zijn.

Zelf eten koken

Je eigen potje koken zal voor veel wandelaars onderdeel uit maken van de vakantie. Het aanbod aan levensmiddelen verschilt in wezen niet veel van dat in ons land. Behalve dan dat het aanbod aan verse groenten nogal summier is, met name in de kleinere plaatsen en dorpen. Daarentegen is de hoeveelheid houdbare en instant-produkten veelal groter dan bij ons. Naast blikconserven zie je ook veel gedroogd spul. Voor rugzakkampeerders is het vaak goed mogelijk om lichtgewicht-maaltijden samen te stellen, zelfs in kleine dorpswinkeltjes.

De witbrood-cultuur lijkt in Engeland langzaam te verdwijnen. Bij de meeste bakkers kun je tegenwoordig ook wholemeal(volkoren) brood krijgen. Sowieso gaat ook de gezondheidsrage niet aan de Engelsen voorbij. Zoals de reformwinkels bij ons zijn in Groot-Brittannië de health food- en whole food-winkels in opmars.

Je eigen potje koken zal veelal op een brander gebeuren. Camping-gaz is in wat grotere plaatsen en in toeristische gebieden goed te verkrijgen. Meestal is een ijzerhandel (ironmonger) de aangewezen plek. Mensen die op een petroleumvergasser koken moeten ook hier wezen voor petroleum, parrafingeheten. Vaak zie je ook bij benzinepompen een rond paars bord met pink parrafin. Dit is ook petroleum, welke een lichte paarse kleur heeft (vandaar de naam).

Voor benzinebranders is het aan te raden om benzine met een laag octaangehalte te nemen. Bij benzinestations heb je de keuze tussen 2-, 3-, 4- en 5-star benzine. Hoe meer sterren, hoe hoger het octaangehalte. Met de komst van de Europese loodvrije benzine, zal dit sterrensysteem wel wat gaan veranderen.

Tenslotte spiritus (methylated spirit). Deze is verkrijgbaar bij elke drogist (chemist), en niet zoals bij ons in de supermarkt. Vanwege het tegengaan van het spiritus drinken door alkoholisten, zal men je in Schotland vragen waar je het voor gaat gebruiken en moet je een boek tekenen waarmee je verklaart de meths niet te zullen opdrinken.

Drinken

Naast de haast spreekwoordelijke Engelse thee (met melk en suiker), drinken de Britten toch ook wel koffie. Hoewel het die naam eigenlijk niet verdient. De koffie is naar onze begrippen slap en smakeloos. Oploskoffie, en dan nog van een slechte soort. Bovendien wordt het vaak standaard geserveerd met melk en suiker. De laatste jaren zie ik echter met vreugde dat in sommige gelegenheden de Belgische filterkoffie zijn intrede doet.

Ook het bierdrinken is al aardig door Europese gewoontes beïnvloed. In elke pub tapt men tegenwoordig lager, ons gewone pils. Ondanks de vele inheemse biersoorten wordt er door de Britten veel pils gedronken. In mijn ogen is dat onbegrijpelijk. Want na België is Engeland hèt bierland. De Engelse bieren lijken dan wel slap doordat er minder koolzuur in zit, de smaak is zeker niet slap. Hoofdsoorten zijn mild, bitter en stout, waarvan de bitter het meest gedronken wordt. De merknaam die op het uithangbord van de pub prijkt, is meestal die van het soort bitter dat men op de tap heeft. Maar naast de al genoemde lager tref je ook vaak een mild van de tap aan, soms ook "Guiness" of een populaire lokale biersoort. Een getapt bier noemt men draught beer, omdat men het vroeger met een pomp uit het vat 'trok'. In sommige pubs zie je nog deze ouderwetse taps met hun grote hendels. Naast de tapbieren is het gebruikelijk dat men ook nog andere biersoorten (en plaatselijke bieren) uit flesjes schenkt. Typisch Engels is de cider, een alkoholische appelsap.

In een Schotse pub vallen de ontelbare soorten whisky op. Het loont zeker de moeite eens een dram(een borreltje) te proberen, want vooral de oudere (en dure) single malt whiskyis erg goed en doet niet onder voor een dure cognac. Overigens zijn in elke pub de meeste bekende sterke dranken wel te verkrijgen.



1.4 Problemen

Verzekeringen en ongevallen - Diefstal

Verzekeringen en ongevallen

Ik kan niemand aanraden om onverzekerd op reis te gaan. Op zijn minst moet je zorgen voor een goede bagageverzekering en een verzekering voor onverwachte repatriëring. In principe zou je je namelijk niet hoeven te verzekeren voor ziekte en ongevallen, omdat in Groot-Brittannië het systeem van de National Health Service (NHS) bestaat.

Als je geneeskundige hulp nodig hebt, moet je aantonen dat je een onderdaan van een EEG-land bent (paspoort voldoet) en om hulp vragen in het kader van de NHS. De kosten van de hulp worden dan door de Britse overheid gedragen, op drie uitzonderingen na:

. Kosten voor tandheelkundige behandeling worden alleen vergoed als het om een spoedbehandeling in het kader van de NHS gaat;

. Brillen betaal je zelf;

. Voor medicijnen geldt een eigen bijdrage van £ 2.40 per geneesmiddel.

Wat er ook niet bij zit, zijn kosten voor speciaal vervoer. Wanneer je in een wat afgelegen gebied je been zou breken en met een helikopter opgehaald moet worden, kun je een flinke rekening verwachten. Voor dit soort zaken, en voor bijvoorbeeld repatriëring (vervoer terug naar huis) na een ongeval, raad ik toch sterk aan om een reisverzekering af te sluiten. Zie verder ook 2.4.

Diefstal

Alles wat ik hierover kan schrijven is alledaagse logica.

In alle jaren dat ik in Engeland op vakantie was ben ik nimmer bestolen. Nu zegt dit heel weinig, want onlangs hoorde ik een verhaal van iemand die op fietsvakantie van zijn (dure) fiets beroofd was.

Over het geheel genomen is men in Groot Brittannië erg netjes. Dat wil zeggen, op het platteland kun je de rugzak wel even ergens buiten laten staan, maar in de steden moet je soms al oppassen als je in een café naar de WC gaat. In de onbewoonde streken van Schotland kun je zelfs redelijk gerust je tent een dag onbeheerd laten staan of, zoals ik eens deed, je spullen een dag in een niet afgesloten bothy laten liggen. Toch is het beter om altijd alert te zijn op mogelijke diefstal.

Om eventuele ellende beperkt te houden draag ik tijdens het reizen en in steden alle waardevolle papieren op het lijf. Niets is zo vervelend als te bemerken dat je echt alles kwijt bent: paspoort, geld, cheques enz.

Eenmaal aan het wandelen, in rustige gebieden, verhuizen die spullen naar de rugzak.



1.5 Allerlei

Openingstijden - Feestdagen - Tijd - Telefoneren - Munteenheid - Andere eenheden - Voltage - Honden meenemen - Nederlandse ambassade

Openingstijden

Voor het maken van een meerdaagse tocht zijn met name de openingstijden van winkels, banken en postkantoren van belang. Helaas is het moeilijk hiervoor algemene regels te geven. Plaatselijk verschillen de tijden nogal eens.

(winkels - banken - postkantoren - pubs)

Winkels

Net als bij ons in het algemeen geopend van maandag tot en met zaterdag, van 9.00 uur tot 17.30 of 18.00 uur. Soms houdt men middagpauze.

Zeer lastig kan de zogenaamde early closing day(ECD) zijn, een dag waarop alle winkels 's middags sluiten, soms al om 12.00 uur. Deze dag verschilt per dorp of stadje, maar is bij mijn weten nooit een vrijdag of zaterdag. Om te vermijden dat je voor dichte deuren staat kun je het beste tijdig bij de lokale bevolking informeren. Een troost is dat de kans op een ECD maar 25% is, en dat er in een grotere plaats nog wel eens één winkel ondanks de ECD geopend is. Ook grote supermarkten doen vaak niet mee aan de ECD.

Tegenover het risiko van de ECD staat het genoegen dat ouderwetse dorpswinkeltjes nog wel eens op zondag geopend zijn. Zo kon ik op een verregende zondag in Noord Wales mijn toevlucht zoeken in het piepkleine winkeltje van Rhyd-ddu, waar nota bene verse dagmelk te koop was!

Banken

Ook niet zo verschillend als bij ons. De banken sluiten vroeg, om 15.30, en zijn in het weekend bijna altijd gesloten. Eén dag per week, variërend per plaats, blijven ze langer open. In Schotland is dit de donderdag; de banken sluiten dan om 18.00 uur.

Postkantoren

Postkantoren volgen de winkelsluitingstijden beter. Op het platteland heeft een winkel vaak een postagentschap erbij, wat je bij ons ook wel ziet. Het postkantoor is dan open als de winkel open is, tenzij dat op een zondag is. Over het algemeen zijn de postkantoren in het weekend namelijk alleen op zaterdagochtend geopend, tot ± 12.00 uur.

Postkantoren staan op de topografische kaarten aangegeven met een "P", of "P.O." Dat is handig, maar bedenk wel dat de laatste jaren veel kleine agentschappen opgeheven zijn. Verder is het goed te weten dat niet alle postkantoren de Nederlandse girobetaalkaarten verzilveren. Soms sturen kleine kantoren of agentschappen je door naar een postkantoor in een andere plaats, omdat ze geen vergunning hebben voor het accepteren van postcheques. In een enkel geval is het vanwege onbekendheid met de cheques.

Pubs

Vanuit het idee de arbeiders uit de kroeg te houden, hebben de Engelsen de openingstijden van pubs jaren geleden wettelijk beperkt. De meeste pubs hebben daardoor de curieuze openingstijden van 11.00 tot 15.00 en van 19.00 tot 23.00 uur. Dat levert soms rare voorvallen op, zoals de man die je een lift geeft en plots in de gaten krijgt dat het half drie is. De eerste de beste pub wordt aangedaan om in het laatste kwartier nog even gauw een pint bier weg te slempen.

Recentelijk is men gaan inzien dat het strakke regiem van openingstijden eerder problemen oproept dan voorkomt. In Schotland heeft men het voortouw genomen en de wettelijke beperking afgeschaft. De cafés mogen nu zelf de openingstijden bepalen. Gebleken is dat het idiote drinkgedrag, ontstaan als gevolg van het vroege sluitingsuur, is afgenomen. Voorheen zag je mensen om 5 voor 11 twee pinten bier bestellen en die in enkele slokken achterover slaan, waarna ze ladderzat op straat werden gezet.

In Engeland is nu ook de kogel door de kerk. Op het moment van schrijven heeft het Engelse parlement al besloten de oude wet herzien. Men vond het echter nodig een jaar te wachten met de invoering van de nieuwe openingstijden, zodat het nog tot medio 1989 zal duren voor ook de Engelse drinkgewoonten gaan veranderen.

Feestdagen

Op een Engelse feestdag kun je beter op niets rekenen. Soms zijn de pubs nog wel geopend, maar ligt de rest van het openbare leven stil. Naast de (christelijke) feestdagen die wij ook kennen, hebben de Engelsen het verschijnsel Bank Holiday. Op drie maandagen - eerste en laatste van mei, laatste van augustus - hebben dan niet alleen de banken een vrije dag, maar is vrijwel iedereen vrij. Als je aan het wandelen bent zal je dat wellicht opvallen. Veel Britten hebben door die vrije maandag een lang weekend en trekken er dan op uit. Op het Spring Bank Holiday weekend, eind mei, is het trouwens volgens de traditie altijd mooi weer.

Overigens zijn de Bank Holidays in Schotland weer afwijkend en wel: eerste maandag van januari, eerste en laatste maandag van mei, eerste maandag van augustus. Vier stuks dus.

Tijd

De Britten hebben de echte Greenwich Mean Time, één uur vroeger dan bij ons. Met het invoeren van de zomertijd is het wat ingewikkelder geworden. Weliswaar begint in Engeland de zomertijd op dezelfde datum als op het Europese vasteland, het einde van de zomertijd is steevast een paar weken later. Het gevolg is dat gedurende deze weken, van eind september tot eind oktober, de Britse klok gelijk met de onze loopt.

Misschien dat deze Britse afwijking in het kader van de Europese eenwording er aan zal moeten geloven.#

Telefoneren

Helaas is de karakteristieke Britse rode telefooncel uit het landschap aan het verdwijnen. Ze worden vervangen door nieuwere typen, of ze worden opgeheven. Door de privatisering van de telefoondienst worden vooral afgelegen telefooncellen bedreigd. Met name voor wandelaars in Schotland betekent dit soms dat ze in noodgevallen minder gemakkelijk een telefoon kunnen bereiken om hulp in te roepen. Telefooncellen staan namelijk op de OS-kaarten aangegeven met een "T" of met het telefoonhoorn-symbool.

Opbellen vanuit een telefooncel was altijd een doffe ellende. De muntstukken (2p of 10p) kon je pas door de gleuf drukken op het moment dat je verbinding gemaakt had. Je hoorde dan dat de telefoon aan de andere zijde opgenomen werd en korte pieptonen attendeerden je er op dat je geld in moest werpen. Maar met een beetje pech kreeg je de munt er niet doorheen gedrukt, accepteerde het apparaat de munten niet of bleken zoveel munten nodig te zijn dat de ander al opgehangen had voor je klaar was met inwerpen. Gelukkig zijn er nu ook nieuwere apparaten, waar je ook andere muntstukken in kan werpen, en waar je vooraf geld kan ingooien.

Direkt bellen naar Nederland of België kan meestal wel vanuit een cel, maar is niet aan te raden vanwege hierboven geschetste problemen. Je kunt beter een transferred charge callaanvragen bij de operator, waarbij de ontvanger het gesprek betaalt. Of probeer het op een postkantoor, waar je achteraf voor het gesprek kan betalen.

Voor internationale telefoongesprekken vanuit Engeland moet je eerst 010 (het internationaal toegangsnummer) draaien, vervolgens landnummer, netnummer (zonder de nul ervoor) en abonneenummer. Om de ANWB-Alarmcentrale in Nederland te bellen krijg je dan: 010 31 70 141414.

Munteenheid

Het Britse pound sterling(£) is gelukkig een van de weinige eenheden die decimaal zijn. Er zitten gewoon 100 pence(p) in een pond. Voorheen was dat anders, hetgeen blijkt uit muntstukken waarop "new pence" staat. Er bestaan muntstukken van 1p, 2p, 5p, 10p, 20p, 50p, één pond, en recentelijk twee pond. De oude shilling-munt en het tweeshillingstuk zijn nog in omloop en zijn even groot en even veel waard als respectievelijk 5p en 10p. De oudere muntstukken zijn groot en zwaar, maar de nieuwe stukken, vooral de zevenhoekige 20p, zijn relatief opvallend klein.

Briefjes zijn er van £5, £10, £20, £50. De oude vodjes van één pond zijn in Engeland in korte tijd geheel verdwenen.

Schotland doet het weer apart. Drie Schotse banken (Bank of Scotland, Royal Bank of Scotland, Clydesdale Bank) geven ieder eigen bankbiljetten uit. Daarbij is ook nog het briefje van één pond in omloop, waarvan je dan ook nog eens de Engelse variant kunt treffen. Aldus zijn er vier verschillende typen bankbiljetten. Aparte munten heeft men gelukkig niet. Met Schotse bankbiljetten kun je in Engeland boeiende problemen meemaken. Vaak worden ze niet geaccepteerd. Aan te raden is om die briefjes in Schotland achter te laten of in te wisselen.

Andere eenheden: 'To be metric or not to be'

Napoleon heeft Engeland nooit klein gekregen, met als gevolg dat die rare Britten nog steeds menen dat het veel gemakkelijker is om iets op te meten in inches, feet, yardsen miles. Wanneer de doorrijhoogte van een tunneltje 8' 7'' (8 feet, 7 inches) is, zegt dat voor een Engelse vrachtwagenchauffeur genoeg. Zijn vrachtwagen is immers slechts 7' 5''. Tot zover kan ik het volgen. Maar of die meneer met zijn auto van 4' 9'' met op het dak een boot van 3' 11'' het redt, zou ik niet weten.

Maar de Engelsen kunnen er mee rekenen, en dus heb je soms niet veel keus. Want met uitzondering van de jongeren zullen weinigen je begrijpen als je een kilo appels wilt hebben. Ondanks het feit dat de overheid nu al zo'n 15 jaar werkt aan de overgang naar het decimale stelsel. De Britten noemen dat met een vreemd woord metrification, alsof alles in meters uit te drukken is. In winkels zie je dan ook veel levensmiddelen verpakt in een zogenaamd metric pack. Hetgeen wil zeggen dat er in plaats van bijvoorbeeld 4 oz., nu 128 gr. thee in het(zelfde) pakje zit. Intussen is men al zover dat je regelmatig in de winkel suiker in kilo-verpakking en melk in liter-pakken aantreft.

Zolang de Britten niet inzien dat een tientallig maten-stelsel veel makkelijker rekent omdat ons (arabische) getallensysteem ook decimaal is, zal de weerstand tegen de verandering groot blijven. Tenslotte is het voor hen net zo moeilijk om aan te voelen hoe lang 20 meter is, als het schatten van 20 feet voor ons.

Wanneer je op pad gaat met een Engels wandelgidsje zul je merken dat de Engelsen soms zelf ook weinig idee hebben van hoe lang hun mijl is. Een veel voorkomende gewoonte is namelijk het onderschatten van afstanden. Het meest fraaie voorbeeld hiervan is het opschrift van een handwijzer in het Swaledale in Yorkshire: "Keld ½". Bedoeld wordt een halve mijl, en aangezien de feitelijke afstand zelfs meer dan een hele mijl is, merkt schrijver van wandelgidsjes Wainwright terecht op dat dit waarschijnlijk de langste halve mijl van Groot Brittannië is!

Maar hoewel men in beschrijvingen vaak afstanden in miles en hoogten in feet zal aangeven, is de Ordnance Survey al vergevorderd met de overgang naar decimale eenheden. Ruim twintig jaar geleden is men al begonnen met het vervangen van kaartseries met vreemde schalen. De oude one-inchserie had een schaal van 1:63.360 (één inch kwam overeen met één mile), maar is nu geheel vervangen door prachtige 1:50.000 kaarten. De kaarten hebben allemaal een kilometer-net en de hoogtelijnen zijn op veel kaarten al gebaseerd op de hoogte in meters in plaats van feet.

Wat nog rest uit het verleden zijn enkele toeristische kaarten waarbij men voor het gemak (!) een uitsnede van de nieuwe 1:50.000 serie heeft verkleind tot die onmogelijke schaal van 1:63.360. Of men in Engeland hiervoor ook aangepaste curvimeters heeft weet ik niet.

Bij het boodschappen doen zul je je dus moeten redden met de chaos van eenheden. Lastig is dat onze oude gewichts-eenheden 'ons' en 'pond' aangepast zijn aan het decimale stelsel. Onze ons en de Britse ounce(oz.) waren eens verwant, maar wijken nu nogal van elkaar af. De pound(lb.) biedt enig houvast omdat het slechts 47 gr. minder is dan onze pond. Op sommige vloeibare levensmiddelen staat de inhoud aangegeven in fluid ounce(fl.oz.), een 'vloeibare ounce'. Vraag me niet hoeveel dat is, en al helemaal niet hoeveel ervan in een cubic footgaan.

Voor de rekenaars volgt onderstaande conversie-tabel:

Lengte

1 inch 2,54 cm 1 centimeter 0,39 in.

1 foot (12 inches) 30,48 cm 1 meter 3,28 ft.

1 yard (3 feet) 0,91 m 1 meter 1,09 yd.

1 mile (1760 yards) 1,61 km 1 kilometer 0,62 ml.

Gewichten

1 ounce (oz.) 28,35 gr 1 ons (100 gr) 3,52 oz.

1 pound (16 oz.) 0,453 kg 1 pond (500 gr) 1,10 lbs.

1 stone (14 lbs.) 6,35 kg 1 kilogram 2,20 lbs.

10 kilogram 1,57 stone

Inhoud

1 fluid ounce 28,35 ml 1 milliliter (cc) 0,035 fl.oz.

1 pint (± 20 fl.oz.) 0,568 l 1 liter (dm3) 1,76 pt.

1 gallon (8 pints) 4,55 l 1 liter 0,22 gallon

Oppervlakte

1 square inch 6,45 cm2 1 cm2 0,155 sq.in.

1 square foot 9,29 dm2 1 dm2 0,108 sq.ft.

1 square yard 0,836 m2 1 m2 1,20 sq.yd.

1 acre 0,40 ha 1 hectare 2,47 acres

1 square mile 2,59 km2 1 km2 0,39 sq.ml.

Voltage

Tegenover onze 220 hebben de Britten 240 Volt op hun elektriciteitsnet staan. Samen met een afwijkend systeem van stekkers en stopkontakten maakt dit het niet eenvoudig om elektrische apparaten mee te nemen. Het apparaat moet de iets hogere spanning aankunnen, en je moet een adaptor aanschaffen. Als rugzakkampeerder zou ik zeggen: laat maar mooi thuis.

Honden meenemen

De Britten proberen angstvallig hun eiland vrij te houden van de ziekte hondsdolheid (rabies). Het meenemen van je hond naar de Britse eilanden gaat om die reden niet zo gemakkelijk: het beest moet eerst enkele weken in quarantaine, anders wordt het niet toegelaten. Veel hondenbezitters zien daarom van een vakantie in Groot-Brittannië af.

Nederlandse ambassade

Dutch Embassy, 38 Hyde Park Gate, London SW7 5DP, 01-584 50401.