Hoofdstuk 5. De Lowlands

Welsh Borders - Cotswolds - Mendips & Quantocks - Chalklands - The Weald

In tegenstelling tot de uplands zijn de lowlands veel gecultiveerder. Wat niet betekent dat je ze dan maar moet vergeten. Bij de delen van Engeland die ik lowland heb genoemd zitten juist die wandelgebieden die typisch Brits zijn. Eeuwenoude landschappen die perfect bewaard zijn gebleven. Sommige daarvan worden door de gegoede Engelse klasse gekoesterd in landgoederen en parken. Toegegeven, je kunt er niet zo zwerven als over de woeste hoogten van de uplands. Het landschap is minder dramatisch. Maar de lagere heuvels van de lowlands bieden meestal schitterende vergezichten over het harmonieuze Engelse landschapspatroon. Het aantal grappige en interessante natuurverschijnselen in de lowlands moet je zeker niet onderschatten.

De lowlands zijn overwegend lieflijk. Het wandelen is minder veeleisend. Simpelweg omdat je veel meer in bewoonde gebieden blijft. De gevaren van het lopen in de uplands zijn minder aanwezig. De kans op verdwalen en in de mist geraken is een stuk kleiner. Voor het wandelen ben je immers veel meer aangewezen op de paden, de right of ways. Kortom, ideale gebieden voor hen die niet van dat ruige gedoe houden, maar wel willen genieten van uitzichten en fraai cultuurland. Een bijkomend voordeel is dat het weer overwegend beter is dan in de uplands. Vooral de lagere heuvels in het zuiden en oosten hebben een veel droger klimaat.

Maar het lopen mag dan minder ruig zijn, met twee dingen moet je toch rekening houden. De heuvels en de modder. Al zijn de heuvels dan 'slechts' hooguit 300 meter hoog, ze kunnen behoorlijk steil zijn. Een steile klim van 100 meter is knap vermoeiend voor een inwoner van de lage landen. Ik herinner me stukken Offa's Dyke pad waar je op één dag drie heuvels van pakweg 300 meter over moest. Steile heuvels. Zo'n inspanning doet dan niet veel onder voor het beklimmen van een bergtop in het Lake District.

En dan nog de modder. Lopen over een paadje met natte glibberige klei kost heel wat inspanning, zeker als het heuvelop gaat. In veel van de lowlands is de grondsoort klei of leem. Op sommige paden, zeker wanneer die tussen twee muren of hekken in lopen, kun je na een periode van regen geheel overgeleverd zijn aan de modder. Met goed schoeisel en bij voorkeur gamaschen is zo'n stukje smurrie gauw overwonnen.

Waarmee ik maar wil zeggen dat het lopen in de lowlands geen wandelingetje door het park is.



5.1 Welsh Borders: de grensstreek van Wales

Offa's Dyke Path - Clwydian Range - Shropshire Hills - Wye Valley & Forest of Dean - Malvern Hills


De Welsh Borders, ongeveer de strook tussen Liverpool en Bristol, worden vaak als één gebied beschreven. Het bevat echter een grote variatie aan landschappen, zoals uit de onderstaande indeling wel zal blijken. Ik heb het toch als een geheel beschreven, omdat het overwegend om lowlands gaat. In zijn geheel vormen de Borders een aardig stuk Brits platteland. Industrieën zijn amper aanwezig, het is zuiver boerenland met een grote verzameling marktstadjes. Veeteelt overheerst, waarmee Herefordshire met zijn rood-bont vee wereldberoemd geworden is. Alles bij elkaar is het een heerlijk rustig wandelgebied van heuvels en weilanden.

De Welsh Borders zijn in twee opzichten een grensstreek. Geologisch gezien is het de overgang van de oude gesteenten en structuren uit het Paleozoïcum in Wales naar de jongere afzettingen uit het latere Mesozocum. Dit gegeven levert op sommige plaatsen hele verrassende landschappen op met prachtige afwisselingen tussen 'oud' en 'nieuw'.

De culturele grens is minstens zo markant. Na de Romeinse overheersing hebben de Borders lange tijd gediend als een buffer tussen de oprukkende Angel-Saksen die Engeland veroverden en de Kelten die zich noodgedwongen in Wales terugtrokken. Rond 600 werden de Kelten in Wales gescheiden van de verwante Keltische volken in Cornwall en noord-Engeland. Het Engelse rijk (Mercia) stabiliseerde zich en in de 8e eeuw liet koning Offa de grens tussen Mercia en Cymru vastleggen in de beroemde Offa's Dyke. Desondanks bleef het land ten oosten van deze grens een brede strook niemandsland en het toneel van vele veldslagen.



5.1.1 Offa's Dyke Path

Dit lange afstandspad langs grote stukken van de voormalige Offa's Dyke verheugt zich al jaren in een grote belangstelling van Nederlandse wandelaars. Sinds Henk Raafff het pad in een artikel in de Volkskrant heeft geprezen is de stroom lange-afstandswandelaars uit Holland goed opgang gekomen. In 1979 kwam je op het pad bijna net zo veel Nederlandstaligen als Engelstaligen tegen. Wel begrijpelijk trouwens. Van alle National Trails in Groot Brittannië is Offa's Dyke misschien wel de mooiste. De aantrekkelijkheid van de route is de afwisseling. De afwisseling van landschappen: Je loopt nooit langer dan twee dagen achtereen door hetzelfde type landschap, en na elk zwaar stuk komt ook meestal wel weer een dagmars die wat minder inspanning vergt. Maar er is ook de afwisseling tussen natuur en cultuur. Behalve natuurlijk het kunstwerk van de Dyke, is er op de route veel te bezichtigen: kastelen, abdijen, dorpjes, marktstadjes. Kortom, het Offa's Dyke Path is van begin tot eind de moeite waard. Aangezien de meeste lopers zuid-noord lopen, kan ik alleen maar aanraden om tegendraads te zijn en in het noorden te starten. Het bereiken van het eindpunt in het zuiden  de Sedbury Cliffs -is veel meer een climax dan het betreden van het bomvolle strand van de badplaats Prestatyn in het noorden.

Van noord naar zuid dus. Je begint dan goed met een stevig stuk stijgen en dalen op de onherbergzame heuvels van Clwyd. Deze Clwydian Range is meer upland dan lowland. Na de heuvels komt het brede dal van de Severn, een lang stuk laaggelegen akkerland en treedt je de heuvels van Shropshire binnen. Offa's Dyke is hier steeds de grens tussen de uplands van Wales en de lagere heuvels van de Welsh Borders. Het stuk over de oostelijke 'walvisrug' van de Black Mountains (zie ook 4.2.3) wordt algemeen als zwaarste traject van het hele pad omschreven. Het is een lange en hoge heuvelrug die je moet aflopen, en bij slecht weer geen pretje. Met goed weer zullen de meesten verbaasd zijn dat er over dit traject zoveel ophef gemaakt wordt. Tenslotte komt het pad in de prachtige Wye Valley dat veel weg heeft van een rivierdal in de Ardennen. Een mooi laatste stukje Dyke voert nog vanaf Chepstow naar het uitzicht over Bristol Channel.

De hoofdroute kent een aantal alternatieve stukken, meestal gemaakt om een lastig deel te omzeilen of om extra bezienswaardigheden bij de route te betrekken. De Castles Alternative, de Offa's Wye Frontier en de Diocesan Way zijn alledrie door de Offa's Dyke Association uitgezet.

Omdat Offa's Dyke nogal populair is, is de hoeveelheid accomodatie groot. De hele route is vrijwel op jeugdherbergen te lopen. De kampeerder zal weinig problemen hebben met het vinden van een plekje. De speciale Offa's Dyke Association in Knighton geeft jaarlijks een lijst uit met overnachtingsadressen.

Kaarten en gidsen

Er is nogal wat gepubliceerd over het Offa's Dyke Path. De beste en meest uitvoerige gids is die van C.J. Wright. De gids van Mark Richards beschrijft de route als enige van noord naar zuid en heeft de fraaie Wainwright-stijl: geheel handgetekend. De Offa's Dyke Association geeft zelf speciale kaarten en routebeschrijvingen uit.

Literatuur

Een prachtig komisch boek is 'Three man (not) in a boat' van T. Finn, een idioot reisverhaal over drie kerels die een stuk van Offa's Dyke lopen.



5.1.2 Clwydian Range

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

Deze smalle rug bestaat uit een rij steile heuvels die vanaf de kust in het noorden langzaam in hoogte toenemen tot 554 meter bij Moel Famau. De naam 'moel' maakt veel duidelijk. Het is Welsh voor 'kale heuveltop' en op wat kleine stukken produktiebos na zijn alle heuvels inderdaad kaal. Daarmee behoren de heuvels eigenlijk tot de uplands. De route van het Offa's Dyke Path loopt bijna alle toppen van de Clwydian Range af. Bijgevolg wordt dit als één van de zwaarste trajecten beschouwd: op en neer.

De Range biedt schitterende uitzichten over de Vale of Clwyd. De steilrand van de heuvelrug lijkt een soort verkleinde uitvoering van de steilrand tussen het Alston Block en de Vale of Eden (zie 4.3.2). Beide valleien zijn het gevolg van de aanwezigheid van een geologische breuk. De toppen van de Range zijn Silurisch gesteente en grotendeels begroeid met heide en ruig grasland. De hoeveelheid veen is beperkt. De dalbodem van de Vale of Clwyd bestaat uit veel jongere steenlagen uit het Trias. Naar het oosten toe tref je de overgang naar de gesteenten uit het Carboon: een strook kalksteen, Millstone Grit en tenslotte het steenkoolveld rondom Flint en Wrexham. Ten zuiden van de Clwydian Range bepaalt dit het landschap in de vorm van een fantastische rotskraag van kalksteen aan de westkant van de Eglwyseg Mountain. Onderlangs deze zes kilometer lange witte rotswand loopt het Offa's Dyke Path.

Kenmerkend voor de heuvels van Clwyd zijn de vele 'hill forts'. De steile heuveltoppen waren in prehistorische tijden ideale plaatsen om te verdedigen. Vele aarden ringwallen herinneren aan deze forten.

Plaatsjes liggen uiteraard aan beide zijden van de heuvelrug en zijn evenals de heuvels weinig toeristisch ontwikkeld. Met uitzondering van Rhyl en Prestatyn waar het strandtoerisme enorm is, met alle gevolgen van dien.

Meerdaagse tochten

Naast het Offa's Dyke Path begint in Prestatyn ook de Cestrian Link Way, een verbinding tussen Offa's Dyke Path en de Pennine Way.

Dagtochten

Voor het uitzicht is de klim naar Moel Famau vanuit Ruthin een geliefde bezigheid. Bovenop staat de Jubilee Tower, een vervallen herdenkingstoren uit 1810. De basis van de toren is onlangs enigszins opgelapt en voorzien van panorama-kaarten. Als je wat meer in je mars hebt kun je delen van het Offa's Dyke Path als dagtocht lopen. Bij World's End ligt een Nature Trail.

Leuke punten

Vrijwel in het dorp Dyserth bij Prestatyn ligt een prachtige waterval waar een riviertje over de steilrand valt. Helaas ligt de waterval iets te dicht bij het massatoerisme aan de kust.

De omgeving van Llangollen heeft veel te bieden. World's End is alleen al vanwege de naam een fraai punt. Een schitterend uitzichtpunt is het Castell Dinas Bran. Bovenop een geïsoleerde kalksteenheuvel liggen de restanten van een 12e-eeuws kasteel. Behalve een prachtig overzicht over Llangollen zelf, zie je in het dal van de rivier Eglwyseg de ruïne van Vale Crucis Abbey en de Pillar of Eliseg liggen. Naar de oostkant kijk je uit over de Vale of Llangollen dat overspannen wordt door het fenomenale Pontcysyllte Aqueduct. De brug voert het Shropshire Union Canal 37 meter hoog over het dal van de River Dee. Hoewel het geen right of way is kun je het jaagpad langs het kanaal over het aquaduct volgen.

Kaarten en gidsen

Informatie over de heuvels van Clwyd is beperkt.



5.1.3 Shropshire Hills AONB

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punte - Kaarten, gidsen en literatuur

Als het gaat om variatie en afwisseling spannen de Shropshire Hills wel de kroon. Shropshire, dat tegenwoordig ook wel weer Salop genoemd wordt, bezit ten zuiden van Shrewsbury een groot aantal interessante heuvels die opvallen door hun geïsoleerdheid en steile vormen. De heuvels en heuvelruggen liggen los van elkaar en zijn allemaal weer anders. De boeiende geologische structuur die er aan ten grondslag ligt heeft hier een heel duidelijke relatie met het landschap. De plotseling oprijzende heuvels bestaan uit zeer oude harde gesteenten (van Precambrium tot Siluur), de tussenliggende dalen zijn of jongere gesteenten of breuken. De structuur is duidelijk Caledonisch: de heuvelruggen en dalen lopen van zuid-west naar noord-oost. In de vlakke dalen vind je het rustige boerenland, een lappendeken van velden en akkers, met verspreide dorpen en stadjes. Church Stretton is het centrum van dit gebied.

Dit stadje ligt ingeklemd tussen twee heuvelruggen. In het westen ligt het plateau van de Long Mynd en in het oosten de losse bulten van de Caer Caradoc reeks: Ragleth Hill, Caer Caradoc Hill, The Lawley en de 15 kilometer verderop liggende Wrekin. Beide ruggen bestaan uit precambrisch materiaal, de Long Mynd uit zandsteen en leisteen, de Caer Caradoc reeks uit vulkanisch gesteente. Ditzelfde vulkanisch gesteente komt ook aan de oppervlakte ten noordwesten van de Long Mynd, in een strook van Linley Hill tot aan Pontesford Hill. Het vulkanisch gesteente geeft de heuvels een woest karakter. Verder naar het noordwesten komen de Stiperstones, een heuvelrug met bovenop rotsformaties van lichtgekleurde kwartsiet uit het Ordovicium. Hier vlakbij ligt de opvallende Corndon Hill, een kegelvormige losse heuveltop. Verder naar het noordoosten eindigt de heuvelrugstructuur met de Long Mountain en de rotsige piekjes van de Breidden Hills.

Vanaf Church Stretton naar het zuidoosten, achter de Caer Caradoc reeks, is het landschap zo mogelijk nog grappiger. Aan de overzijde van het Ape Dale ligt de prachtige steilrand van Wenlock Edge. Van Much Wenlock in het noordoosten tot Craven Arms in het zuidwesten ligt hier een kaasrechte kalkstenen klif. De rotswandjes uit het Siluur gaan echter veelal schuil achter een hellingbos. Net achter de klif ligt een langgerekte laagte, Hope Dale, waaruit een tweede steilrand van kalksteen opsteekt. Deze klif is door beekjes doorsneden, zodat een serie losse heuvels is ontstaan. Voorbij het brede Corve Dale dat hier op volgt rijzen twee massieve bulten omhoog, de Clee Hills, geliefd vanwege hun uitzicht.

De meeste heuveltoppen zul je als upland ervaren. Het plateau van de Long Mynd lijkt met zijn begroeing van varens veel op een stukje 'moor'. De Caer Caradoc reeks, de Corndon Hill en de Breidden Hills hebben met hun rotswandjes iets weg van kleine bergen en de rotspunten op Stipperstones doen aan de 'tors' van Dartmoor denken. De naam van de westelijke helling van de Stipperstones  'The Bog'  doet ook het ergste vrezen.

Het Offa's Dyke Path laat de mooiste heuvels van Shropshire links liggen en voert langs het best bewaard gebleven deel van de Dyke over de stille heuvels van het Clun Forest. Deze ronde heuvels bestaan uit afzettingen uit het Siluur en hebben minder interessante kenmerken. Van het Clun Forest is trouwens weinig meer over. Enkele stukken zijn opnieuw aangeplant.

Naast de schitterende structuur van het landschap staat Shropshire ook bekend om de huizenbouw. In de grotere plaatsen liggen de mooiste vakwerkhuizen van Engeland. In de dorpjes in de omgeving zijn vele huizen opgetrokken uit de plaatselijke geel-grijze steensoort uit het Siluur.

De omgeving van Telford is een oud industriegebied. Coalbrookdale is de eerste plaats geweest waar men steenkool ging gebruiken bij de productie van ijzer. Het plaatsje Ironbridge heet zo omdat de brug over de Severn de eerste brug ter wereld met een staalconstructie is.

Evenals in de Clwydian Range zijn ook hier veel van de steile heuveltoppen in prehistorische tijden gebruikt om verdedigingswerken op te situeren. Behalve Caer Caradoc zijn er vele andere 'hill forts'.

Meerdaagse tochten

De Shropshire Way (200) is een prachtige bewegwijzerde rondtocht door Shropshire die veel van de hier beschreven kenmerken aandoet wat het gebied zo mooi maakt: stedelijk schoon van Shrewsbury en Ludlow, industriële oudheid van Ironbridge en platteland afgewisseld met heel aparte heuvels. Het routegidsje beschrijft ook nog twee aansluitingen op het Offa's Dyke Path en suggesties voor dagtochten.

Dagtochten

Het beklimmen van de Shropshire Hills is een geliefde bezigheid, aangezien de uitzichten vaak perfect zijn. Vooral de Clee Hills en de Corndon Hill geven uitgestrekte panorama's bij helder weer. De Long Mynd biedt een prachtige 'ridge-walk', het aflopen van de heuvelrug van begin tot eind. Globaal is dit ook de route van de oude 'Port Way'.

Leuke punten

Veel van de hierboven beschreven verschijnselen zijn te voet goed te bezichtigen. De Wenlock Edge bijvoorbeeld is vrijwel continu met voetpaden te volgen.

De vreemde rotsen van de Stiperstones Rocks zijn een beklimming van de heuvel waard. Rondom het nabijgelegen dorpje Shelve liggen de restanten van oude loodmijnen.

Kaarten en gidsen

Er bestaat een enkel wandelgidsje van het gebied. Met de 1:50.000 kaart kom je ook een heel eind.



5.1.4 Wye Valley AONB en Forest of Dean

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De Wye Valley en het Forest of Dean worden vaak in een adem genoemd. Niettemin zijn het toch twee heel verschillende landschappen. De Wye Valley is een Ardennen-achtige rivier; het Forest of Dean bestaat uit opmerkelijk oorspronkelijke bossen die de mijnbouw-activiteiten van weleer aardig camoufleren.

De bossen liggen namelijk op een steenkoolveld waaromheen andere afzettingen uit het Carboon aan de oppervlakte komen. In de Wye Valley heeft de rivier op enkele plaatsen prachtige kliffen van harde kalksteen gemaakt. Op zich is het vreemd dat de rivier Wye zich een weg zoekt door de Carboonafzettingen. Een blik op de kaart leert dat de rivier veel gemakkelijker ten noorden van het Forest of Dean door had kunnen steken naar de River Severn. De verklaring voor de moeilijke weg van de Wye is dat de rivier vroeger over een plateau naar de zee stroomde en aldus begon te meanderen. Bij het steeds dieper insnijden van de rivier bleken er in de ondergrond enkele stevige Carboonlagen te liggen. De loop van de rivier kon zich toen niet meer wijzigen. De gootste meanders liggen nu vooral ten noorden van Monmouth. Steile beboste hellingen en weilanden op de vlakkere delen langs de rivier wisselen elkaar af en maken het dal van de Wye tot een van de fraaiste rivierdalen van Groot Brittannië. In het dal worden regelmatig otters en ijsvogels waargenomen. De invloed van de zee is tot Bigsweir Bridge merkbaar en voegt daar nog een extra element aan het rivierdal toe. De wandelaars op het Offa's Dyke Path en de Wye Valley Walk kunnen hier urenlang genieten.

Naar het noorden toe wordt het Wye-dal breder. In deze streek rond Ross-on-Wye en Hereford merk je aan de rode akkers dat het Old Red Sandstone hier in de ondergrond zit. Op sommige plaatsen liggen steensoorten uit het Siluur bloot en tref je dezelfde verschijnselen aan als bij Wenlock Edge (zie 5.1.3). Rond het plaatsje Woolhope liggen in concentrische cirkels twee steilranden met rotskragen van kalksteen. May Hill, ten noordoosten van het Forest of Dean vertoont ook dergelijke kenmerken.

Het Forest of Dean was in de vorige eeuw het toneel van kleinschalige ijzersmelterijen. Sinds de Romeinen werd hier al ijzererts gewonnen in de kalksteen-lagen die aan de randen van het gebied liggen. In de 17e eeuw werd houtskool gebruikt in de ijzersmelterijen en pas in de 19e eeuw ging men over op steenkool. Begin deze eeuw verdwenen de smelterijen. Ondanks dat vele gebouwen, schoorstenen en spoorlijntjes afgebroken zijn is er nog steeds veel te zien voor wie tussen de bossen gaat zoeken. Kenmerkend zijn de 'ponds', de kleine stuwmeertjes die voor voldoende water voor de watermolentjes zorgden, en de schachten en groeves waar men ijzererts en steenkool dolf. Op zich is het al heel bijzonder dat een dergelijk industriegebied weer helemaal teruggevallen is tot een groot bosgebied.

Beide gebieden zijn landschappelijk bijzonder aantrekkelijk en daardoor razend populair bij de Britten. Sommige attractiepunten zoals Tintern Abbey en Symonds Yat kun je daarom misschien beter mijden.

Meerdaagse tochten

De Wye Valley Walk (80) loopt van Chepstow tot Monmouth parallel aan het traject van het Offa's Dyke Path. Ten noorden van Monmouth wordt de meanderende rivier verder gevolgd tot aan Hereford. Een van de alternatieven van Offa's Dyke, de Offa's Wye Frontier (98), maakt dankbaar tot aan Hereford van de Wye Valley Walk gebruik en steekt dan door naar Kington.

Dagtochten

In de Wye Valley zijn delen van het Offa's Dyke Path en de Wye Valley Walk prima als dagtocht te lopen. Daarnaast heeft de kronkelende rivier vrijwel overal een right of way over de oever lopen, waardoor eenvoudige wandelingen mogelijk zijn.

In het Forest of Dean zijn vele Forest Trails uitgezet.

Leuke punten

In het dal van de Wye liggen een aantal bekende kalksteen-kliffen, die tevens uitzichtspunt zijn: onder andere Wintour's Leap, Wynd Cliff, Lover's Leap en Devil's Pulpit. Vanaf deze laatste rotspunt heb je trouwens een schitterend uitzicht op de ruïne van Tintern Abbey. Deze majestueus gelegen abdij bepaalt het hele beeld van het dal.

Een ander beroemd uitzichtspunt is Symonds Yat, ten noordoosten van Monmouth. Het is helaas een supertoeristisch plekje. Bij de nabijgelegen King Arthur's Cave is het meestal wel iets rustiger.

De omgeving van het dorpje Woolhope is landschappelijk zeer uniek.

May Hill is de beste uitzichtsheuvel van de omgeving met een prachtig overzicht over de Vale of Gloucester en de monding van de Severn.

De restanten van de mijnbouw en ijzersmelterijen aan de randen van het Forest of Dean zijn vooral rondom het rivierdalletje van de Soudley Brook, bij de dorpjes Upper en Lower Soudley, goed te bewonderen.

De ruïnes van een voormalige Romeinse tempel en mijn bij Lydney, aan de zuidkant van het Forest of Dean, zijn fraai gelegen. De uitloper van de heuvels geeft een uitstekend uitzicht op de brede Severn-monding.

Kaarten en gidsen

De Outdoor Leisure Map Wye Valley & Forest of Dean beslaat een groot stuk van het hier beschreven gebied. Er bestaan diverse gidsjes.



5.1.5 Malvern Hills AONB

Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De Malverns vormen een kleine maar opvallende rug van heuvels op de oostelijke rand van de Welsh Borders ter hoogte van Hereford. Vanuit de Vale of Gloucester, het brede dal van de Severn, rijzen ze abrupt op tot 400 meter hoogte. Aldus vormen ze een markant element in het omringende landschap. Ondanks de geringe hoogte geven de heuvels fantastische vergezichten. In het oosten tot aan de Cotswolds, in het westen tot aan de Black Mountains. Men zegt dat je op een heldere dag zelfs Plynlimon en de Mendips kunt zien liggen, allebei 100 kilometer ver weg.

De heuvelrug lijkt veel op een aantal heuvelruggen van Shropshire. Net als deze bestaan de Malverns uit pre-cambrisch gesteente, in dit geval gneiss. De laagten tussen de heuvels verraden de ligging van een aantal breuken. Hierdoor lopen de wegen die de heuvelrug oversteken. Ten westen van de heuvels komen kleine stukken met rotsen uit het Cambrium en Siluur voor, die bij Ledbury onder de Old Red Sandstone wegduiken.

Dagtochten

Vanuit de tegen de heuvels aanliggende plaats Great Malvern zullen velen zich op een mooie dag naar boven bewegen voor de uitzichten. Met name het zuidelijke deel van de rug is meestal rustiger.

In een schitterende dagtocht (15 km) zou je de hele heuvelrug van noord naar zuid kunnen aflopen. Waarschijnlijk wordt dit een onderdeel van de geplande Worcester Way.

Leuke punten

Mooie plekjes zijn het prachtig bewaard gebleven hill fort op Herefordshire Beacon en het grappige dalletje The Gullet.

Kaarten en gidsen

Er bestaat een wandelgidsje van de Malverns.



5.2 The Cotswolds AONB

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De Cotswolds hebben het meest stereotype landschap van Engeland. In feite is het één groot smetteloos parklandschap van dorpjes, weiden en akkers, landhuizen, cottages, bossages en verspreide bomen. Alles even keurig en netjes. Menige Brit droomt er van zo'n schattig huisje te bezitten en zich in de weekenden te verpozen met het onderhoud van de tuin. Het zal duidelijk zijn dat dat niet voor iedereen is weggelegd. Maar wandelen in de Cotswolds mag iedereen en is misschien nog wel de beste manier om van de rijkdom van de Cotswolds te genieten.

De golvende heuvels van de Cotswolds behoren net als de North York Moors tot een gordel van Jura-gesteenten. Belangrijkste steensoort in de Cotswolds is een oölitische kalksteen met een bijzondere geel-bruine kleur. Het is een hard gesteente, in ieder geval harder dan enkele onderliggende kleisteenlagen. Evenals in de North York Moors heeft dit tot gevolg dat de heuvels een abrupte steilrand ('scarp') hebben. Vanuit Oxford gezien nemen de golvende heuvels van de Cotswolds langzaam in hoogte toe tot ongeveer 300 meter. Deze overgang is vloeiend. De noordwestelijk gerichte steilrand is daarentegen de belangrijkste karakteristiek van de Cotswolds, de plek waar blijkt dat je met flinke heuvels te maken hebt. Bovenop de steilrand is het continu genieten van de wereld beneden je, de steden en dorpjes in de Vale of Gloucester. Niet voor niets volgt de Cotswold Way zoveel mogelijk deze rand van begin tot eind. De Cotswold Way lijkt daarmee een soort gecultiveerde Cleveland Way: ook hier volg je steeds de zoom van de heuvels, maar in plaats van kale moors loop je door rijk cultuurland.

Een ander verschil met de North York Moors is dat de rand van de Cotswolds meer onderbroken is. De geologen spreken bij de Cotswolds over een zich terugtrekkende steilrand. Eenvoudig gezegd: door snellere erosie van de onderliggende kleisteenlagen wordt de kalksteenlaag op den duur ondergraven en stort in. Hetzelfde verschijnsel tref je aan bij watervallen in de Pennines. Het terugtrekken van de steilrand gebeurde niet overal gelijkmatig, met als gevolg dat de steilrand geen rechte lijn is. Af en toe liggen er vooruitstekende punten. Het fraaiste bewijs zijn de prachtige ronde heuvels die voor de steilrand liggen: restanten uit de tijd dat de steilrand veel verder naar het noordwesten lag. Robin Wood's Hill, tussen de woonwijken van Gloucester, is er een voorbeeld van, evenals de markante Bredon Hill, midden in de Vale of Gloucester.

De Cotswolds vertonen vele sporen van vroegere bewoners. Nabij de steilrand liggen enkele beroemde prehistorische grafkamers. In die van Belas Knap zijn 36 skeletten gevonden. Vanzelfsprekend waren enkele steile heuvels zeer geschikte locaties voor het aanleggen van 'hill forts'. De aanwezigheid van de Romeinen blijkt uit het aantal kaasrechte wegen (o.a. de Foss Way) en de restanten van romeinse nederzettingen ('villa's'). Hiervan is de Romeinse badplaats Bath natuurlijk zeer bekend.

De geel-bruine oöliet werd en wordt op veel plaatsen langs de steilrand gedolven voor de bouw. De Cotswolds staan er om bekend dat de huizen allemaal uit deze ene steensoort opgetrokken zijn. Dit gegeven maakt de dorpjes en gehuchtjes in de Cotswolds zo uniek: de bebouwing is in perfecte harmonie met het landschap. Momenteel kennen de meeste plaatsjes verordeningen die dit karakter in stand moeten houden. Het is verboden om bij de bouw andere stenen te gebruiken dan de warme goudkleurige kalksteensoort.

De rijkdom van de Cotswolds stamt uit de tijd dat de heuvels vol stonden met schapen. Wol was in die dagen een veel gevraagd product. Veel dorpjes kenden wolweverijen en -spinnerijen aangedreven door waterkracht. Sommige van deze 'mills' zijn nu omgebouwd tot woning. De vele meertjes in de dalen herinneren aan de dagen van de 'mills'. Het hele gebied is door de wol tot grote welvaart gebracht en tot de dag van vandaag worden de Cotswolds bewoond door de beter gesitueerden. Cheltenham, onderaan de steilrand, is een van de rijkste steden van Groot Brittannië. Wat vooral opvalt is de afwezigheid van grote industrieën in de Cotswolds. Het land is altijd agrarisch gebleven, al is de schapenteelt sterk afgenomen.

Zoals je kan verwachten van cultuurland, lopen er veel verharde wegen. Paden door de velden zijn er genoeg, veelal langs de vervallen muurtjes van de grote akkers en weiden. Deze grootschaligheid van de percelen kan soms lastig zijn. De paden zijn vaak lang en hebben weinig aftakkingen. Een eenmaal ingezette route bekorten zal niet altijd even makkelijk gaan of uitdraaien op wandelen over asfaltweggetjes. Zo herinner ik me een wandeling waarbij ik, doordat een pad onvindbaar bleek, geen andere keus had dan een heel eind langs een drukke A-weg te lopen.

Gezien de schoonheid van het landschap mag je rekenen op drukte tijdens de hoogtijdagen. De steilrand bij de grote plaatsen ligt voor sommige mensen zelfs in het bereik voor een avondwandelingetje.

Meerdaagse tochten

De Cotswold Way (161) was een van de eerste niet-officiële lange afstandspaden die zich in grote bekendheid mocht verheugen. Dat is zo gebleven. De route is bewegwijzerd en er bestaan meerdere gidsjes van. Van Chipping Camden in het noorden tot Bath in het zuiden voert het pad je over de rand van de heuvels, waarbij je met alle hierboven genoemde kenmerken van de Cotswolds kennismaakt. Het is wandelen door cultuurland, maar onderschat de heuvels niet. Regelmatig daal je de steilrand af om hem even verderop weer op te klimmen.

De Bristol Countryway (130) die een halve cirkel om de stad Bristol trekt loopt een gedeelte parallel met het laatste stuk van de Cotswold Way (zie ook 5.3).

Dagtochten

Bredon Hill is een heuvel die vraagt om beklommen te worden vanwege de geïsoleerde ligging en het uitzicht. Bovenop liggen de wallen van een fort op een vooruitstekende punt, een 'promontory fort'.

Het voormalige kanaal in het dal van de rivier Frome bij Stroud biedt prachtig wandelen over het oude jaagpad. Het dal ligt vol met overblijfselen van de wolindustrie. Bij Sapperton verdwijnt het oude kanaal in een tunnel. Ten zuiden van Cirencester kun je stukken van het oude kanaal weer oppikken en nog helemaal volgen tot aan de Thames.

De Cotswold Way kan een goed uitgangspunt zijn voor het maken van dagtochten. Het pad loopt langs voldoende grote plaatsen die een terugtocht met openbaar vervoer mogelijk maken.

Daarnaast zijn er voldoende beschreven dagtochten in de vele gidsjes.

Leuke punten

Langs de Cotswold Way kom je veel tegen. Allereerst de Broadway Tower, een vreemde toren bovenop een heuvel. Een idioot heeft het voor zijn vrouw laten bouwen rond 1800. De monumenten bovenop de heuvels bij North Nibley en Hawkesbury zijn al even curieuze torens.

De prehistorische grafkamer van Belas Knap krijgt een vervolg met Hetty Pegler's Tump bij Nympsfield.

Cleeve Hill, ten noorden van Cheltenham, heeft behalve een prachtig uitzichtspunt een fraaie rotswand, Cleeve Cloud. Dit is vrijwel de enige plek waar de oöliet-rots echt uitsteekt. Even zuidelijker, bij Leckhampton Hill tref je weliswaar enorme rotswanden, maar dit zijn overblijfselen van de enorme steengroeve die in 1925 na een aantal ongelukken werd gesloten. Een ogenschijnlijk natuurlijke pilaar op de heuvelrand, de Devil's Chimney, is dan ook door de mijnwerkers gemaakt. Desalniettemin is het een fraai gezicht.

Het dal van de rivier Coln staat bekend om de fraaiste dorpjes van de Cotswolds. Bibury spant de kroon. Hogerop in het dal liggen de restanten van een romeinse 'villa'.

Zowel bij Westonbirt als bij Batsford ligt een arboretum. Het aantal opengestelde landgoederen en parken is overigens groot.

Kaarten en gidsen

De OS heeft enkele jaren geleden de Tourist Map serie uitgebreid met een kaart van de Cotswolds op die onmogelijke schaal van 1:63.360. Voor je portemonnee is het een mooie kaart, want het hele Cotswolds AONB ligt op maar liefst zes bladen van de 1:50.000 serie. Wandelgidsjes van de Cotswolds zijn er te over.

Literatuur

Lorie Lee: Cider with Rosie.



5.3 Mendip en Quantock Hills AONB

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De heuvels ten zuidwesten van Bristol zijn zeker geen gelijkvormige groep. In ieder geval verschillen de aanwezige steensoorten enorm. Wat de heuvels echter gemeen hebben is hun abrupte oprijzen uit het omliggende land. Tussen de Mendips en de Quantocks ligt de Somerset Plain: uitgestrekte stukken land, zo plat is als een dubbeltje. Een soort polderlandschap dat de Hollander niet vreemd zal voorkomen. Rechte afwateringskanalen voeren het vele water naar zee. En midden in die vlakke polder liggen af en toe wat heuveltjes die je niet kunt missen. Hoog zijn ze niet, maar hun voorkomen is zo abrupt en dramatisch dat ze plaatselijk vaak 'eiland' genoemd worden en prachtige uitzichten bieden. Het beklimmen van de meest bekende, het Isle of Avalon bij Glastonbury, is een openbaring.

De randen van het vlakke land met de her en der liggende puisten wordt gevormd door twee heuvelgroepen, de Mendips en de Quantocks. De Mendips kun je zien als een voortzetting van de heuvels van de Cotswolds, de Quantocks zijn een vervolg op de Exmoor. Geologisch zijn het zeer interessante gebieden, met name de Mendips en de streek ten noorden daarvan. Omdat hier de invloed van de drie perioden van gebergtevorming vrijwel even groot is geweest, is de geologische struktuur zeer ingewikkeld. Je kunt rondom Bristol dan ook vrijwel alle in Engeland voorkomende steensoorten tegenkomen. Alleen al de hoeveelheid verschillende soorten die bij de huizenbouw gebruikt zijn is enorm.

Enkele heuvels zoals Dundry Hill zijn geïsoleerde uitlopers van de Cotswolds: oöliet-kalksteen bovenop zachte kleisteenlagen. Het meest opvallend is echter de harde kalksteen (limestone) uit het Carboon. Overal waar deze steensoort opdoemt, vormt ze hooggelegen land, zoals de heuvelrug tussen Bristol en Clevedon en de rug van de Mendip Hills. Uiteraard vertonen deze heuvels de fraaie kalksteen-verschijnselen zoals je in de Yorkshire Dales en de White Peak vindt. Daarnaast tref je op het kale karst-plateau van de Mendips enkele onopvallende heuveltoppen aan die uit rode zandsteen uit het Devoon bestaan. Naar het westen toe wordt de Mendip-rug meer en meer onderbroken en rijzen er nog slechts losliggende kalksteenheuvels uit het vlakke land en de zee op. Het eilandje Steep Holm is de laatste stuiptrekking van de harde kalksteen van de Mendips.

De puisten in het vlakke land tussen de Mendips en de Quantocks zijn geologisch niet zo oud en bezitten dezelfde structuur en kenmerken als de Cotswolds. In feite zijn het restanten uit de Jura-tijd toen het hele gebied onder een laag kleisteen en oöliet lag. Hoewel niet alle heuvels even mooi rond zijn als die van Glastonbury en Brent Knoll is de verhouding tussen de hoeveelheid klimmen en het uitzicht fenomenaal. Vooral de steile hellingen van de oprijzende heuvels aan de zuidkant van het Somerset Plain hebben soms fraaie hellingbossen.

Met de Quantocks eindigt het laagland van de Somerset Plain. Deze heuvels rijzen op uit het vlakke land tot de zelfde 300 meter hoogte als de Mendips. Ditmaal is de limestone afwezig en ligt er voornamelijk leisteen uit het Devoon aan de oppervlakte. Hoewel de Quantocks door een breuk zijn gescheiden van de Exmoor, bezit ze dezelfde structuur. De plaats van de geologische breuk is de oorzaak van de westelijke steilrand van de Quantocks.

Als er één reden is om in dit gebied te gaan wandelen is het wel vanwege de uitzichten. Wie de 1:50.000 kaarten bestudeert valt de grote hoeveelheid grappige heuvels en steile randen meteen op. Helaas is het plateau van de Mendips nogal karig bedeeld met right of way's. Veel van de losliggende heuvels bezitten wel voetpaden. En ook de Quantocks kennen geen gebrek aan paden.

De heuvels zijn vrijwel allemaal kaal en neigen naar het karakter van kale moors met ruig grasland. Vooral voor de Quantocks geldt dat. De hellingen en dalen hiervan zijn echter opvallend bebost. Het Mendip-plateau lijkt met haar ommuurde weilanden erg veel op het muurtjes-landschap van de White Peak. Behalve enkele hellingbossen zijn er bovenop het plateau slechts wat aangeplante naaldbossen.

Meerdaagse tochten

De Somerset Way (174) doorkruist het hele hier beschreven gebied en verbindt de South West Way in Minehead met de Cotswold Way in Bath. De route geeft daarmee een aardige impressie van deze streek. Zowel de Quantocks, de polders en puisten van de Somerset Plain, als de Mendips worden aangedaan.

De zuidelijke rand van de heuvelrug van de Mendips kun je aflopen via de West Mendip Way (48). De route loopt van Wells naar de kust en verbindt enkele van de mooiste plekjes in de Mendips. Met het Limestone Link Path (64) kun je in de toekomst de route koppelen aan de Cotswold Way.

Zoals de Bristol Countryway (130) van de Cotswold Way gebruik maakt, zo pikt deze halve cirkel rondom Bristol ook een stukje West Mendip Way mee.

Tenslotte de Avon Walkway (48), een eenvoudige wandeling door het dal van de rivier Avon over rivieroever en jaagpad. Behalve een grote variatie aan landschappen, voert de route ook dwars door Bristol en Bath, waardoor een portie industriële archeologie aan de route wordt toegevoegd.

Dagtochten

Bekende toppers zijn de beklimming van de Glastonbury Tor en de Brent Knoll, waarbij de laatste wellicht rustiger is. De beklimming van de Quantock heuvels vanuit de oostelijke dalen is prima als dagtocht te doen. In de Quantocks ligt een nature trail bij het Fyne Court Visitor's Centre, ten westen van Bridgwater.

Er bestaan diverse nature trails in de Mendips langs de kloven Cheddar Gorge, Ebbor Gorge, Brockley Combe en in het prachtige plaatsje Wells.

Bij Clevedon ligt ook een nature trail op de kalksteenrug. Helaas is deze rug nogal verpest door de M5-autosnelweg.

Stukken van de Avon Walkway, met name het jaagpad langs het kanaal tussen Bradford-on-Avon en Bath, lenen zich uitstekend voor dagtochten.

Leuke punten

Aan de rand van het plateau van de Mendips liggen de mooiste stukken. De Cheddar Gorge, Burrington Combe, Ebbor Gorge en Brockley Combe zijn allen prachtige droge kloven ontstaan door het instorten van ondergrondse waterlopen. In de rotswanden zitten veel grotten, waarvan sommige in prehistorische tijden bewoond werden, zoals de Wookey Hole bij het gelijknamige dorpje. Behalve de grotten zijn er uiteraard nog andere prehistorische plaatsen. Bekend zijn de grafheuvels bij Priddy en de Stanton Drew Stone Circles ten zuiden van Bristol.

Aan de kust bij Weston-super-Mare eindigen de Mendips in een drietal heuveltjes die het Bristol Channel insteken: Brean Down, Whorlebury Hill, Sand Point. De kliffen contrasteren mooi met de enorme zandstranden, maar Weston-super-Mare staat wel bekend als een drukke badplaats.

De hoogste kalksteen-kliffen liggen bij Bristol, waar de rivier Avon door de bijna 100 meter dikke steenlaag heeft gesneden. Deze enorme kloof, de Avon Gorge, wordt overspannen door een fraaie hangbrug uit de vorige eeuw, de Suspension Bridge. Verderop is de kloof een natuurreservaat.

Ten zuiden van Wells, het stadje met de schitterend gelegen kathedraal, liggen bij North Wootton enkele wijngaarden. In de 12e en 13e eeuw is het aantal wijngaarden in Zuid-Engeland veel groter geweest. Het enige dat is gebleven, is de Engelse passie voor wijnmaken.

Glastonbury Tor, de markante heuvel van Glastonbury, is getooid met de overblijfselen van een kerk uit de 15e eeuw. Dit eiland van Avalon is verbonden met de legendes van de heilige graal en die van koning Arthur.

Kaarten en gidsen

Behalve met een aantal wandelgidsjes van het gebied kun je ook met de 1:50.000 kaarten een heel eind uit de voeten.

Literatuur

Marion Bradley's 'Mists of Avalon' handelt over de geschiedenis en legendes van King Arthur en het Isle of Avalon.



5.4 The Chalklands

North Downs - South Downs - Ridgeway - Salisbury Plain & Hampshire Downs - Dorset Downs - The Wolds

Een groot deel van zuid-oost Engeland bestaat uit krijtheuvels. Dezelfde krijtrotsen die je ziet als je met de boot in Dover aankomt: the White Cliffs of Dover. Landinwaarts vormen de krijtheuvels vier langgerekte heuvelruggen die bij elkaar komen in een hoogvlakte, de Salisbury Plain. Deze heuvels van zachte kalksteen, de Chalklands, vertonen grote landschappelijke overeenkomsten. Zelfs in de Wolds in Yorkshire, waar de krijt weer opduikt en een heuvelrug vormt, vind je deze kenmerken weer terug.

De heuvelruggen hebben van oudsher altijd als vestigingsplaats en verkeersader gediend. In de tijd dat een groot deel van laag Engeland uit ondoordringbare moerasbossen bestond, vormden de beboste heuvelsruggen de voor de hand liggende wegen: hoog en droog. Momenteel zijn de ruggen goed voor vier officiële lange afstandspaden, de Wolds Way, de South Downs Way, de North Downs Way en de Ridgeway. De laatste twee volgen de lijn van eeuwenoude doorgaande routes.

Op de plaats waar de oude routes samenkwamen, de Salisbury Plain en de Hampshire Downs, ontstond in prehistorische tijden een centrum van bewoning. Behalve de beroemde plaatsen Stonehenge en Avebury zijn er ontelbare overblijfselen hiervan die het gebied zeer interessant maken. De prehistorische mens maakte vooral gebruik van de in de kalksteen aanwezige vuursteen voor gebruiksvoorwerpen.

In het geologische Krijt-tijdperk werd geheel zuid-oost Engeland bedekt met zeer kalkrijke afzettingen. Tijdens de Alpidische plooing is deze horizontale laag van afzettingen vervormd. Bij London en in East Anglia is ze ver weggezakt en liggen er jongere lagen overheen. Tussen de North en South Downs is de krijtlaag omhooggekomen en later weggeërodeerd. Hier vind je nu de oudere afzettingen van de Weald (zie 5.5).

Kenmerkend voor de zachte kalksteen is dat stromend water er weinig vat op heeft. Het water zakt er gewoon doorheen. Rivieren en beekjes zijn een zeldzaamheid in de krijtheuvels, maar je treft er wel veel droge dalen aan. Omdat het water wegzakt biedt de kalksteen opvallend veel weerstand tegen erosie. Dat verklaart eigenlijk het bestaan van de krijtheuvels met hun steilranden.

De krijtrots laat maar weinig bodem toe. Wanneer je over een grasveld loopt zie je de witte kalk tussen de grassprieten doorschijnen. Grote weiden met veelal schapen zijn typerend voor de kalkbodems. Het zijn ook vaak uitgelezen plaatsen voor een rijke flora. Zelfs in de nabijheid van London kun je op de North Downs nog heel wat zeldzame plantesoorten tegenkomen. Daarnaast zijn grote stukken bebost, meestal met (oorspronkelijke) beukenbossen. Deze typering gaat vooral op voor de Chiltern Hills en de North en South Downs.

De Salisbury Plain met de omliggende downs en de Yorkshire Wolds hebben op veel plaatsen dunne lagen klei en grind bovenop het krijt liggen. In omgeploegde akkers valt vaak de enorme hoeveelheid vuurstenen op. Deze stukken hebben meer bodemvorming en zijn daarom veel meer ontgonnen. De bossen zijn vrijwel afwezig en je loopt er over kale heuvels tussen enorme percelen weiland of akkerland met wuivend graan.

Sommige beukenbossen stralen nog wat van het karakter van de oorspronkelijke begroeing van de krijtheuvels uit. Daarbuiten is het geheel cultuurland. Fraai cultuurland meestal, een typisch Engelse harmonie van boerenland, parken en bossen op de golvende heuvels - de Engelsen spreken over 'rollende heuvels' - en schitterende dorpjes en landhuizen in de dalen. Ondanks dat de grote steden net als bij ons met enorme woonwijken uitgegroeid zijn tot weinig aantrekkelijke gebieden, zijn de dorpjes in deze contreien nauwelijks verpest door nieuwbouw. Voor een wandelaar die van cultuurmonumenten houdt is het wandelen door de dorpjes en landgoederen van de 'Chalklands' puur genieten.

De kalkheuvels zijn zeer geliefd wandelgebied voor de grote bevolking van zuid-oost Engeland. In dit dichtbevolkte deel van Groot Brittannië vormen de heuvelruggen een relatief natuurlijk en onbewoond terrein. De hogere ligging draagt ook behoorlijk aan dit karakter bij. Je kunt op vele plaatsen prachtig langs de steilrand van de 'downs' lopen en letterlijk neerkijken op de beschaafde wereld met de enorme woonwijken, industrieterreinen en het gekrioel van het verkeer. De naam 'down' voor een heuvel lijkt overigens nogal tegenstrijdig, aangezien wij 'down' met 'laag' en 'beneden' associëren. Maar denk aan het nederlandse woord 'duin' en je hebt de oplossing.

Zwaar lopen is het hier niet. De meeste paden worden door de hoeveelheid wandelaars goed in stand gehouden. Het enige onheil dat je kan overkomen is een modderig of glad pad. Bij nat weer willen bepaalde stukken waar de kalk en klei zich vermengd hebben wel eens erg glibberig zijn. Bij een korte steile klim kan dit je aardig opbreken.



5.4.1 North Downs Way

Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De North Downs Way (227) begint meteen als je van de boot afkomt in Dover. Ze volgt de heuvelrug die hier aan de kust begint en vlak onder London door loopt tot aan Farnham, waar de rug zo smal is geworden dat ze in het landschap nauwelijks meer opvalt. Officieel begint het pad echter in Farnham. Een groot deel van de route loopt gelijk op met de oude Pilgrims' Way, een pelgrimsroute van Winchester naar Canterbury. Het oostelijk uiteinde van de route in Kent heeft dan ook naast de route over de rand de Downs via Folkestone naar Dover een noordelijke variant via Canterbury.

Dat Kent trouwens een voortzetting is van Noord-Frankrijk blijkt niet alleen uit de krijtheuvels, maar ook uit de vele boomgaarden (cider) en de verbouw van hop met de typische eesthuizen waar de hop gedroogd wordt.

De krijtheuvels van de North Downs vormen de noordrand van 'The Weald'. Ten noorden van de Downs lopen de krijtlagen af en verdwijnen onder London. Naar het zuiden toe steken de krijtlagen uit waardoor de North Downs een opmerkelijke steilrand heeft die zuidwaarts is gericht. Op de variant via Canterbury na volgt het pad steeds deze steilrand, af en toe bovenop, dan weer onderlangs. Aldus heb je zo nu en dan prachtige uitzichten.

Een groot deel van de route voert tussen dichtbevolkte gebieden door. Ondanks dat is het relatief rustig lopen. De heuvels zijn gevrijwaard van grootschalige bebouwing en veel verharde wegen. De aanwezige drukke (snel)wegen lopen in de dalen en steken hoogstens door de heuvelrug heen. Ten zuiden van London loop je echter geruime tijd gelijk op met de nieuwe snelweg rond London, de M25. En wanneer de spoortunnel onder het Kanaal gereed komt zal er een nieuwe snelle spoorverbinding tussen Folkestone en London worden aangelegd. Hoewel er veel tegenstand is van de bevolking is de kans vrij groot dat het trajekt tussen de rivier Medway en Folkestone ook pal langs de North Downs Way komt te liggen.

Vooral de heuvels ten zuiden van London worden druk bezocht door dagjesmensen. De meeste bezoekers zijn geconcentreerd rond een aantal attractiepunten zoals Newlands Corner bij Guildford, Box Hill Country Park bij Dorking en Colley Hill bij Reigate. Met mooi weer zijn er ook aardig wat wandelaars. Toch heb je er als lange afstandswandelaar relatief weinig last van.

Dagtochten

Gezien de nabijheid van vele steden en wegen is het goed mogelijk de North Downs Way in dagtochten te lopen. Vooral het deel ten zuiden van London zou zich hier goed voor lenen.

Overigens zijn de mogelijkheden in dit gedeelte erg groot. Behalve de vele paden zijn sommige terreinen overal vrij toegankelijk en kun je naar hartelust zwerven door het parklandschap.

Leuke punten

Goede uitzichtspunten zijn Martha's Hill, Box Hill en Holly Hill.

Kit's Coty Burial Chamber bij Chatham is een imposant hunebed op een nogal onverwachte plaats.

Bij het dorpje Wye ligt een prachtig droog dal in de steilrand, Devil's Kneeding Trough genaamd. Het is een druk bezocht natuurreservaat. Meer naar het oosten liggen rustigere dalen die hier nauwelijks voor onder doen. Het kustpad aan weerszijden van Dover kent fraaie stukken met meer dan honderd meter hoge kliffen. Bij helder weer kun je de krijtkust van Frankrijk (Cape Blanc Nez) zien liggen.

Kaarten en gidsen

Van de North Downs Way zijn meerdere gidsen verkrijgbaar. Van gidsjes met dagtochten vind je ook een ruime sortering.

Literatuur

De Canterbury Tales van Chaucer is natuurlijk het boek voor een tocht op de North Downs Way. De pelgrims vertelden elkaar vroeger dergelijke verhalen.



5.4.2 South Downs Way

Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De South Downs Way (128) is een soort tegenpool, een soort spiegelbeeld van de North Downs Way. De route start hier wel aan de kust, bij Eastbourne. Er is zelfs een alternatief die enkele kilometers de spectaculaire kliffen langs de kust volgt. Van Eastbourne tot vlak bij Petersfield loop je steeds over de steilrand van de South Downs, die continu uitzichten geeft op 'The Weald'. De steilrand is in de South Downs namelijk noordwaarts gericht. Aan de andere kant zul je regelmatig uitzicht hebben op de zee, die vooral in het begin van de route steeds dichtbij is.

In tegenstelling tot de North Downs zijn de South Downs rustiger. Dorpjes in de Downs zijn een zeldzaamheid, de bewoonde wereld ligt onderaan de steilrand en langs de kust. De heuvelrug wordt slechts onderbroken door enkele wegen en rivierdalen. Bovenop de heuvels is het kaal, hetgeen enerzijds de uitzichten ten goede komt, maar anderzijds de wandelaar blootstelt aan de elementen. Met de nabijheid van de kust kan het er goed waaien. Ten westen van het dal van de Arun lopen de Downs verder van de kust af en zijn de heuvels meer bebost. De South Downs worden hier iets breder en in de dalen liggen hier enkele dorpjes.

De South Downs is officieel ook toegankelijk voor ruiters, daar het overal een 'bridleway' is. Het gekke is alleen dat de route eigenlijk nooit is afgemaakt. Het eindpunt ligt bij het onaanzienlijke dorpje Buriton. Er bestaat dan ook al jaren een 'South Downs Way Extension' (45) die   alleen voor voetgangers   gewoon doorloopt over de downs tot aan de fraaie kathedraal van Winchester.

Dagtochten

Evenals de North Downs Way is het voor een stevige stapper zeer wel mogelijk de South Downs Way in dagetappen op te delen met openbaar vervoer aan begin en eind.

Leuke punten

De Seven Sisters vormen een prachtig stukje kust aan het begin van de South Downs bij Eastbourne. De golvende krijtheuvels zijn kaasrecht afgesneden door de zee. Het gevolg is een aantal unieke ondulerende kliffen.

Ten noorden hiervan is in de steilrand van de South Downs de 'Long Man of Wilmington' uitgehakt. Over de herkomst van de in de witte kalk getekende 'long man' is nagenoeg niets bekend. Volgens sommigen is het een afbeelding van Wodan.

Een van de bekendst uitzichtpunten is de Ditchling Beacon, ten noorden van Brighton. Evenals de Seven Sisters is het een vrij toegankelijk terrein, waar je dus buiten de paden mag komen.

Zowel Cissbury Ring als Chanctonbury Ring zijn prehistorische forten, waarvan de eerste door haar omvang de meest indrukwekkende is. Chanctonbury valt vooral op omdat in 1760 een lokale boer een beukenbos in het voormalige fort geplant heeft. De statige groep beuken is nu een markant punt aan de South Downs Way.

Bij het dorpje Bignor heeft een romeinse dorp nederzetting gelegen. Van de romeinse weg Stane Street die van hier naar de romeinse stad Chicester aan de andere zijde van de Downs liep, is op sommige plaatsen nog veel terug te vinden. Deze stukken zijn (nog steeds) een right of way.

Bow Hill ten noordwesten van Chichester is een aardig uitzichtspunt. Vlakbij ligt het Kingley Vale Nature Reserve met het oudste Taxus-bomen in Europa.

Kaarten en gidsen

Zowel van de South Downs Way als van dagtochten op de Downs bestaan een aantal gidsjes.

Literatuur

William Horwood heeft in navolging van Richard Adams boek 'Watership Down' een roman over mollen geschreven: Duncton Wood. Dit beukenbos op de steilrand ten zuiden van Duncton aan de South Downs Way, is de thuisbasis van de 'hoofdmol' uit het boek. Daarnaast worden nog andere reëel bestaande plaatsen in Groot Brittannië gebruikt, onder andere rondom Uffington aan het Ridgeway Path.



5.4.3 Ridgeway Path

Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur - Tochtverhaal

Het Ridgeway Path (143) loopt over de North Wessex Downs en de Chiltern Hills van Overton tot Ivinghoe Beacon. De meeste mensen lopen van west naar oost. De naam is ontleend aan de oude prehistorische 'ridgeway', letterlijk: de weg over de heuvelrug. Schattingen van de ouderdom van het pad gaan zover terug als 11.000 v. Chr. Over de North Wessex Downs wordt deze oude route vrijwel exact gevolgd, maar in de Chilterns wijkt het pad soms wat af van de prehistorische route die hier bekend is als de Icknield Way.

Ook op andere kalkheuvelruggen lopen oude 'ridgeways'. Naar het zuidwesten toe heeft de prehistorische route waarschijnlijk over het Salisbury Plain en de Dorset Downs tot aan de kust gelopen. Naar het noordoosten liep de Icknield Way vroeger verder over de uitvlakkende kalkheuvels tot in East Anglia bij Bury St. Edmunds en sloot daar aan op de oude Peddars Way. Beide routes zijn als lange afstandspad nieuw leven ingeblazen.

Het Ridgeway Path valt duidelijk in twee delen uiteen. Over de North Wessex Downs is het een brede veldweg die steeds hoog over de heuvels blijft lopen. Deze Downs kenmerken zich door hun relatieve kaalheid en vruchtbaarheid. Grote stukken bestaan uit enorme graanvelden met wat verspreide bomen en struiken langs de randen. Leuk voor de uitzichten, minder leuk bij slecht weer. Naast de uitzichten is deze eerste helft ook het meest historische deel van de route. Als je alle grote en kleine interessante plekjes bij elkaar optelt, kom je gemiddeld elk uur wel iets leuks tegen.

Na de Goring Gap kom je in de Chilterns, met een veel grotere afwisseling tussen de akkers, weilanden en bossen. De route neemt hier vaker mooie voetpaden dwars door de velden en de beukenbossen. Die beukenbossen zijn heel kenmerkend voor de Chilterns. Voor Engelse begrippen is een groot deel van de heuvels bebost. Je merkt het ook aan de vele plaatsnamen die eindigen op 'Green'. Ondanks de nabijheid van London is het inderdaad een relatief groen gebied.

Kom je voor Goring amper door de bewoonde wereld, in de Chilterns doet het pad vaker dorpen aan. Het betekent ook dat je vaker moet stijgen en dalen, want de bebouwing ligt meestal onderaan de steilrand. Wat dat betreft lijken de Chilterns in vele opzichten op de Cotswolds. Het is evenals de Cotswolds een echt cultuurgebied. De aantrekking ligt met name in de schattige dorpjes en vakwerkhuizen in een rustige heuvelachtige omgeving. Vanzelfsprekend is het een ideaal woongebied voor de Engelse topklasse. Er liggen nogal wat dure landhuizen en parkachtige landgoederen. Overgebleven adel en de grote ondernemers wonen hier lekker buiten en toch op niet al te grote afstand van 'The City'. Het is eigenlijk een wonder dat je met de right of ways toch nog aardig tussen de rijkdom door kunt wandelen.

Dagtochten

Beide delen van het Ridgeway Path lenen zich prima voor dagtochten. Vooral in de Chilterns wordt veel gewandeld door de bevolking van Groot London. Frequente busverbindingen maken gestrekte dagtochten mogelijk.

In de North Wessex Downs wordt veel gewandeld rondom de prehistorische monumenten en in het Savernake Forest bij Marlborough. Hier zijn nature trails uitgezet. Over de heuvelrug ten westen van Marlborough lopen twee uitgezette tochten. Het Wansdyke Path volgt grotendeels een oude aarden wal die vroeger tot aan Bristol Channel liep; de Tan Hill Way loopt over de zuidwaarts gerichte steilrand.

Leuke punten

De prehistorische monumenten die de Ridgeway aandoet zijn uitgebreid genoemd in het tochtverhaal van de Ridgeway. Om een idee te krijgen waar de grote stenen voor o.a. Stonehenge en Avebury vandaan komen moet je de 'Valley of the Rocks', vlakbij de start van het lange afstandspad, gaan bekijken. Hier bij Fyfield ligt een enorme verzameling verspreide rotsblokken die Grey Wethers of Sarsen Stones genoemd worden.

In de Chilterns liggen op de steilrand een aantal bekende uitzichtpunten die dan ook populair zijn: Beacon Hill Nature Reserve bij Lewknor (vlakbij de M40), Coombe Hill bij Wendover en uiteraard Ivinghoe Beacon aan het eind van de Ridgeway.

De National Trust heeft in de Chilterns veel bezittingen, zowel natuurgebieden als cultuurmonumenten (landhuizen, dorpjes en dergelijke). Watlington Hill bij Watlington is een voorbeeld van het eerste, West Wycombe is een voorbeeld van een dorpje dat in beheer is bij de National Trust. Ashridge Park bij Berkhamsted heeft beide: een opengesteld landgoed met veel beukenbos rondom enkele monumentale optrekjes. De National Trust heeft er gemarkeerde routes uitgezet.

Een redelijk oorspronkelijk stuk beukenbos zijn de Burnham Beeches, tussen Beaconsfield en Slough. De paden door het bos geven een goede indruk van hoe de Chilterns eens helemaal bebost moeten zijn geweest.

Kaarten en gidsen

Van het Ridgeway Path zijn diverse gidsjes verkrijgbaar. Van de North Wessex Downs en de Chilterns bestaan ook voldoende gidsjes met dagtochten.



Tochtverhaal - zomer 1980

Maar ik hoefde nog niet naar huis en had besloten de 'Ridgeway' te gaan lopen, een oude prehistorische route over de kalkheuvels. Solidair stond ik ook om half zes op, om Jan en André naar de trein te brengen. Vooraf hadden we nog een gezamenlijke maaltijd, een echt Engels ontbijt, waarmee ik het tot drie uur bleek uit te houden.

Eric had beloofd ook mij weg te brengen naar de start van het pad, bij Avebury. Twee dagen verwend en dan ook nog deze service. Dankwoorden schoten te kort, om half negen 's ochtends op deze prehistorische plek. Het museum moest zelfs nog open gaan. Ik nam de tijd om de 'stone circle' te bekijken. Een kring van stenen, veel verder uit elkaar staand dan die van Stonehenge, maar daarom niet minder indrukwekkend. Avebury is, meer dan Stonehenge, het centrum van vele prehistorische monumenten. Voor het bezichtigen van die brokken geschiedenis had ik eigenlijk wel een dag uit kunnen trekken. Iets zuidelijker lag Silbury Hill, de grootste prehistorische opgeworpen heuvel in West-Europa, waarvan tot op de dag van vandaag niet bekend is waarvoor hij gediend heeft. En daarachter had je West Kenneth Long Barrow, een redelijk intacte langwerpige grafheuvel, vergelijkbaar met de Drentse hunebedden. Helaas liggen beiden niet aan het officiële pad.

Vanaf Avebury volgde ik de enigszins gerestaureerde Kenneth Avenue, een prehistorische laan die afgezet is met enorme stenen. Toen Stukeley de plaats in 1723 tekende stonden er weliswaar nog veel meer stenen overeind, maar desalniettemin is het imposant. De avenue moet eens naar Overton Hill hebben geleid, waar ook de Ridgeway begint. Dat wil zeggen, het lange-afstandspad, want de oorspronkelijke prehistorische ridgeway begon al aan de kust in Dorset en liep via Stonehenge.

Drinkwater

Het lopen over het lemen pad ging erg gemakkelijk. Na aanvankelijk wat spetters was het prima wandelweer, veel zon en veel afkoelende wind. De eerste gestage klim van pakweg honderd meter bracht me op de heuvelrug waar het pad constant overheen bleef lopen. Uitzichten alom, voornamelijk naar het noorden. Ik lunchte pas toen ik water gevonden had, uit een kraan bij een drinkbak voor vee. Het probleem van drinkwater vinden zou nog vele malen terugkomen. Dezelfde middag nog, toen ik op zoek was naar een kampeerplek. Er zat weinig anders op dan door te lopen tot enige bewoning. Tussen de akkerlanden door, waar de graanoogst in volle omvang begonnen was, bereikte ik uiteindelijk een pub, op de kruising van een oude romeinse weg met de ridgeway. Het netjes gemaaide grasveldje op de hoek mocht ik gebruiken om de tent op te slaan. 's Avonds stelde ik de kroegbaas niet teleur.

'Wild'

De hitte om half tien 's ochtends, toen ik de pub de rug toe keerde, beloofde niet veel goeds. Ik kwam maar moeizaam vooruit. Het heiige benauwde weer ontnam me alle energie. Toen ik na anderhalf uur bij Wayland Smithy's Cave aankwam, gooide ik de rugzak af. Een fraaie plek, overigens. De langwerpige grafkelder, vergelijkbaar met West Kenneth Long Barrow, wordt omringd door een ovaal van statige beuken, waarvan ik de schaduw best kon waarderen. Bij gebrek aan een fototoestel besloot ik de entree van de grafkamer vast te leggen in een tekening. Toen ik jaren later de mollen-kroniek 'Duncton Wood' van William Horwood las, kon ik zijn beschrijving van de plek dan ook zeer helder voor de geest halen. De historische plaatsen die ik verderop langs het pad tegenkwam, Uffington Castle en de White Horse, worden eveneens in dit boek gebruikt.

De White Horse, een prehistorisch kunstwerk, lag iets van het pad af. Van dichtbij was het moeilijk om de structuur te herkennen van de in de krijtrotsen uitgehakte vormen. De steile helling afdalen vond ik te veel moeite, hoewel het de enige manier was geweest om het gestileerde witte paard goed te kunnen bewonderen. Ik vervolgde het slingerende en golvende karrespoor over de heuvelrug, de brede Ridgeway. Tot aan de oversteek van de Thames is het pad met de bermen erbij zelden smaller dan tien meter breed, omdat het vroeger als dreef werd gebruikt, een pad waarlangs men het vee kon opdrijven. Het eerste deel tot de Thames is dan ook officieel bridleway, zodat er paardgereden en zelfs gefietst mag worden.

De tip die Eric, mijn vriend in Reading, had gegeven, bleek dan ook zeer waardevol. Op de kaart had ik al voorzien dat de overnachtingsplaats een boerderij of 'wild' moest worden, want op korte termijn kwam ik geen bewoonde wereld tegen. De boerderijen lagen ver van het pad en toonden zich niet erg gastvrij. Toen ik er op ging letten bleek vrijwel elke oprijlaan van een boerderij getooid met een bordje: 'no water', 'private', 'no water obtainable here' of woorden van gelijke strekking. De plaatselijke boer moet blijkbaar niet zo veel van de voorbijtrekkende wandelaar hebben. Het kwam mijn humeur niet bepaald ten goede. Totdat ik op het juiste tijdstip een drinkbak voor vee trof die aangesloten was op de waterleiding. Met enige moeite kreeg ik hieruit wat vers water en parkeerde mijn tent in de berm van het pad naast een struik. Eric had me gewaarschuwd voor ruiters. 's Ochtends vroeg werd ik inderdaad wakker van een partij paarden die met een noodgang langs mijn tent denderden. Het hele gebied hier staat bekend als streek waar race-paarden gefokt worden. De op de kaart aangegeven 'gallops', paardenrenbanen, deden mij zulks al vermoeden.

Goring Gap

Streatley, waar het pad de Thames oversteekt, bereikte ik tegen de middag. De zon had me vroeg de tent uitgebrand en ik was blij voor de hitte al een flink stuk te hebben gedaan. Op zoek naar winkels kwam ik in Streatley in een grappig kaaswinkeltje terecht. Als Hollander verbaas je je dan over de prijs waarvoor 'Dutch boerenkaas' over de toonbank gaat. Aan de overzijde van de Thames had je ook nog de 'Riverside Stores', niet in de laatste plaats voor de plezierjachten die hier geschut worden. Overigens heet het plaatsje aan deze zijde van de Thames Goring. De poort die de Thames hier in de krijtheuvels heeft gesneden wordt dan ook 'Goring Gap' genoemd.

De Thames is een markant punt in het Ridgeway pad. Niet alleen is het exact het halfweg-punt, het is ook een scheiding tussen twee verschillende landschappen. De grote golvende akkers waar de brede Ridgeway tussendoor loopt maken plaats voor een kleinschaliger landschap van akkers en beukenbossen met kortere steilere hellingen: de Chiltern Hills. De voortzetting van de prehistorische Ridgeway was hier de Icknield Way, die aan de voet van de steile noord-west hellingen van de Chilterns loopt. Aangezien deze oude route nu op sommige plaatsen verhard is, volgt het lange-afstandspad daar alternatieve paden door de heuvels. Ruiters en fietsers kun je niet meer tegenkomen.

Golfbal

De afwisseling van een stuk lopen langs de Thames deed me goed. Vooral voorbij South Stoke, waar de bebouwing ophield en het pad pal langs de oever liep. Onderwijl zag ik in de verte de wolken samenpakken en zich vervolgens openen. Ik kreeg nog net een staartje. Het pad over Grim's Ditch, een greppel en dijkje die waarschijnlijk eens als grens hebben gefungeerd, was dan ook zeiknat van de regen. De grote hoeveelheid bomen en struiken leverde aardig wat koude douches op. Maar het was leuk lopen. Vijf kilometer lang ging het pad over het dijkje op en neer en van links naar rechts, waardoor je dusdanig geconcentreerd moest lopen dat de tijd ongemerkt voorbij vloog. Het paadje leek bovendien verdraaid veel op stukken van het Offa's Dyke Path en riep vele herinneringen daaraan op.

Volgens mijn gidsje kon je op de golfbaan van Nuffield kamperen. Bij het clubhuis stuurden ze me echter door naar een pub. Alert op rondvliegende golfballen stak ik de 'golf course' over. De kroegbaas gaf me toestemming om op een vierkant veldje naast de golfbaan te gaan staan. Ik had goed en wel mijn tentje staan toen de een golfbal door de heg vloog en precies voor mijn tent tot stilstand kwam. Gevolgd door een geruite pet die om de hoek van het beschutte veldje kwam kijken waar zijn witte projectiel gebleven was. Gelukkig werd het snel te donker voor het golfspel.

Gegoede klasse

Het lopen in Engeland was weer ongebruikelijk. Het was die dag voor de verandering weer eens bloedheet. Grote stukken van de route liepen over de Upper Icknield Way, vergelijkbaar met de Ridgeway. Zo breed, dat de schaduw van de verspreide bomen in de berm het midden van pad niet haalt. Ik was het meest tevreden op de momenten dat de route door de koele beukenbossen en kleine graanvelden ging. Een right of way dat dwars door een korenveld liep, bood nog relatief veel schaduw. Maar ik had eigenlijk niets te klagen, na een tweetal natte weken in Schotland aan het begin van de vakantie. De vermoeiende klim door een beukenbos aan het eind van de dag werd bovendien ruimschoots beloond met een mooi voorbeeldje van het pub-kamperen: achter in de tuin van de pub, met twee honden en een kat als gezelschap. Een echte gedistingeerde 'country-pub', zo bleek later, toen de ene na de andere dure auto voor de deur parkeerde en de gegoede klasse uit de verre omgeving hun zaterdagavond er kwam doorbrengen. Ik verhuisde al snel naar de tent, waar ik me meer op mijn gemak voelde.

Chequers was een mooi vervolg op de vorige avond in de pub. Op veilige afstand van het landhuis liep het pad om het gazon van het buiten van Mrs. Thatcher (de Britse premier) heen. De ongetwijfeld aanwezige veiligheidsagenten hielden zich knap verborgen; ik heb er geen gezien. Maar volgens mijn gidsje zullen er politieagenten uit konijneholen springen als je probeert het huis te benaderen!

De rest van de dag was onbezorgd wandelen door afwisselend veld en bos. Tenslotte kwam de markante kale heuvel Ivinghoe Beacon in zicht, die een waardig eind vormt van het Ridgeway pad. De witte leeuw die je op een andere heuvel kon zien liggen is geen prehistorisch monument zoals de White Horse, maar een modern kunstwerk. De Beacon bleek een favoriet uitzichtpunt, vooral op een mooie zondag als deze, en ik liet me dan ook snel door het vele publiek verjagen. De rondzoemende radiografisch bestuurde vliegtuigjes vond ik nog het meest irritant.



5.4.4 Salisbury Plain en de Hampshire Downs

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

Zoals gezegd is dit het centrale deel van de Chalklands. Geen smalle heuvelrug maar een groot aaneengesloten stuk van golvende krijtheuvels. Je zou dit centrum kunnen zien als een halve schotel. Salisbury ligt vrijwel op het laagste punt van het bord, eromheen ligt het vlakke deel van het bord, de Salisbury Plain. De rand van het bord wordt gevormd door een halve cirkel van hogere kalkheuvels met een naar buiten gerichte steilrand. In de noordrand liggen de hoogste krijtheuvels van Engeland: Inkpen Beacon haalt net geen 300 meter.

Hoewel het hele gebied uit enorme krijtlagen bestaat, liggen er op veel plaatsen dunne deklagen overheen. Het soort deklaag bepaalt vaak het bodemgebruik. De echte kalkbodem met grote akkers en weiden is vooral terug te vinden op de hogere heuvels. Waar kleilagen overheersen is het land vaak bebost of tref je groene sappige weiden. Zand- en grindlagen, afgezet door rivieren, geven aanleiding tot ruig grasland.

Waterlopen zijn weliswaar schaars in kalkgebieden, maar toch lopen er enkele grotere rivieren van de schotelrand naar het laagste punt bij Salisbury. De Test en de Avon met haar zijrivieren hebben in de vlakte ondiepe brede dalen gevormd. Het verval van de rivieren is nogal klein. Vooral de Test is een traagstromende rivier met vele zijarmen in een moerassig dal. Maar op die rivierdalen na is het een droog gebied. De prehistorische mens vond het een prima woonomgeving en liet ons een van de indrukwekkendste monumenten na: Stonehenge. De hoge heuvels herbergen vele forten, zoals Chiselbury en Winkelbury. In deze tijd is het gebied relatief dunbevolkt. Op wat grote steden na is het vrijwel overal boerenland.

Op de hogere heuvelrand liggen de leukste wandelmogelijkheden en de beste vergezichten. Bijna overal lopen er onverharde 'ridgeways' over de heuvelruggen. In het vlakke deel geeft het relatieve gebrek aan paden soms dezelfde problemen als in de Cotswolds. Onverharde wegen voeren je kilometers lang tussen de akkers en weiden, maar veel voetpaden door de velden zijn er niet. Je wandelmogelijkheden worden daardoor soms nogal beperkt. Bovendien ligt er in het noordwestelijke deel van de Plain een groot militair oefenterrein dat niet altijd toegankelijk is.

Dat het desalniettemin een populair wandelgebied is blijkt alleen al uit het aantal uitgezette routes.

Meerdaagse tochten

Een flink aantal lange-afstandspaden doorkruisen het gebied in alle richtingen. Alleen de Wiltshire Way (261) is een rondtocht vanuit Salisbury. Verbindingsroutes zijn de Wessex Way (166) en de South Wessex Way (188), die respectievelijk het Ridgeway Path en de South Downs Way met de South West Way verbinden.

Een doorsteek door het hele kalkgebied maakt de King Alfred's Way (174): van Portsmouth via Winchester en over de Nort Wessex Downs naar het hartje van Oxford.

De Test Way (71) is niet zo moeilijk als de naam doet vermoeden: ze volgt de rivier Test van de monding in Southampton tot voorbij de bron naar Inkpen Beacon. Ook de Wayfarer's Walk (113) komt van de kust bij Portsmouth en eindigt op Inkpen. De Inkpen Way (100) is de derde route die over de hoogste krijtheuvel loopt. Van Basingstoke volgt de route de hoge steilrand tot aan Inkpen en buigt dan af via Stonehenge naar Salisbury.

Dagtochten

Voor dagtochten is het volgen van de 'ridgeways' over de hieronder genoemde steilranden ideaal. De brede rivierdalen zijn ook een aardig object voor een dagwandeling, al kan het gebrek aan paden een probleem zijn.

Leuke punten

Stonehenge uiteraard, hoewel je tegenwoordig de cirkel zelf niet meer mag betreden. Woodhenge ligt drie kilometer oostelijker en bestaat uit restanten van een houten variant op Stonehenge. De omgeving van beide 'henges' is zeker de moeite waard vanwege de ontelbare grafheuvels en het dal van de Avon.

Prehistorisch zeer interessant is het gebied halverwege Salisbury en Blandford Forum. Op deze plek kruisen de zogenaamde Dorset Cursus en de romeinse weg Ackling Dyke elkaar. De neolithische Cursus bestaat uit twee parallelle 10 kilometer lange dijkjes, 100 meter van elkaar. Helaas zijn de dijkjes grotendeels verdwenen. De enorme hoeveelheid grafheuvels rondom de Cursus doen vermoeden dat het een rol heeft gespeeld bij begrafenisrituelen.

De hoeveelheid steilrand-kunst is hier beperkt: alleen bij Westbury ligt een grote White Horse. Steilranden met de bijbehorende uitzichten zijn er voldoende: de hoge rug van Inkpen Beacon en Watership Down, Dean Hill ten zuidoosten van Salisbury en twee ruggen van Cranborne Chase ten zuidwesten van Salisbury die aan de andere zijde van het dal van de Stour verdergaan als de Dorset Downs. De raar gevormde heuvels ten zuiden van Warminster, zoals Brimsdown Hill en White Sheet Hill, hebben vanwege hun abrupte hellingen machtige uitzichten rondom.

Kaarten en gidsen

Er bestaat een uitgebreide sortering wandelgidsjes van deze omgeving.

Literatuur

Watership Down (Waterschapsheuvel), Richard Adams aangrijpende verhaal over het leven van konijnen, is geheel gesitueerd rondom de echte Watership Down ten zuiden van Newbury.

De historische roman Pillar of the Sky van Cecilia Holland beschrijft de het leven van de prehistorische volken en de bouw van Stonehenge. Het geeft een redelijk waarheidsgetrouw beeld van de eerste fase van het ontstaan van deze wonderbaarlijke tempel annex kosmisch meetapparaat.



5.4.5 De Dorset Downs

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De Dorset Downs zijn de vierde uitloper van de Chalklands en behoren tot het Dorset AONB. Deze heuvels liggen in een boog rondom Dorchester. Als voortzetting van Cranborne Chase buigen de krijtheuvels in het westen om Dorchester heen en lopen dan parallel aan de kust naar het oosten tot Lulworth Cove. Er wordt soms een onderscheid gemaakt tussen de noordelijke en zuidelijke Dorset Downs. Deze laatsten voegen een stuk met fraaie witte krijtrotsen toe aan de toch al gevarieerde kust van Dorset.

In de steile dalen van de Downs liggen vrij veel dorpjes van bijzondere schoonheid. Rieten daken geven de huizen een gezellige sfeer. Als de tuintjes in het voorjaar in bloei staan, kan het gebied goed concurreren met de Cotswolds.

Midden in Dorchester liggen al de prehistorische Maumbury Rings, maar op de omliggende Downs stikt het van de monumenten, met name grafheuvels.

Meerdaagse tochten

De Dorset Downs Walk (76) loopt van Blandford Forum naar Bridport en doorkruist daarmee vrijwel het hele gebied van de Dorset Downs, op het kustgedeelte na. De Dorset Walk (161) steekt vanaf Sherborne door de Downs naar de kust en volgt dan met enkele variaties de South West Way (Dorset Coast Path) langs de kust tot aan Poole (zie ook 6.1).

Dagtochten

In Dorchester begint het Hardy's Trail, voor liefhebbers van deze schrijver. In Puddletown Forest, waar zijn geboortehuis ligt, zijn ook uitgezette routes.

Leuke punten

Van de prehistorische monumenten in Dorset is Maiden Castle bij Dorchester wel het bekendst. Volgens velen is dit het mooiste 'hill fort' in Groot Brittannië. Het kent een lange historie en is gebruikt in neolithische tijden, het IJzeren Tijdperk en door de Romeinen.

Vooral de zuidelijke downs liggen vol met prehistorische restanten zoals de vele grafheuvels, waarvan de bekendste 'The Grey Mare & Her Colts' is, en stenen cirkels als Kingston Russel Stone Circle. Beide liggen ten noorden van Abbotsbury.

De Reus van Cerne Abbas is een gigantische, in de krijtheuvels uitgehouwen figuur bij het plaatsje Cerne Abbas. Net even iets anders dan een White Horse, zoals er een bij Osmington op de heuvels ligt.

Een interessant modeldorpje uit de 18e eeuw is het plaatsje Milton Abbas. Voorheen was het een marktplaatsje rondom de abdij, Milton Abbey, totdat beide opgekocht werden door meneer Damer, parlementariër. Het dorp irriteerde hem en hij liet het compleet afbreken en vervangen door een park met een vijver. Uit het zicht werd toen in een zijdal het nieuwe modeldorp gebouwd.

Kaarten en gidsen

Enkele wandelgidsjes en folders vullen de 1:50.000 kaarten aan.

Literatuur

Vrijwel alle verhalen van Thomas Hardy spelen zich af in deze streek: Hardy's Wessex. In de verhalen gebruikt hij meestal fictieve namen. Grappig is dat de nu overal ingeburgerde naam 'Wessex' ook een verzinsel van Hardy is. Wie op zoek gaat zal veel plekjes kunnen associëren met plaatsen uit de verhalen. Het plaatsje Puddletown is onmiskenbaar Weatherbury in het boek 'Far from the maddening crowd'.



5.4.6 The Wolds

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

De kalkrug van de Chiltern Hills krijgt in noord-Engeland zijn vervolg in de Lincolnshire Wolds AONB en de Yorkshire Wolds. De eerstgenoemde heuvelrug bereikt nog niet zo'n geweldige hoogte (nog geen 200 meter), maar valt desondanks in het vlakke landschap van Lincolnshire goed op. Aan de overzijde van de monding van de Humber lopen de Yorkshire Wolds langzaam op tot 246 meter hoogte en eindigen met een mooie draai in de klifkust van Flamborough Head.

De Lincolnshire Wolds hebben veel weg van de Chilterns. Ondanks de bescheiden hoogte is de steilrand in het westen duidelijk aanwezig. Het zuidelijk deel van de Lincolnshire Wolds heeft veel deklagen over het krijt liggen en is daarmee vruchtbaar land. In de Yorkshire Wolds is de krijtrots harder dan in het zuiden, waardoor de hellingen nogal steil zijn en de westelijke steilrand enorme uitzichten over het lager gelegen land biedt. Het typische golvende karakter van de Downs in zuid-Engeland vind je dus in Lincolnshire nog wel terug, maar in Yorkshire veel minder.

The Wolds waren uiteraard eens grote wouden, in de 18e eeuw grotendeels in gebruik om schapen te weiden en nu is het grotendeels akkerland. De typische beukenbossen zijn hier echter nauwelijks aanwezig. De hoeveelheid bos blijft beperkt tot wat jongere aanplant, waardoor de krijtheuvels enigszins een schrale indruk maken. De vele droge dalen met wat struikgewas en een enkele boom op de helling dragen daar ook hun steentje aan bij.

Bovenop de heuvels vind je dus enorme akkers en de padenstruktuur is dan ook navenant. Mede doordat de lokale overheden het lieten afweten bij het optekenen van de bestaande right of ways, is het aantal paden relatief gering. Bovendien loop je het risico dat paden door de akkers omgeploegd zijn. Het lopen van een uitgezette route is dan nog de beste garantie voor onbelemmerde doorgang. Door de lage bevolkingsdichtheid, met name in de Yorkshire Wolds, kan het vinden van accomodatie soms een probleem vormen.

Het kale landschap is nogal onherbergzaam bij een koude oostenwind, maar dat komt betrekkelijk weinig voor. The Wolds horen daarentegen wel tot de droogste streken van Groot Brittannië en bezitten een aardige reputatie wat betreft het aantal zonne-uren. Voor degenen die absolute rust zoeken in combinatie met niet te zwaar wandelen, is het een prima streek.

Meerdaagse tochten

Beide Wolds kennen een lange afstandspad dat de heuvelrug volgt. Deze ontmoeten elkaar bij de recent gebouwde hangbrug over de monding van de Humber. Het 'national trail' The Wolds Way (127) start hier en volgt de Yorkshire Wolds naar het noorden tot aan Filey.

De Viking Way (225) is een lange route door het oost-Engeland dat lange tijd door de Vikingen bewoond is geweest. Behalve dat de route de Lincolnshire Wolds vanaf de Humber tot aan Horncastle volgt, wordt ook de Lincolnshire Heath aangedaan, een lage heuvelrug ten zuiden van Lincoln.

De Lindsey Loop (161) is een rondtocht door de Lincolnshire Wolds.

Rondom de Yorkshire Wolds ligt een zeer uitgebreid netwerk van wandelroutes.

Van de kathedraal van Beverley naar die van York kun je lopen via de Minster Way (80). De Hull Countryway (82) is een rondtocht om de plaats Hull.

Dagtochten

In Lincolnshire heeft de County Council prima gemarkeerde wandelingen uitgezet en beschreven in folders.

Het uitgebreide routenetwerk in de Yorkshire Wolds leent zich prima voor dagtochten. Een aantal mogelijkheden in de Wolds: Met de Hudson Way (16) over de voormalige spoorlijn van Market Weighton naar Beverley. Twee fikse rondtochten door de hoogste heuvels en de mooiste dorpjes zijn de North Wolds Walk (32), startend bij Fridaythorpe in het noordelijk deel, en het High Hunsley Circuit (39) in de zuidelijke Yorkshire Wolds bij Walkington.

Ook in de kustvlakte zijn nog een aantal van dit soort flinke dagtochten uitgezet.

Leuke punten

De punt van Flamborough Head heeft prachtige krijtrotsen. De Dane's Dyke die dwars over de punt loopt, zijn prehistorische wallen. Hier loopt het Dane's Dyke Nature Trail.

Bij het dorpje Rudston tref je een monolith, een enorme steen van acht meter, waarschijnlijk een prehistorische religieuze plaats aanduidend. Met enige regelmaat kom je grafheuvels tegen.

Zowel in de Yorkshire als de Lincolnshire Wolds liggen enkele schitterende dorpjes in de valleien, zoals Thixendale en Kirkby Underdale (Yorkshire), en Somersby en Old Bolingbroke (Lincolnshire).

Kaarten en gidsen

Behalve de gidsjes en folders van de genoemde (lange afstands)routes heb ik geen wandelgidsjes kunnen ontdekken.



5.5 The Weald

Meerdaagse tochten - Dagtochten - Leuke punten - Kaarten, gidsen en literatuur

Waarschijnlijk denk je bij deze naam meteen aan 'het woud'. Vroeger is deze streek ten zuiden van London inderdaad een groot woud geweest. In tegenstelling tot de meeste gebieden in Engeland die 'wold' of 'forest' heten bestaat The Weald nog voor een behoorlijk deel uit bossen. De 12% is voor Engelse begrippen een hoog percentage. Als je alleen de hogere delen neemt is het aandeel van de bossen nog veel groter. Bij bossen moet je hier niet aan de bekende produktiebossen denken, maar aan gevarieerd loofbos. Fraaie bomen van soms behoorlijke ouderdom die een groot deel van de aanblik van het landschap bepalen. Niet voor niets wordt deze streek de tuin van Engeland genoemd. Parken, landhuizen en schattige dorpjes dragen in grote mate aan dit imago bij.

Het gebied dat nu The Weald wordt genoemd was na de (Alpidische) plooing van de gesteenten in Zuidoost-Engeland een groot omhooggedrukt gebied. Enkele duizenden eeuwen erosie heeft de krijtlagen hier geheel doen verdwijnen en oudere lagen blootgelegd. Alleen de randen van The Weald bestaan nog uit krijtheuvels: de North en de South Downs. Ga je van daaruit naar het centrum van The Weald, dan kruis je steeds oudere afzettingen uit het Krijt. Door de afwisseling van hardere en zachtere lagen in deze afzettingen is een patroon van ruggen en dalen ontstaan.

Wie de Wealdway loopt zal dit zeker niet ontgaan. Achtereenvolgens steekt de route in korte tijd over de krijtheuvels van de North Downs, door een smal dal met klei op de bodem en de daarachter liggende rug van Greensand-heuvels. Na de brede vallei van Wealden-kleilagen overgestoken te zijn kom je tenslotte in het centrale deel van de Weald: heuvels op een ondergrond van zandsteenlagen. Verder naar het zuiden tref je deze afzettingen in omgekeerde volgorde aan. Alleen de rug van Greensand is in het zuiden nauwelijks terug te vinden.

Van het hele gebied zijn de heuvels voor de wandelaar het meest aantrekkelijk. Ze bieden de bossen, de vergezichten en de 'commons', de oude gemeenschappelijke weiden en heidevelden. De commons zijn tegenwoordig vaak in bezit van de National Trust of van de overheid, zodat je onbekommerd over de ruige graslanden kunt zwerven.

Vooral rondom Haslemere liggen enkele 'commons'. Hier ontmoeten de noordelijke en zuidelijke Greensand-heuvelrug elkaar, en tref je bijzonder fraaie hoge heuvels. De Greensand-laag is verre van uniform, zodat de heuvelrug nogal varieert in hoogte. Ze bereikt haar hoogste punt (294 meter) bij Leith Hill, ten zuiden van Dorking. Evenals rondom Haslemere bestaan de Greensand-lagen hier uit harde zandsteen. De Greensand-rug heeft net als de North Downs een steilrand die zuidwaarts gericht is en aldus steeds uitzicht biedt over de vlakke Vale of Kent.

Aan de overzijde hiervan, van Horsham tot aan Hastings, liggen de centrale heuvels, de High Weald. Veel kleine meertjes herinneren aan de ijzersmelterijen uit de 16e eeuw. Van het oorspronkelijke woud is in die tijd veel gekapt. Desondanks zijn de heuvels nu weer grotendeels bebost. Kenmerkend voor deze streek zijn de grote hoeveelheid landhuizen en andere schitterende optrekjes. Sommigen daarvan in de originele vakwerk-stijl die zo typerend is voor de Weald. De National Trust bezit vele van deze monumenten en zoals het hele dorpje Chiddingstone, bij Royal Tunbridge Wells.

Meerdaagse tochten

De al genoemde Wealdway (129) start in Gravesend aan de monding van de Thames en eindigt aan de zuidkust bij Eastbourne. De afwisselende tocht geeft een leuk beeld van de verschillende typen landschap van zuidoost-Engeland.

Andere noord-zuid doorsteken door The Weald zijn de Vanguard Way (101), van de buitenwijken van London naar de zee bij Seaford; de Downs Link (48), die de North Downs Way bij Guildford met de South Downs Way bij Bramber verbindt; het Wey-South Path (58), van Guildford via jaagpaden door het dal van de rivieren Wey en Arun tot aan Amberley.

Oost-west is ook mogelijk. De Greensand Way volgt de rug van heuvels van de Greensand-afzettingen die parallel loopt aan de North Downs. De route start in Haslemere en eindigt in Ham Street ten zuiden van Ashford. Het laatste gedeelte van de route is echter nog niet helemaal gereed.

Het Sussex Border Path (241) volgt de grens van Sussex en loopt van Emsworth bij Portsmouth tot aan Rye. Het grootste deel van de route gaat dwars door de centrale heuvels van de Weald.

Dagtochten

Aan beide zijden van East Grinsted liggen uitgezette routes over voormalige spoorlijnen, de Worth Way en de Forest Way (Country Park).

Boswandelingen zijn er in overvloed. Uitgezette routes vind je onder andere in Alice Holt Forest, ten zuiden van Farnham, en in het bosgebied ten noorden van Tonbridge.

Hoewel de brede valleien niet het meest aantrekkelijke landschap bieden, kun je er soms aardige rivieroevers volgen. Vooral de Medway, de Wey en Arun komen in aanmerking. Evenals trouwens het oude Wey and Arun Canal.

Leuke punten

De geaccidenteerde omgeving van Haslemere is ondanks de grote woonwijken de moeite waard. Van de steile dalen is de Devil's Punch Bowl de bekendste. Daarnaast liggen er een aantal fraaie commons: Hindhead Common, Witley Common en Frensham Common Country Park.

Winkworth Arboretum, bij Godalming, is interessant wandelterrein voor boomliefhebbers, evenals Bedgebury Pinetum bij Hawkhurst, waar uitgezette paden zijn.

De toren bovenop Leith Hill is een geliefd uitzichtspunt.

De Wealden-zandsteen is op sommige plaatsen tot grappige vormen verweerd. Rocks Wood bij het dorpje West Hoathly is zo'n plaats, maar ook High Rocks en Harrison's Rocks bij Royal Tunbridge Wells zijn interessant.

Kaarten en gidsen

Geen speciale kaarten, wel enkele wandelgidsjes.

Literatuur

Charles Dickens