Hoofdstuk 2. Algemene wandelinformatie
Engelse wandelcultuur - Voetpaden - Kaart en gidsmateriaal - Veiligheid en gevaren - Uitgerust of niet
Wandelsoorten
mountaineering, climbing & scrambling
hostelling, backpacking, hiking, tramping, roaming, wandering
Waar ik me tijdens mijn eerste wandelvakantie in Engeland steeds over verbaasde, waren de ontmoetingen met medewandelaars. Gedurende de zwaarste dag van het Offa's Dyke Path, de oversteek van de Black Mountains, kwam je bovenop die eindeloos lange kale heuvel, 'in the middle of nowhere', zo af en toe een paar Engelsen tegen, die dan doodleuk "good afternoon!" riepen en verder liepen. Alsof je achter je huis je hond aan het uitlaten was!
Dezelfde dag spraken we ook idioten die van het lange-afstandswandelen een race maakten: Offa's Dyke in 8 dagen. Ook zal ik nooit vergeten hoe in een flits een kortgebroekte 'runner' de heuvelrug over rende.
Ik kan mij nooit aan de indruk onttrekken dat de wandelaars in Engeland iets vreemds over zich hebben. De keren dat ik na een praatje met een kollega hoofdschuddend mijn weg vervolgde zijn ontelbaar. Maar wellicht zou je hetzelfde denken als je mij tegenkwam!
Eén ding is zeker: zoveel wandelaars, zoveel types. Met een beschrijving ervan zou je een boek kunnen vullen. Toch is het wel leuk om enige typering van het soort wandelaars in Groot-Brittannië te geven. Ik gebruik hiervoor wat Engelse benamingen, zodat je in een gesprek weet waarover men het heeft.
Je zult ze vast wel eens tegenkomen, Britten die gewend zijn een ontspannend wandelingetje ('a stroll') te maken. Niet te moeilijk lopen, en het liefst op een (zondag)middagje. In wezen heb je ze net zo in ons eigen land, mensen die een ommetje maken. Ze vallen met name op door de afwezigheid van specifieke wandeluitrusting. Gewoon op hoge hakken dus.
De echte wandelaar is de 'rambler'. Gaat dan ook als zodanig gekleed en schuwt de minder makkelijk begaanbare paden niet. Met een dagtourrugzakje op de rug maakt ie een dagtocht en geniet van het land en het buiten zijn. Veel van hen wandelen in clubverband. Heel bekend is de 'Ramblers Association', het overkoepelend orgaan van allerlei lokale verenigingen, die opkomt voor de belangen van de wandelaar. Die liggen met name op het behoud van de openbare voetpaden en de toegankelijkheid van de woeste gronden. Een van de taken van de plaatselijke afdelingen is om ervoor te zorgen dat openbare voetpaden belopen worden. Dat gaat zo ver dat men zelfs tochten organiseert om weinig gebruikte paden te bewandelen en daarmee het recht van overpad te behouden.
'Walking' is eigenlijk de grote verzamelnaam en wordt door alle typen wandelaars gebruikt. 'Let's go for a walk', zal iemand vragen die een ommetje gaat maken, en dan wordt zeker niet de 'mountain walk' bedoeld die een bergbeklimmer in Schotland maakt.
Dat laatste zou je kunnen rekenen tot datgene wat de Engelsen met 'hill-walking' aanduiden. In sommige gebieden van Noord Engeland worden de heuvels 'fells' genoemd, en spreekt men dus ook van 'fell-walking'. Je zou het kunnen vertalen met bergwandelen. Het is razend populair in gebieden als het Lake District en de Yorkshire Dales. Het is een sportievere vorm van wandelen en vereist dan ook goede uitrusting en enige ervaring.
Wanneer je tegen de avond in een dorpje in het Lake District rondkijkt zul je geheid een aantal hill-walkers uit de bergen zien komen. De stereotype bergwandelaar heeft een knickebocker aan, bergschoenen en geruite wollen blouse. Om de nek bungelt een plastic kaartentas. Tenminste als het droog is. Wanneer het regent zie je slechts een wandelend regenpak langskomen, fel blauw of oranje gekleurd.
Mountaineering, climbing & scrambling
De grens tussen hill-walking en 'climbing' is moeilijk te trekken. Als mensen praten over climbing wordt veelal het echte rotsklimmen bedoeld, dus tegen steile wanden omhoog, gebruik makend van klimgordels, touw, karabiners, rotshaken enzovoort. Dit laatste wordt ook wel 'mountaineering' genoemd, een term die de lading beter dekt. Want veel hill-walkers die bijvoorbeeld in Schotland de toppen van bergen gaan beklimmen, noemen hun bezigheid ook climbing. Ondanks het feit dat je sommige bergtoppen zo op kunt wandelen. Er zijn echter ook bergtoppen waarbij je een stuk met handen en voeten moet klauteren om de top te bereiken. De Engelsen noemen dat dan 'scrambling'. Dit vormt precies de overgang van hill-walking naar climbing. De bergwandelaar zal een stukje scrambling zien als onvermijdelijk, de klimmer doet niets liever.
Hostelling, backpacking, hiking, tramping, roaming, wandering
Op de lange-afstandspaden zie je ze met enorme rugzakken sjouwen. Bij het maken van een meerdaagse tocht moet je wel, je zult minstens wat persoonlijke spullen moeten meezeulen. En veel afgelegen gebieden kun je niet belopen zonder geheel zelfvoorzienend te zijn en alles op je rug mee te nemen. Daar bestaat een mooi woord voor: 'backpacking', wat nauwelijks te vertalen is. Hoogstens kun je het trekken of zwerven noemen, maar dan slaan de Britten je weer om de oren met hun schat aan 'zwerf'-woorden: hiking, tramping, wandering, roaming.
Mijn indruk is dat de meeste Britse lange-afstandspad-lopers niet kamperen, maar veeleer aan 'hostelling' doen. Dat scheelt medeneming van tent en kookgerei. Hoewel het woord doet vermoeden dat je dan van (jeugd)herberg naar (jeugd)herberg loopt, wordt van mensen die van Bed&Breakfast-adressen gebruik maken ook gezegd dat ze aan hostelling doen.
Een hele kurieuze cultuur tref je aan wanneer je je in de Schotse bergen waagt. Aldaar loop je kans een 'munro-bagger' te ontmoeten. Zulke mensen hebben als sport alle bergen hoger dan 3000 voet te beklimmen. De Schot Munro heeft hiervan als eerste een lijst gemaakt. Een drieduizender heet dan ook een munro, en als je ze verzamelt doe je aan munro-bagging.
En een ander prachtwoord is 'bog-trotting'. Iedereen die wel eens de Pennine Way heeft gelopen zal zich hierbij wel wat voor kunnen stellen. Grote delen van dit pad gaan over drassige venen, oftewel 'bogs'. Na een dag hierdoorheen soppen zul je de betekenis van dit begrip wel kunnen aanvoelen.
Zoals bij munro-baggers al sprake is van een soort sport, zo hebben de Britten wel vaker de neiging het wandelen voor de lol te kombineren met prestatiewandelen. Je kunt er over twisten in hoeverre dit een goede kombinatie is. Het beklimmen van een top in de regen en de mist doe je mijns inziens niet voor de lol, hooguit om de top bij te kunnen schrijven op het lijstje van beklommen toppen.
Maar hoe het ook zij, de Engelsen hebben nogal wat tochten met een prestatie-element, een zogenaamde 'challenge walk'. Bijvoorbeeld de bekende Lyke Wake Walk in de North York Moors, 64 km ploeteren, af te leggen binnen 24 uur. Of de Three-Peaks in Yorkshire, beklommen binnen 12 uur. Het volbrengen van zo'n challenge walk binnen de gestelde tijd levert je dan een getuigschrift of een badge op. Meestal is van elke tocht wel bekend wie het snelheidsrecord bezit. Uiteraard bestaan er ook georganiseerde evenementen, zoals we die in Nederland kennen in de vorm van de Vierdaagse, Kennedymarsen e.d. Deze georganiseerde wandelsport valt buiten het kader van dit boek.
Je mag verwachten dat Engelsen zich ook tijdens de wandeling uiterst voorkomend gedragen. Dat is ook vaak wel het geval. Een passerende wandelaar die je niet op zijn minst groet is vrij zeldzaam. Eerder zal hij of zij een kreet uitslaken over het weer, en wellicht blijf je hangen aan een vriendelijke konversatie.
Belangrijker bij het wandelen door het platteland is de houding ten opzichte van de omgeving. Een onwetende wandelaar kan heel wat schade aanrichten aan de omgeving. En zelfs ervaren wandelaars willen nog wel eens een stommiteit uithalen.
Voor het gedrag op het platteland bestaat sinds jaar en dag de zogenaamde 'Country Code'. (In Nederland bestaat een vergelijkbare "Groene Tien", doch deze is lang niet zo algemeen bekend.) De Country Code wordt gevormd door tien gedragsregels, die eigenlijk zo logisch zijn als wat.
De Country Code (vrij vertaald):
1 Ga uiterst voorzichtig om met vuur.
Bos en heide zijn zeer brandbaar: elk jaar worden er hectares verwoest door het achteloos wegwerpen van lucifers, sigarettepeuken en as.
2 Sluit alle hekken (en maak ze vast).
Ook al stonden ze al open. Een opengelaten hek is een uitnodiging voor vee om te gaan dolen en zo een gevaar te vormen voor zichzelf, gewassen en verkeer.
3 Houdt honden goed onder kontrole.
Boeren zien bezoekende honden als een plaag, en niet zonder reden. De praktijk wijst uit dat een beschaafd stadshondje op het platteland soms een wild roofdier blijkt. Jaarlijks worden er nogal wat schapen vooral lammeren - gedood door loslopende honden. Zeker in weiland waarin vee rondloopt dient een hond altijd aangelijnd te zijn.
4 Blijf op de paden door weide en akkers.
Hoewel een recht van overpad soms dwars door een korenveld kan lopen, betekent dat nog niet dat je dan drie-breed naast elkaar een strook gewassen mag vertrappen. Bedenk dat ook gras een waardevol gewas is voor veeboeren. In het Peak District kwam ik een aantal jaren geleden een fraai bord tegen: "Footpath through meadows. Single file please, your feet are killing me."
5 Vermijd schade aan hekken, hagen en muren.
Het kost een boer veel tijd en geld om kapotte perceelscheidingen te repareren. Blijf op de paden en maak gebruik van aanwezige (klap)hekjes en overstapjes.
6 Laat geen afval achter.
Behalve dat het een smerig gezicht is, kan sommig afval zelfs gevaarlijk zijn. Dieren kunnen stikken in een weggegooide plastic zak. Ook zogenaamd verteerbaar afval hoort eigenlijk niet in de natuur. Je hebt het zelf meegebracht, dus kun je het ook wel mee terugnemen en in een afvalbak deponeren.
7 Wees wijs met water.
De kans bestaat dat je door waterwingebieden loopt. Vooral in heuvelgebieden is die kans groot. Vermijd elke vorm van vervuiling van beekjes e.d. Het is vaak de drinkwatervoorziening van duizenden mensen.
8 Bescherm flora en fauna.
Pluk geen planten en bloemen, laat wilde dieren en vogels met rust. Bedenk dat anderen er ook van willen genieten.
9 Wees voorzichtig op landweggetjes.
Landweggetjes zijn vaak onoverzichtelijk. Automobilisten moeten hun snelheid matigen en extra oplettend zijn; wandelaars kunnen het beste rechts (!) gaan lopen, dan zie je het tegemoetkomend verkeer.
10 Respekteer het leven van het platteland.
Geef het goede voorbeeld en probeer je in het leven van een boer te verplaatsen. Dat komt de verhouding tussen wandelaars en bewoners ten goede, en voorkomt dat degene die na je komt vijandelijk behandeld wordt.
Er zijn nogal wat boeren en andere landeigenaars, die het niet zo op wandelaars hebben voorzien. Vaak ligt hieraan een slechte ervaring met wandelaars ten grondslag. Dat kan geleid hebben tot het ontoegankelijk maken van paden, moeilijk neembare overstapjes of allerlei trucs om wandelaars af te schrikken. Als je van een officieel pad afwijkt, kun je het met zulke boeren goed aan de stok krijgen!
Erfhonden vormen niet zo'n probleem als in Nederland en België. Voor zover er honden los lopen, zijn dit meestal geen waakhonden maar rustige schaaphonden. In het dichtbevolkte rijke zuiden kom je vaker waakhonden tegen. Zelden zullen ze echter op de openbare weg komen. De aansprakelijkheid van Britse hondenbezitters voor het aanrichten van schade door hun hond lijkt in de Britse wetgeving beter geregeld dan bij ons.
'Right of Way' in Engeland en Wales - 'Right of Way' in Schotland - Lange afstandspaden
2.2.1 'Right of Way' in Engeland en Wales
Een 'right of way' (recht van overpad) is een pad waarop je het recht hebt te lopen, een openbaar pad. Bij ons is dit een onbekend systeem, vooral omdat bij ons in de loop der jaren het gebruiksrecht van wegen en paden steeds onduidelijker is geworden. In Engeland is het recht van overpad netjes in stand gehouden. Het gevolg is een schitterend netwerk van paden tot in elke uithoek van het land. Paden die soms letterlijk zo oud zijn als de weg naar Rome. Een fraai voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde Roman Steps in Noord Wales. In zuid-Engeland bestaan zelfs nog paden van prehistorische oorsprong.
In de praktijk komt het er op neer dat de meeste paden en wegen openbaar zijn. Elke gemeente houdt zogenaamde 'Definitive Maps' bij, waarop alle openbare wegen en paden staan aangegeven. Een vermelding van een pad op deze Definitive Maps is een bewijs van het bestaan van een right of way. De Ordnance Survey neemt deze gegevens over op haar topografische kaarten en geeft de rights of way met een aparte kleur aan.
Het gaat dan om vier verschillende rights of way:
a Public Footpath: een pad waar een voetganger het recht heeft te lopen.
b Public Bridleway: een pad waar men het recht heeft te lopen, paard te rijden en te fietsen.
c Road Used as a Public Path: een andersoortig pad dat in gebruik is als voetpad of breidelweg. In de toekomst moeten al deze RUPP's geklassificeerd worden onder een van de andere drie typen.
d Byway: een klein weggetje, meestal onverhard, dat opengesteld is voor alle verkeer.
Op deze paden heb je dus het recht te wandelen. Dit recht is vastgelegd in een aantal wetten die betrekking hebben op rights of way. Ik zal hier niet teveel uitweiden over al deze wetten, maar voor een wandelaar is het best interessant te weten wat de uitvloeisels zijn van deze wetten. In het zeldzame geval van een konflikt met een landeigenaar weet je dan ook waar je allebei aan gehouden bent. Overigens zijn er veel Engelsen die zelf ook weinig kaas van deze wettelijke regels gegeten hebben.
. Belemmeringen.
Het is de plicht van landeigenaren om de openbare paden vrij te houden van obstakels. Dus prikkeldraadversperringen mogen niet, en eigenlijk zou de landeigenaar ook een overgroeid pad moeten maaien en snoeien. In de praktijk gebeurt dat laatste weinig. Eigenlijk zou een pad zichzelf in stand moeten kunnen houden, maar in weinig belopen gebieden gaat dit niet op. Een doorgang in een heg kan kompleet dichtgegroeid zijn. Of het pad is veranderd in een zee van brandnetels. Je korte broek blijkt dan ondanks het warme weer toch niet de juiste kledij.
. Hekken en overstapjes.
Om over allerlei perceelscheidingen zoals heggen, muurtjes, prikkeldraadhekken etc. te komen zijn op een openbaar voetpad doorgangen en overstapjes gemaakt. Het behoort tot de wettelijke taak van de landeigenaar om voor doorgangen te zorgen en ze te onderhouden. De Brit kent twee soorten doorgangen: 'gate' en 'stile'. Een gate is simpelweg een hek dat geopend kan worden. Typisch Engels is de zogenaamde 'kissing gate', een klaphekje waar vee niet doorheen kan komen, maar mensen wel.
Een stile (overstapje) heeft vele verschijningsvormen, van uiterst summier tot zeer luxe. Bij prikkeldraad bouwt men meestal een soort treeplank. Met een hoge stevige paal als houvast stap je er dan zo over. In muurtjes is vaak op knappe wijze een uitsparing ter grootte van een mensenbeen gemaakt, of heeft men met platte stenen aan beide zijden een trapje in de muur gebouwd. Een andere variant is dat men een soort houten keukentrap over de muur heeft gezet.
Soms zijn stiles zo ingenieus gebouwd, dat het aardig wat gymnastiekoefeningen oplevert om er over heen te komen. Waar de maker van een stile vaak geen rekening mee heeft gehouden zijn grote rugzakken. Sommige kissing-gates zijn met rugzak niet te passeren. Rugzak af is dan de enige oplossing. Als een hek onverhoopt niet te openen is, klim er dan overheen aan de kant van de hengsels, ook voor je eigen veiligheid. Klim je er namelijk aan de andere kant overheen, dan wil een wat ouder hek door de hefboomwerking het nog wel eens begeven.
Op een bridleway mogen geen overstapjes gebouwd worden, maar slechts hekken die zittend op een paard te openen moeten zijn zonder af te stijgen. Ik kan me bepaalde situaties herinneren waar dat echt onmogelijk was. Maar voor wandelaars is dat niet belangrijk. Voor een voetganger is het voordeel dat je op een breidelweg nooit hoeft te klimmen. Dat is niet alleen handig voor iemand die moeite heeft met het nemen van de soms lastige overstapjes. Als je Offa's Dyke Path gelopen hebt kun je geen stile meer zien en is een bridleway een verademing!
. Akkerland.
Een right of way wil nog wel eens dwars door een akker lopen. In het gunstigste geval is het pad niet bebouwd met gewassen, en dus goed zichtbaar. Soms kun je duidelijk zien dat eerdere wandelaars over de lijn van het pad het gewas hebben vertrapt. Een omgeploegd pad is een aardige hindernis. Volgens de wet mogen boeren rights of way omploegen, maar moeten het pad daarna officieel weer herstellen, hetgeen zelden gebeurt. Een pad langs de rand van een akker mag echter niet omgeploegd worden.
. Bruggetjes.
De verantwoordelijke instantie, meestal lokale overheid, heeft de plicht te zorgen dat bruggetjes onderhouden worden.
. Vee.
In veel weiden waar een openbaar pad doorheen loopt zul je vee aantreffen. Over het algemeen zijn de beesten gewend aan wandelaars in hun veld. Schapen zoeken een goed heenkomen, let alleen op dat je ze niet ongewild in een lastige positie drijft. Het zijn vreselijke zenuwachtige paniekbeesten. Heel af en toe maak je mee dat schapen met z'n allen achter je aan komen. Waarschijnlijk zien ze je voor de herder aan.
Paarden doen bijna nooit kwaad. Koeien zijn volgens mij in Engeland wat meer gewend dan in Nederland en komen zelden achter je aan gallopperen. Alleen de jonkies zijn uitgelaten en nieuwgierig.
Stieren kunnen problemen opleveren. Sinds een paar jaar is het boeren toegestaan een stier in een veld met een right of way te laten lopen. Daarvoor was dat meestal door lokale verordeningen verboden. De konklusie is dus dat je er alert op moet zijn. Hoe je met een stier moet omgaan is moeilijk aan te geven. Bij een kwade stier die staat te bulderen moet je gewoon uit de buurt blijven. Loop om of terug. Vaak blijkt een stier niet echt agressief, maar dat weet je pas zeker als je de wei al overgestoken bent. Het enige advies is: als er een stier in het veld staat, doe dan zo onopvallend mogelijk en verlaat de wei snel. Jonge stieren (meestal een kudde) zijn niet gevaarlijk, maar wel supernieuwsgierig. De meeste mensen (waaronder ik) voelen zich niet echt lekker als zo'n clubje op je af komt gallopperen.
Een schrale troost is dat de eigenaar aansprakelijk is voor de schade die zijn beesten aanrichten aan mensen op een right of way.
. Van het pad afwijken.
Aangezien je alleen op de lijn van de right of way het recht hebt om te lopen, mag je daar dus niet van afwijken. Hooguit om een obstakel te omzeilen. Nu is het niet strafbaar om van een pad af te wijken, maar een landeigenaar heeft wel het recht je weg te sturen en bovendien kun je aansprakelijk worden gesteld voor aangerichte schade als je van het openbare pad bent afgeweken. Picknicken op een right of way zal geen problemen opleveren als je de boel weer netjes achterlaat. Tegenover een landeigenaar die hierover stennis gaat maken begin je niet veel, omdat je eigenlijk alleen het recht hebt om er te lopen.
. Misleidende bordjes.
Tenslotte is het leuk om te wijzen op de bepaling in de wet die het landeigenaren verbiedt bordjes te plaatsen met misleidende opschriften met het doel wandelaars af te schrikken een right of way te gebruiken.
. Bewegwijzering.
In Engeland vallen de handwijzers met 'public footpath' veelvuldig op. In Wales staat er in goed Welsh 'llwybr cyhoeddus' op. Een groen bord met een witte tekst, een houten variant of een betonnen steen, zijn enkele verschijningsvormen. Waar een right of way een verhard weggetje verlaat, moet volgens een wettelijke verplichting zo'n handwijzer staan.
In 1974 deed de Countryside Commission de aanbeveling om de rights of way ook zoveel mogelijk in het veld te merken. Sindsdien zijn nogal wat paden met pijlen in de standaard kleuren gemarkeerd. Geel voor een public footpath, blauw voor een bridleway.
Daarnaast zul je nog wel ontelbare vormen van bewegwijzering tegenkomen. Veel boeren zijn zo verstandig om de loop van het pad met pijlen en/of verfstrepen aan te geven, vooral als het pad over hun erf gaat.
Het belopen van paden die geen right of way zijn is in principe voor eigen risico. Je kunt er weggestuurd worden. Op sommige niet-openbare paden in drukke gebieden worden wandelaars wel getolereerd. Wegsturen zal dus niet meteen zo'n vaart lopen, maar bedenk wel dat het systeem van right of way in de hand werkt dat landeigenaren snel geneigd zijn het buiten de openbare paden treden (tresspassing) niet te accepteren.
Tegenwoordig kom je wel eens een zpogenaamd 'permitted path' tegen. Dit zijn in principe privé-paden, waarover met de eigenaar afspraken over de toegankelijkheid zijn gemaakt.
2.2.2 'Right of way' in Schotland
Wat er hierboven beschreven is, geldt alleen voor Engeland en Wales. Het 'public right of way ' in Schotland is anders, de wettelijke basis voor het recht van overpad is ook anders.
Wat niet wil zeggen dat het right of way in Schotland niet bestaat. Voor bepaalde voetpaden bestaat wel degelijk een recht van overpad. Er zijn echter geen Definitive Maps in Schotland, zodat het bewijs van het bestaan van een recht van overpad niet altijd even duidelijk is. Vaak houden plaatselijke overheden wel een lijst van paden bij waarvan bekend is dat het rights of way zijn. Als gevolg hiervan staan de openbare paden en breidelwegen op de stafkaarten niet apart vermeld.
Het recht is in Schotland gebaseerd op een gewoonte-recht. Een pad dat 20 jaar lang continu gebruikt is door wandelaars, en waarvan het gebruik niet verhinderd is door de landeigenaar, kan een right of way worden. Hiertoe kan elk individu of organisatie een wettelijke procedure beginnen, waarbij dan voldoende bewijsmateriaal moet worden geleverd dat het pad aan de vereisten voldoet. Als dit volgens het betreffende gerechtshof het geval is, wordt het pad tot right of way verklaard.
Naast dit gewoonte-recht hebben lokale overheden wettelijke mogelijkheden om een openbaar pad te creëren, te wijzigen of te schrappen.
Het onderhoud van de right of ways ligt dan ook bij de lokale overheden en niet zoals in Engeland bij de landeigenaar. Deze plaatselijke overheden zijn echter niet verplicht om het onderhoud te plegen, behalve waar het gaat om paden die door die overheid gecreëerd of omgeleid zijn. Grappig is dat iedereen echter het recht heeft een openbaar pad te repareren, zolang geen schade wordt toegebracht aan de eigendommen van de landeigenaar. Ook bestaat het recht om eventuele recent ontstane of aangebrachte obstakels op een right of way te verwijderen, zodat de doorgang weer vrij is.
Stieren zijn in een wei waar een right of way doorheen loopt meestal verboden, hoewel de Schotse wet hierover nogal onduidelijk is. Enige waakzaamheid is wel op zijn plaats. Tenslotte heb ik de ergste ervaring met een stier in Schotland gehad, terwijl het beest zich niet eens op mijn weg bevond, maar in een openstaande wei naast het weggetje. De wandelaar in Brodick op het eiland Arran zij gewaarschuwd.
In de praktijk zijn in Schotland alle op de kaart getekende paden meestal in het veld te herkennen en te gebruiken. Hoewel je dus nooit met zekerheid zult weten of ze openbaar zijn. Theoretisch loop je een kans dat je er door een landeigenaar weggestuurd kan worden. Ik heb daarmee echter nog nooit problemen gehad, ook niet in de agrarische gebieden in Schotland. Voor zover terreinen echt strikt privé zijn, is dit meestal wel met borden en onneembare hekken aangegeven.
Een grote uitzondering vormt de periode half-augustus tot half oktober, het zogenaamde 'deer-stalking' seizoen. In deze tijd wordt er op de in het wild levende herten in de Hooglanden gejaagd, deels om de wild-stand gezond te houden, deels als sport. Voor diverse grootgrondbezitters is deer-stalking (vrij vertaald: herten besluipen) een oude traditie en mijns inziens vaak de enige reden om een landgoed te bezitten. De herten kun je dan ook gewoon als een gewas beschouwen dat eens per jaar geoogst moet worden. Wandelaars kunnen bij deze oogst gemist worden als kiespijn, aangezien ze de beesten verstoren. Right of way of niet, in het deer-stalking seizoen kun je je soms beter niet in de Schotse Hooglanden wagen. Mocht je er toch zijn, probeer dan zo veel mogelijk bij de lokale bevolking er achter te komen waar de 'deerstalkers' aktief zijn, want uiteraard is men niet twee maanden aaneengesloten aan het jagen. En in gebieden van de National Trust of Scotland (NTS) wordt al helemaal niet aan deer-stalking gedaan.
Een confrontatie met kwade deerstalkers doet de reeds aanwezige spanning tussen wandelaars en stalkers alleen maar oplopen. Ook al ben je het helemaal niet eens met de jagers-praktijken, realiseer je wel dat veel van de fraaie paden speciaal voor het deer-stalking zijn aangelegd. Zo profiteer je mooi mee van de opbrengsten van de jacht.
Het systeem van right of way in Schotland is dus niet zo star als in Engeland, en meer afgestemd op de feitelijke situatie van aanwezigheid en gebruik van paden. Veranderingen in het padennet leiden op den duur tot een bijstelling van het netwerk van right of ways.
Vanwege de lagere bevolkingsdichtheid in Schotland komen problemen met het recht van overpad minder voor en besteden lokale overheden minder tijd aan het toezicht. Er bestaat dan ook een speciale vereniging die de ontwikkeling van de openbare paden volgt: de Scottish Right of Way Society. Hun taak is het in stand houden van de bestaande rights of way, en advisering van wandelaars die met landeigenaars in de clinch liggen.
De beste manier om de public paths voor de toekomst te bewaren is echter gewoon er overheen lopen en van de omgeving genieten!
Het uitgebreide net van openbare voetpaden vormt een prachtige basis voor het uitzetten van meerdaagse voettochten. Daarvoor kun je een kaart ter hand nemen en zelf je weg zoeken, of een keuze maken uit het aanbod van reeds uitgezette lange-afstandspaden.
Er zijn momenteel 13 National Trails, waarvan 3 in Schotland. Hieronder volgen ze met een verwijzing naar de paragraaf waarin ze beschreven zijn:
1. Pennine Way (4.3.1)
2. Cleveland Way (4.5)
3. Pembrokeshire Coast Path (6.3)
4. Offa's Dyke Path (5.1.1)
5. South Downs Way (5.4.2)
6. Ridgeway Path (5.4.3)
7. South West Peninsula Coast Path (6.1)
a. Somerset & North Devon Coast Path
b. Cornwall Coast Path
c. South Devon Coast Path
d. Dorset Coast Path
8. North Downs Way (5.4.1)
9. Wolds Way (5.4.5)
10 West Highland Way (8.2.1)
11 Speyside Way (8.2.2)
12 Southern Upland Way (8.1)
13 Peddars Way & North Norfolk Coast Path (6.6)
Deze 13 National Trails zijn de officiële lange-afstandspaden, dat wil zeggen dat deze paden een officiële erkenning door de Countryside Commission hebben gekregen. Verder is er een overvloed aan 'officieuze' paden. Dat kunnen uitgezette en gemarkeerde routes zijn van plaatselijke organisaties, of simpelweg een door een enthousiaste wandelaar in een gidsje beschreven zelfbedachte route. Met een beknopte beschrijving van al deze (officiële en officieuze) lange-afstandspaden heeft Barbara Blatchford in haar "Long-distance walkers handbook" in de stortvloed enige struktuur aangebracht. Van dit boek is inmiddels een Nederlandse vertaling verschenen onder de titel "Lange afstandswandelingen in Groot Brittannië". Onlangs zijn alle gegevens omtrent de Britse lange-afstandspaden ook samengebracht en centraal opgeslagen in de computer. Deze gegevens zijn op te vragen bij het National Register of Long Distance Paths.
De lange-afstandspaden maken bijna overal gebruik van reeds bestaande rights of way en openbare (verharde) weggetjes. Bij de National Trails is voor zover dat niet het geval was een right of way gecreëerd, of zijn (voorlopige) afspraken gemaakt met landeigenaars, zodat de wandelaar langs deze routes van doorgang verzekerd kan zijn. Bij sommige paden zijn de onderhandelingen over het recht van overpad op enkele stukken nog altijd gaande. Dit geldt o.a. voor het enorme kustpad in het zuid-westen, waarvan bepaalde kleine trajekten nog steeds niet definitief zijn.
Alle National Trails zijn beschreven in gidsen en in het veld gemarkeerd. In Engeland met een eikeltje als symbool; in Schotland een gestileerde distel.
Het bestaan van een uitgezet lange-afstandspad is op zich geen garantie dat je overal right of way hebt. Meestal is dit wel het geval en waar dat niet is staat het vaak in de betreffende gidsjes aangegeven. Ik schrijf dit laatste niet met de bedoeling mensen af te schrikken, maar om het verschil tussen de officiële en officieuze paden aan te geven. De populaire officieuze paden hebben echter weinig officieus meer: ze staan op de stafkaarten aangegeven, zijn in het veld gemarkeerd en zijn alom bekend en geaccepteerd.
Bij de gebiedsbeschrijvingen worden de National Trails en bekende andere lange afstandspaden in het kort beschreven.
(overzichtskaart National Trails)
Ordnance Survey kaarten - Andere kaarten - Wandelgidsen
1:25.000 - 1:50.000 - 1:63.360 - National Grid Reference
De Engelse topografische dienst heet "Ordnance Survey" (OS). Voor de wandelaars in Engeland een begrip. In tegenstelling tot Nederand maakt de Engelse topografische dienst geen deel uit van het ministerie van Defensie. Een en ander heeft er toe geleid dat de OS ook andere afzetmarkten is gaan aanboren buiten het leger. Het rekreatieve gebruik van gedetailleerde kaarten is door de OS de laatste jaren flink gepropageerd. En naast het maken van stafkaarten is men zich ook gaan toeleggen op aanverwante zaken zoals wandelgidsen en gebiedsgidsen.
Het gevolg hiervan is dat topografische kaarten onder de Engelse bevolking een redelijk bekend produkt zijn en dat de kaarten vrij algemeen verkrijgbaar zijn. Elk stadje heeft wel een boekhandel of Tourist Information waar de plaatselijke stafkaarten in voorraad zijn.
De kwaliteit van de Britse kaarten is hoog. Fouten komen erg weinig voor en ontstaan meestal door wijzigingen in het veld. Alleen in berggebieden wil er nog wel eens iets niet kloppen. Onder klimmers en 'munro-baggers' wordt de OS nog al eens afgekraakt omdat aangegeven steile rotswanden relatief flauwe hellingen blijken te zijn en vice versa. Ook is men niet altijd te spreken over de naamgeving van bergen en dalen in Schotland.
Maar mijn eigen ervaringen met de Ordnance Survey-kaarten zijn erg goed. Als je op een rotdag na drie uur door de mist lopen op kompas en kaart precies uitkomt waar je wezen moet, wil je eventuele kleine foutjes wel door de vingers zien.
Ik zal hier het repertoire van de OS de revue laten passeren.
De meest gedetailleerde kaart die voor wandelaars interessant is, is de 'Pathfinder map'-serie (1:25.000). De oude versie hiervan (First Series) bestond uit bladen van 10 bij 10 kilometer, maar is al vrijwel geheel vervangen door de Pathfinder Series, die 20 bij 10 kilometer zijn. Het bestreken oppervlak is dan weliswaar twee keer zo groot geworden, het nadeel van de 1:25.000 kaarten blijft dat je er zo veel van nodig hebt.
Maar een van de grootste voordelen van de 1:25.000 serie is dat de perceelscheidingen er op staan. Met andere woorden, je kunt bijvoorbeeld in cultuurland een pad volgen door er op te letten in welke hoek het pad de wei of akker verlaat. Mijn ervaring is dat zeker als het pad niet duidelijk is, dit erg handig kan zijn.
De Pathfinder-serie geeft in Engeland en Wales de rights of way aan met groene stippellijnen, 'permitted paths' in bruin. Dit is trouwens ook een verbetering ten opzichte van de First Series, die geen rights of way aangaven. Door de wijze van produktie geeft de Pathfinder map bovendien zeer nuttige extra informatie over de voetpaden aan. Bij het tekenen van de kaarten worden namelijk op basis van luchtfoto's en veldwerk eerst de op de grond zichtbare paden ingetekend met een zwarte stippellijn. Onverharde weggetjes en karresporen worden aangegeven door een 'wit weggetje': twee al dan niet onderbroken lijnen (afhankelijk van de aanwezigheid van hagen of muurtjes langs het spoor). Hiermee heb je dan alle onverharde paden die in het veld herkenbaar zijn. Later wordt de informatie over rights of way met groene stippellijnen op de kaart gedrukt. Je krijgt hierdoor drie soorten paden:
1 Een zwarte stippellijn of wit weggetje waaroverheen een groene stippellijn gedrukt is: Hier heb je dan te maken met een pad dat op de grond zichtbaar is en waarop je recht van overpad hebt.
2 Een zwarte stippellijn of wit weggetje dat niet gedekt is door een groene stippellijn: Hier is sprake van een op de grond herkenbaar pad, welke geen right of way is.
3 Een groene stippellijn die niet gebaseerd is op een zwarte stippellijn of een wit weggetje: Dit is dus een right of way die loopt over een niet op de grond zichtbaar pad (tenminste op het moment dat de kaart gemaakt werd).
De typen 1 en 2 zijn duidelijk. Alleen bij het derde geval kan er van alles aan de hand zijn.
Het kan een oude right of way zijn die in verval is geraakt en daarom in het veld niet meer te herkennen. Wapen je met bijlen en kapmessen en tracht de meestal ontstane jungle te bedwingen, of kies een ander pad.
Het kan echter ook een nieuw gecreëerde right of way zijn, die inmiddels door vele voeten in een overduidelijk spoor is veranderd. Prachtige stiles van nieuw geteerd hout sieren het pad en je geniet met volle teugen.
Vaak zal het niet zo duidelijk zijn. Hoe het ook zij, de les is dat je met paden van het type drie (groene stippellijn zonder zwarte basis) moet oppassen. Het enige waar je echt van op aan kunt is het feit dat je het recht hebt om op de groene stippellijn te lopen.
Proefondervindelijk en afhankelijk van het gebied, zul je langzaamaan merken hoe je met de informatie van zwarte en groene stippellijnen moet omgaan. Tenslotte is mijn bovenstaand verhaal ook gebaseerd op pure praktijkervaring.
Van populaire wandelgebieden bestaan samengestelde bladen van de Pathfinder serie, de zogenaamde 'Outdoor Leisure Maps'. Als je het mij vraagt zijn dit de mooiste Britse kaarten, zeer gunstig geprijsd. De meeste bladen zijn namelijk 2½ à 3 keer het formaat van de normale Pathfinder map, sommige zijn dubbelzijdig bedrukt en daarmee wel 5 keer zo groot. Naast alle voordelen van de gewone 1:25.000 serie geven deze kaarten ook nog toeristische informatie, zoals campings, jeugdherbergen, bezienswaardige objecten etc.
De meest gebruikte kaart is echter de 1:50.000 Landranger Series. Met een bestreken gebied van 40 bij 40 kilometer per blad geven ze een schat aan informatie waar je je niet gelijk scheel aan betaalt. De serie omvat 204 bladen voor heel Groot-Brittannië.
Om te wandelen bevatten de kaarten alle benodigde informatie. In Engeland zijn de rights of way in rood aangegeven (voetpaden met korte streepjes, breidelwegen met lange streepjes), en de overige paden met lange zwarte streepjes. Onverharde wegen en karresporen zijn net als op de 1:25.000 met een 'wit weggetje' aangegeven. Als hier geen rode streepjes in zijn getekend, is het geen right of way.
Met korte zwarte streepjes zijn ook landschapskenmerken als oude spoorlijnen en oude romeinse wegen aangegeven. Dit hoeft niet te betekenen dat er daadwerkelijk iets van te zien is. Soms kun je er niets van terugvinden, en al helemaal geen beloopbaar pad. Een andere bron van verwarring zijn de bosranden. De meeste bosgebieden hebben een zwarte lijn als rand, maar sommige stukken geven een onderbroken lijn als afscheiding te zien. Hiermee worden dan geen pad aangeduid, maar betekent het dat het bos op die plaats niet door een hek is omgeven.
Behalve de rights of way is standaard ook toeristische informatie op de 1:50.000 kaarten gedrukt.
Nagenoeg alle bladen zijn verschenen met zogenaamde 'metric contours', hoogtelijnen om de 10 meter, in plaats van om de 50 feet, zoals de bladen van de 1:50.000 First Series nog hadden.
De serie Tourist Maps is nog een overblijfsel uit de tijd dat de OS met kaartschalen werkte die waren gebaseerd op de Engelse maten. De voorloper van de 1:50.000 kaart was namelijk de 'one-inch map'. Eén inch op deze kaart kwam overeen met één mijl in werkelijkheid. Voor een aantal toeristische gebieden had men een aantal kaartbladen samengevoegd tot een Tourist Map. Tot op de dag van vandaag is de serie nog steeds populair bij de Britten. Voor de Ordnance Survey een reden om de serie aan te houden, hoewel de meeste Tourist Maps nu gebaseerd zijn op de 1:50.000 serie en speciaal verkleind worden tot de vreemde schaal van 1:63.360. Dat alles voor de behoudende Brit die niet kan wennen aan decimale maten en het zo handig vindt dat zijn duim (± 1 inch) op de kaart precies een mijl is.
Er bestaan 11 Tourist Maps. Als je je niet door de rare schaal laat afschrikken, zijn het fraaie kaarten. Ze bevatten exact dezelfde informatie als de 1:50.000 kaarten, inclusief toeristische informatie. Het grote verschil is dat op de Tourist Maps het relief is weergegeven door kleuren en op sommige kaarten door schaduwen. Hierdoor zijn de kaarten een lust voor het oog en krijg je snel een indruk van het gebied dat ze bestrijken. Als wandkaart zouden ze niet misstaan. Twee kaarten uit de serie zijn echter zowel wat betreft vorm als schaal afwijkend.
Erg handig en daarom ook veel gebruikt is de aanduiding van een plaats met behulp van een 'grid reference'. In beschrijvingen en gidsen willen ze nog wel eens voorkomen. Een volledige grid reference bestaat uit twee letters en zes cijfers, bijvoorbeeld NY 243076. Met deze combinatie is één bepaalde plek in Engeland tot op 100 meter nauwkeurig aangeduid, in dit geval Angle Tarn in het Lake District.
Over Groot-Brittannië is een groot rooster gelegd. Elk blok van 100 bij 100 kilometer heeft een aanduiding van 2 letters gekregen. Op elke OS-kaart behoort te staan in welke 100 bij 100 blokken de kaart ligt. Binnen elk blok is het rooster verder verfijnd tot lijnen om de kilometer. Dit kilometernet is op de bovengenoemde kaarten van de OS gedrukt. Om de grid reference van het voorbeeld te vinden zoek je dan in het blok NY de coördinaten 243 bij 076, dat wil zeggen je zoekt eerst op de horizontale as roosterlijn 24 op en gaat dan nog 3 tienden verder naar het oosten; vervolgens op de vertikale as naar roosterlijn 07 en dan nog 6 tienden naar het noorden. Let er dus op dat de voorste drie cijfers altijd betrekking hebben op de oostelijke richting en de achterste drie op de noordelijke richting slaan. Andersom kun je van een bepaalde plaats op de kaart een grid reference bepalen.
Op de overzichtskaarten van de OS zijn de roosterlijnen slechts om de 10 kilometer weergegeven. Desondanks is het met wat meetwerk mogelijk ook op deze kaarten een grid reference op te zoeken.
2.3.2 Andere kaarten
Natuurlijk bestaan er ook vele andere kaarten van Groot Brittannië. Bijvoorbeeld de Harvey Mountain Maps. Dit is een kleine serie van wandelkaarten van een aantal bekende berggebieden in Engeland met een schaal van 1:40.000. Bartholomew geeft eveneens van een paar toeristische gebieden wandelkaarten uit, op variërende schalen. Eerlijk gezegd vind ik de kwaliteit van deze kaarten een stuk minder dan vergelijkbare kaarten van de Ordnance Survey.
De 1:100.000 serie van Bartholomew is een randgeval. De kaart geeft door reliëfkleuring een aardige indruk van het landschap, heeft ook de officiële lange-afstandspaden ingetekend, maar is naar mijn mening onvoldoende geschikt als wandelkaart. Lang niet alle paden staan er op, en je mist ook informatie over right of way. Maar de kaart is prima geschikt om te gebruiken in combinatie met een wandelgids wanneer je een lange-afstandspad loopt. Je hebt dan naast het routeboekje een goed overzicht van waar je je bevindt, en als je van de route afwijkt ben je niet meteen verdwaald. Een andere gebruiksmogelijkheid van deze 1:100.000 is in Schotland, de thuisbasis van kaartenmaker Bartolomew. Voor het maken van een trektocht over bestaande paden door de dalen van de Schotse Hooglanden voldoen deze kaarten redelijk. De weinige paden die er in de dunbevolkte Highlands zijn staan er bijna allemaal op. Het voordeel van deze kaarten boven de OS 1:50.000 is namelijk dat je met minder kaarten hoeft te zeulen. De Bartholomew kaarten beslaan een 4 keer zo groot oppervlak, nl. 100 bij 70 kilometer. Alleen wanneer je van de paden af wilt gaan, of een bergtop wilt opgaan raad ik de Ordnance Survey kaarten sterk aan. De meer gedetailleerde hoogtelijnen heb je dan hard nodig.
De verscheidenheid aan wegen- en overzichtskaarten is groot.
De mooiste overzichtskaarten zijn de 9 bladen van de Routemaster serie van de OS. Met hun fraaie reliëfkleuring geven deze 1:250.000 kaarten een goed beeld van het landschap en zijn daardoor bij het wandelen ideaal als overzichtskaart.
Wegenkaarten van het hele eiland heb je onder andere van de AA (Automobile Association), Bartolomew, Hallwag, Mair, Michelin en Ordnance Survey. De OS Routeplanner, een handige wegenkaart op schaal 1:625.000, wordt jaarlijks uitgegeven. Michelin heeft daarnaast nog 4 goede deelkaarten van 1:400.000, en Bartholomew heeft een 1:253.440 GT-serie in 10 bladen, vergelijkbaar met de Routemaster serie van de Ordnance Survey.
De Engelsen zelf maken bij het autorijden vaak gebruik van wegenatlassen, veelal een bundeling van kaarten met een schaal van ongeveer 1:300.000 in een boek met een groot formaat. Zowel de AA, Bartholomew als de Ordnance Survey geven er jaarlijks een uit.
(gidsen van lange afstandspaden - plaatselijke gidsen - verkrijgbaarheid)
Het wandelen in Groot-Brittannië is goed gedokumenteerd. Dat wil zeggen, er bestaat een stortvloed van uitgaven op dit terrein. De gidsen zijn echter allen Engelstalig. De enige mij bekende uitzondering is het boek over de Pennine Way van Gerard de Waal. Hoewel ook bedoeld als routebeschrijving is dit reisverslag van een tocht over de Pennine Way voor dat doel mijns inziens minder geschikt.
Gidsen van lange-afstandspaden
Van de officiële lange-afstandspaden werden tot voor kort door de Britse staatsuitgeverij (HMSO) prachtige gidsen uitgegeven, vergelijkbaar met Franse GR-gidsen en de Nederlandse LAW-boekjes. Maar zoals ook in Nederland is de Engelse staatsuitgeverij geprivatiseerd. Hiermee is er een eind te zijn gekomen aan de uitgave van de fraaie HMSO-gidsen. Op het moment van schrijven zijn er slechts van enkele lange-afstandspaden nog exemplaren te verkrijgen. Gelukkig gloort er hoop aan de horizon en wordt de reeks voortgezet door ..... (??)
Standaard bevatten deze gidsen een routebeschrijving gecompleteerd door overdrukken van Ordnance Survey kaarten waarop de route is ingekleurd. Praktische gegevens over accomodatie, openbaar vervoer enzovoorts ontbraken zelden. En met achtergrond-informatie over onderwerpen als geologie, flora en fauna, geschiedenis waren het zeer volledige gidsen.
Het is te hopen dat de nieuwe reeks ook aan dezelfde standaard voldoet.
Andere uitgeverijen zijn hard op weg een concurrerende series op te bouwen. Vooral van de populairste paden bestaan er alternatieven. Twee uitgeverijen (Penguin en Constable) hebben in hun wandelgids-serie ook een aantal veel belopen officieuze paden opgenomen.
Van de officieuze paden bestaan vrijwel altijd gidsjes. Variërend tussen fraaie boekwerken en summiere routebeschrijvingen. Een en ander is afhankelijk van de populariteit van het pad. Sommige officieuze paden zijn zelfs ontstaan met een gidsje, waarin een enthousiaste lange-afstandswandelaar zijn favoriete route beschreef. Het bekendste voorbeeld hiervan is de 'Coast to coast walk', beschreven door Alfred Wainwright, die de laatste jaren in Engeland ongekend populair geworden is.
Uitgeverijen die veel gidsen van lange-afstandspaden in hun fonds hebben zijn Dalesman (noord-Engeland) en Thornhill Press (zuid-Engeland).
Er is in Engeland zeker geen gebrek aan wandelgidsjes waarin lokale (dag)wandelingen worden beschreven. Van elk gebied zul je bij de plaatselijke boekhandel of Tourist Information dergelijke gidsjes tegenkomen. Alleen in de vrijwel onbewoonde delen van Schotland zul je er misschien tevergeefs naar zoeken. Veelal zijn het geen dure boekwerken, maar eenvoudige goedkope boekjes, uitgegeven door plaatselijke uitgevers. Een opsomming van alle bestaande werken zou waarschijnlijk al de helft van dit boek vullen.
Niet onvermeld wil ik de 'Visitor's Guide' serie, uitgegeven door Moorland, laten. Dit zijn prima reisgidsen van deelgebieden van Groot-Brittannië, waarin ook beschrijvingen van (populaire) wandelingen zijn opgenomen. De Ordnance Survey geeft sinds een aantal jaren vergelijkbare gebiedsgidsen uit. Deze prachtige gidsen zijn veelal bedoeld om samen met de bijbehorende bladen van de 1:50.000 serie te gebruiken.
Zowel kaarten als gidsen zijn in Engeland ruim voorhanden. Als de lokale Tourist Information ze niet kan leveren, kan men je wel vertellen bij welke boekhandel ze te bekomen zijn.
Maar veel mensen zullen het kaart- en gidsmateriaal eerder in huis willen hebben voor het plannen van hun wandelvakantie. De boekhandels in eigen land die gespecialiseerd zijn in kaarten en reisgidsen zullen je een eind op weg kunnen helpen. In het register zijn adressen van deze speciaalzaken opgenomen. Gezien de overvloed aan Engels materiaal moet je je wel bedenken dat ze slechts een selectie in voorraad zullen hebben. Wellicht kunnen ze op bestelling meer leveren.
Gevaren - Noodsituaties - Hulp halen en mountain rescue - Mountain Code
Wandelen, met name in de bergen en heuvels, is niet zonder gevaar. Het grootste gevaar is het niet onderkennen van de mogelijke gevaren. Een kennis van mij, politieman in het Lake District, zou je hierover de meest vreselijke verhalen kunnen vertellen. Jaarlijks moeten er alleen al in het Lake District ongeveer tweehonderd in moeilijkheden geraakte wandelaars gered worden door Mountain Rescue Teams. In de meeste gevallen hadden de ongelukken voorkomen kunnen worden door betere uitrusting, kennis van de mogelijke gevaren en kennis van enige overlevingstechnieken. Hoewel dit vooral opgaat voor het wandelen in de berggebieden en Schotland, is enige kennis van mogelijke gevaren en hoe te handelen in noodsituaties ook voor laagland-wandelaars nuttig.
Zonder nu meteen mensen af te willen schrikken zal ik hier de voornaamste gevaren bespreken.
o Een ongeval (beenbreuk, valpartij, verwondingen).
In principe kan dit zelfs de meest ervaren wandelaar overkomen. De oorzaken van een ongeluk zijn meestal slecht schoeisel, onoplettendheid, vermoeidheid, roekeloosheid, plotselinge weersomslag. Een ongeluk kan op zijn beurt leiden tot andere gevaren, zoals onderkoeling.
o Verdwalen.
Verdwaald zijn is op zich nog niet zo erg, maar is vaak een bron van meer ellende, doordat je uitgeput raakt, in paniek raakt of op gevaarlijke routes (afgronden etc.) belandt. De oorzaak is meestal slecht kaartlezen of plotseling opkomende mist.
o Hypothermia, ofwel onderkoeling.
Voor een wandelaar is dit het meest verradelijke gevaar, maar op zich ook makkelijk te voorkomen door een goede uitrusting en voldoende voedsel. Het is een vorm van uitputting die ontstaat door constante afkoeling. De lichaamstemperatuur daalt onder de 37 graden met als gevolg dat de elementaire lichaamsfunkties aangetast worden. Wanneer geen maatregelen getroffen worden zul je het bewustzijn verliezen en tenslotte doodgaan. Vermoeidheid en een lege maag zijn twee faktoren die de kans op onderkoeling sterk vergroten. De enorme afkoeling wordt veelal veroorzaakt door sterke wind, al dan niet in combinatie met regen. Denk niet dat onderkoeling alleen op grote hoogte en bij lage temperaturen voorkomen. Er zijn gevallen bekend van mensen die op zeeniveau bij temperatuur van 10 graden aan hypothermia zijn gestorven.
Het gevaar zit hem vooral in de diagnose. Het is moeilijk om bij jezelf de symptomen van het begin van hypothermia vast te stellen. Die symptomen zijn namelijk vaag: besluiteloosheid, een licht gevoel van onwerkelijkheid, vaak struikelen en andere tekenen van concentratie-verlies. Mijn ervaring is dat je vaak pas naderhand ontdekt dat je 'er tegenaan zat'. Warmte is de enige oplossing bij onderkoeling. Lichaamsdelen warm wrijven en alcoholgebruik zijn uit den boze. Ze geven weliswaar een warm gevoel, maar zorgen ervoor dat de bloedvaten in de huid zich verwijden waardoor je nog meer energie aan de omgeving verliest.
o Bliksem.
In de bergen is onweer gevaarlijk, en je klunt dan het beste zo snel mogelijk van toppen en bergruggen afgaan. Op een mooie dag in het Lake District heb ik meegemaakt hoe veel wandelaars overvallen werden door een onweersbui. Zelf zag ik de bui op tijd aankomen en daalde snel af, maar later hoorde ik dat een hond op de Great Gable door de bliksem gedood was.
Ook in laagland kan onweer in een open veld slachtoffers maken. Zorg dat je niet het hoogste punt in een wijde omgeving bent en ga desnoods plat op de grond liggen.
o Zonnesteek.
Het klinkt gek, maar het komt zelfs op de Britse eilanden voor. Mensen zoals ik die slecht tegen de zon kunnen, moeten op een zonvergoten dag een petje dragen en rustig aan doen.
o Verbranden.
Zon en wind, zeker in combinatie, kunnen je snel doen verbranden. Vooral hoger in de bergen loop je dat risiko. Let er op en ga niet te snel zomers gekleed op stap.
De beste remedie tegen deze gevaren is een goede voorbereiding en uitrusting. Maar zelfs de beste uitrusting en voorbereiding neemt niet weg dat er niets mis kan gaan. Je kunt je kaart of kompas verliezen, je enkel verstuiken of op een andere manier geïmmobiliseerd raken. Slechte weersomstandigheden als harde wind, regen en mist verergeren de situatie enorm. Het gevaar van onderkoeling ligt dan op de loer.
Wat je moet doen in noodsituaties is allereerst beschutting zoeken. Een schuilhutje is in zulke situaties meestal niet voorhanden, maar kruip achter een muur, in een kuil of andere windvrije plek. Zorg dat je het warm houdt. Trek alle meegenomen kleren aan en zorg voor isolatie aan de onderkant: een isolatiematje of anders hoog gras of heide. Als je die bij je hebt ga dan ook in je slaapzak liggen. Desnoods gaan je voeten met schoenen en al in je lege rugzak(je). Tenslotte kruip je in in je reddingsdeken of reddingszak als bescherming tegen wind en regen. Eet regelmatig wat van je reservevoedsel en wacht tot de omstandigheden verbeteren of hulp komt opdagen. Wanneer je hulp moet inroepen doe je dat met je zaklamp en vooral met je fluit. Er bestaat een internationaal SOS signaal dat bestaat uit zes fluittonen (of eventueel lichtflitsen) gedurende een minuut gevolgd door een minuut pauze. Verwacht niet teveel van deze noodsignalen, en zorg dat je erdoor niet extra uitgeput raakt.
In een groep kruip je in noodsituaties zo dicht mogelijk tegen elkaar aan, waarbij degenen die het het meest koud hebben in het midden zitten. Opsplitsen moet je alleen doen wanneer iemand gewond is en hulp van buitenaf snel nodig is. De gewonde persoon mag echter nooit alleen gelaten worden! Wanneer je met z'n tweeën bent is dit een groot dilemma. Paniek is een slechte raadgever. Bedenk dat een hulphalende in slechte weersomstandigheden ook grote risiko's loopt, zoals verdwalen en onderkoeling. In dat geval is de remedie erger dan de kwaal. Er zijn gevallen bekend waarbij een opsplitsing om hulp te gaan halen beiden fataal werd. Bij elkaar blijven en afwachten is soms nog het beste. Het is voorgekomen dat mensen in moeilijkheden zijn geraakt en het in hun reddingszak enkele dagen en nachten hebben uitgehouden voordat er hulp kwam opdagen. Hun juiste uitrusting en kennis van overlevingstechnieken bleek hun enige redding.
Als rugzakkampeerder ben je in zulke noodsituaties nog relatief in het voordeel, omdat je de mogelijkheid hebt een noodbivak in te richten en warm eten en drinken kan maken.
Wanneer je toch besluit hulp te gaan halen, zorg dan dat de hulpbehoevende zo veilig en comfortabel mogelijk achter gelaten wordt. Warm en ingepakt, zoals hierboven beschreven. Kruis de plaats op je kaart aan, schrijf de bijbehorende grid reference op, en beschrijf de positie van de hulpbehoevende zo goed mogelijk. Bedenk dat je met een eventuele reddingsaktie wellicht niet mee zult kunnen. Anderen moeten dus de plek met behulp van jouw aanwijzingen kunnen vinden. Ga niet roekeloos op stap maar bekijk op de kaart wat de snelste en veiligste manier is om hulp te kunnen bereiken. En vertel de hulpbehoevende wat je van plan bent. Overhaast je niet, de tijd die je wint door sneller lopen en rennen weegt bijna nooit op tegen de verhoogde kans dat ook jij valt of uitglijdt met alle gevolgen van dien voor zowel jezelf als de hulpbehoevende. Zorg dat je zo spoedig mogelijk bij een telefoon komt, draai 999 en vraag naar de politie. Leg hen rustig de situatie uit, beschrijf de positie van de hulpbehoevende en geef de grid reference op. De politie zal dan een Mountain Rescue Team bijeen roepen. Dit zijn vrijwel altijd plaatselijke vrijwilligers. Je kunt gevraagd worden hen te begeleiden naar de juiste plaats, maar bedenk dat je meestal doodmoe bent en de reddingsaktie waarschijnlijk alleen maar vertraagt. Wanneer je een goede situatieschets en grid reference kunt geven is je aanwezigheid ook niet noodakelijk.
De meest reddingsakties van de Mountain Rescue zijn gratis, maar wanneer deze vrijwilligers je bij weer en wind uit de bergen zijn komen redden zou ik hun bankrekeningnummer maar noteren. Een fikse financiële bijdrage is dan het minste wat je kan doen om je dankbaarheid te tonen. Per slot van rekening heb je een ongeluk altijd aan jezelf te wijten: als je de bergen en heuvels in gaat weet je dat je bepaalde gevaren loopt.
Uiteraard zijn de risico's het grootst bij het wandelen in de heuvels en bergen en in Schotland. Deze gebieden zijn afgelegen en de weersomstandigheden kunnen er bar en boos zijn. Voor het maken van een tocht in deze delen van Groot Brittannië is dan ook de zogenaamde 'Mountain Code' opgesteld, in aanvulling op de Country Code. Volgens mij kan het geen kwaad dat ook wandelaars in andere streken van Engeland er kennis van nemen:
Mountain Code.
Bereid je goed voor
. Neem niet te veel hooi op je vork. Begin niet aan tochten die je niet aankan, waarvoor je niet getraind bent en waarvoor je niet genoeg ervaring hebt.
. Zorg dat je uitrusting in orde is (zie 2.5).
. Weet hoe te handelen bij ongevallen. Stel je op de hoogte van de aanwezige reddingsfaciliteiten. Ken de internatiuonale SOS-signalen.
. Beheers elementaire EHBO en leer de symptomen van hypothermia herkennen.
. Ga niet alleen, behalve als je zeer ervaren bent.
. Laat bericht achter van je geplande tocht en het tijdstip waarop je terug denkt te zijn. Meldt in dat geval altijd je aankomst.
. Zorg voor voldoende oefening in het gebruik van kaart en kompas, en vertrouw op je kompas.
Denk aan anderen
. Vermijd jacht-partijen.
. Leid geen tochten tenzij je daar bevoegd toe bent.
. Bewaar de stilte; schreeuwen en radio's zijn taboe.
. Gooi niet met stenen en voorkom dat rotsblokken gaan rollen.
. Houdt het water schoon.
. Kies een dusdanige klimroute dat anderen er geen last van hebben, of wacht je beurt af. (voor klimmers)
Houdt rekening met het weer
. Stel je op de hoogte van de lokale weersverwachting.
. Keer terug als het weer omslaat.
. Wees bekend met de weersomstandigheden in de bergen. Wanneer sprake is van sneeuw en ijs ga dan slechts verder als je ervaring hebt in het omgaan met stijgijzers, pickel en klimtouw.
Respecteer het land
. Blijf op de paden door bossen en boerenland.
. Kampeer op officiële kampeerplaatsen of vraag toestemming aan de landeigenaar.
. Graaf een gat voor de grote boodschap en dek het af met grond.
. Let op brandgevaar bij het maken van vuur.
. Neem al je afval mee.
. Vermijd het opjagen van schapen en ander vee.
Bescherm de natuur
. Geniet van planten en bomen maar beschadig ze niet.
. Verstoor het wild niet.
Basisuitrusting - Berguitrusting
Wanneer ik met m'n bergschoenen door ons vlakke land loop krijg ik nogal eens te horen: "Er zijn hier geen bergen, hoor!". Toegegeven, het is wat overdreven om in Nederland met bergschoenen te lopen. Maar toch wijst de ervaring uit dat je beter te goed dan te slecht kunt zijn uitgerust. De hoeveelheid wandelaars die een wandeling over het platteland beschouwen als een wandelingetje door een park is volgens mij nog erg groot. En dan heb ik het nog niet eens over een tocht door de Engelse 'moors' of de bergen. Het ligt voor de hand dat het soort gebied waar je gaat wandelen verschillende eisen aan je uitrusting stelt. Het weer en het seizoen zijn ook zeer belangrijke faktoren.
Waar je ook gaat wandelen in Groot Brittannië, een aantal uitrustingsstukken zijn naar mijn mening onmisbaar.
1 Goed schoeisel.
Bedenk dat wandelen in Engeland lopen door velden en over onverharde paden betekent. Mooie tegelpaadjes zijn er niet bij, eerder kom je voor blubber en hoog gras te staan. Een gladde zool betekent dat je bij het eerste de beste hellende modderpad op je bek gaat. Met een lage schoen of een moderne sportschoen (zo eentje met lekker veel naden) loop je na het oversteken van een weiland met prachtige ochtenddauw al heerlijk te soppen. Toen ik klein was liep onze hele familie op laarzen, en voor een niet al te lange wandeling is dat nog niet zo'n gek alternatief.
De voorkeur gaat uit naar een bergwandelschoen, of eventueel een hoge stevige stapper. Een goede profielzool is een must, en de schoen moet lang waterdicht blijven.
2 Regenkleding.
Als je zonder regenkledij op stap gaat verklaar ik je voor gek. In sommige gevallen kan je leven er van af hangen. Ook al lijkt regenkleding nog zo zinloos, omdat je na een dag lopen door de regen van binnen net zo nat bent als van buiten, zorg dat je altijd een goede waterdichte regenjas en regenbroek bij je hebt. De belangrijkste funktie van regenkleding is namelijk dat het je warm houdt. De constante stroom koud regenwater op je lijf, zeker in combinatie met een straffe wind, kan je in zeer korte tijd enorm doen afkoelen. Een waterdichte scheiding tussen het koude regenwater en je warme zweet is dan weliswaar een vies gevoel, maar uiterst belangrijk.
Tegenwoordig bestaat er zogenaamde 'ademende' regenkleding, van materiaal dat waterdruppels tegenhoudt maar waterdamp (transpiratie) doorlaat. Je zou er dus 'droog' in moeten blijven. Belangrijker dan dat je regenpak ademt, is de vraag of het goed waterdicht is. Hoewel elke ervaren rot weet dat geen enkel regenpak op de lange duur echt waterdicht is, zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de diverse merken regenkleding.
3 Extra kleding.
Misschien volstrekt overbodig op een mooie zomerdag, toch raad ik aan altijd een extra (warm) kledingstuk mee te nemen. Het weer op de Britse eilanden is daarvoor te veranderlijk. Tijdens een regenbui kan het flink afkoelen. Je zult niet de eerste zijn die dat dan aan den lijve ondervindt.
4 Kaart en/of wandelgids.
Het klinkt zo logisch als wat, maar zonder kaart of gids kan een wandelingetje in onbekend gebied al snel uitgroeien tot een onbedoelde lange dagtocht. Ik zou zelf niet graag zonder op stap gaan.
Wat hierboven staat genoemd vind ik minimaal voor een wandeling in de lagere gebieden van Engeland. Handig zijn ook de volgende items:
. Een rugzakje om spullen in mee te nemen.
. Wat eten en drinken voor onderweg.
. Een kompas (als je weet hoe er mee om te gaan).
. Slobkousen, beter bekend als gamaschen, of op z'n Engels: gaiters. Hoewel oorspronkelijk bedoeld voor het lopen door de sneeuw, kunnen gamaschen vele funkties vervullen. Ze houden je lange broek en sokken vrij van modder en nattigheid, voorkomen dat regenwater via je sokken in je schoenen loopt, en zelfs bij droog weer doen ze dienst door het tegenhouden van zand en steentjes die normaliter altijd in je sokken kruipen. Je begrijpt dat ik ze altijd draag.
Zoals gezegd, verschillende gebieden vragen aangepaste uitrusting. Voor het wandelen in Schotland en de berg- en heuvelgebieden van Engeland is de hierboven genoemde basisuitrusting zeker niet voldoende. Om zonder grote risiko's in deze gebieden te kunnen wandelen moeten de vier uitrustingsstukken aangevuld worden met:
5 Kompas.
Samen met de kaart (of eventueel wandelgids) vormt het kompas je navigatiemiddel wanneer het zicht beperkt wordt door mist of hevige regenval, of soms zelfs op klaarlichte dag als het landschap te weinig herkenningspunten biedt. Dit betekent dat je het samenspel van kaart en kompas goed moet beheersen. Zoniet, dan is een kompas een waardeloos instrument en raad ik je sterk af de heuvels en bergen in te gaan.
Het kompas dat het best voldoet is het oriënteringskompas, een draaibaar kompashuis op een perspex plaat. Hiermee kun je op eenvoudige wijze een looprichting op de kaart omzetten in een te volgen kompaskoers. Vizierkompassen of peilkompassen zijn vaak wel heel mooi, maar minder voor dit doel geschikt. Voor een instruktie van het gebruik van het kompas verwijs ik naar andere literatuur.
6 Fluit.
Een stom ding, maar als je in nood bovenop de heuvels zit mag je blij zijn dat je 'm bij je hebt. Het geluid van een fluit draagt veel verder dan menig hulpgeroep.
7 Zaklamp.
Je zult er niet zo snel aan denken, maar wanneer een tocht door wat voor reden dan ook uitloopt, kan het invallen van de duisternis grote problemen opleveren. Je kunt je kaart niet meer lezen en je kunt nauwelijks meer zien waar je loopt. Noodgedwongen in de heuvels moeten overnachten is echt geen pretje. Een in nood geraakte wandelaar kan bovendien met een zaklamp eventuele hulp op zijn positie attenderen.
8 Extra voedsel.
Voor het geval een tocht noodgedwongen langer duurt is extra voedsel onontbeerlijk. Er bestaan speciale noodrantsoenen, maar die zijn erg duur. Gewoon energierijk voedsel voldoet prima, zoals chocolade, crackers en kaas, noten, rozijnen enzovoort. Engelsen zweren bij Kendal Mint Cake, een soort borstplaat met een mintsmaak.
9 EHBO-set.
Dit spreekt voor zich. Als wandelaar moet je minstens in je EHBO wat snelverband hebben voor het behandelen van grote wonden, zwachtel en vette watten voor verstuikte gewrichten en spullen voor de behandeling van blaren (naald, ontsmettingsmiddel en leukoplast of sporttape). Een goede pijnstiller kan belangrijk zijn. Verder blijft de samenstelling van een EHBO-set een persoonlijke zaak.
Wel zou je eigenlijk een EHBO-diploma moeten hebben.
10 Reddingsdeken of reddingszak.
Dit is een grote lap plastic, soms met warmtestraling reflecterende alu-coating, of een mansgrote stevige plastic zak, meestal met een felle signaalkleur. De funktie hiervan is om in noodsituaties (na een ongeval of bij uitputting) jezelf tegen weer en wind te kunnen beschermen. Mijns inziens voldoet een reddingszak beter. De Engelsen spreken van een 'survival bag'.
Bijna al deze attributen zijn noodvoorzieningen. Alleen een rugzakkampeerder heeft het voordeel dat een aantal ervan, zoals zaklamp en extra voedsel, sowieso in de uitrusting thuishoren. Ikzelf sjouw met deze noodvoorzieningen al jaren berg op berg af, zonder er veel gebruik van gemaakt te hebben. Maar het is net als met een autogordel: voor de veiligheid doe je 'm om, maar je hoopt dat je 'm nooit nodig zult hebben.
Tenslotte moet ik er op wijzen dat bovenstaande uitrusting is toegeschreven op de warme helft van het jaar. Winter-tochten in de berg- en heuvelgebieden van Engeland en Schotland zijn serieuze ondernemingen en vereisen veel ervaring. Stijgijzers en pickel zijn essentiële uitrustingsstukken, en je moet weten hoe er mee om te gaan. Daarnaast is extra warmtekleding een bittere noodzaak. De temperatuur lijkt meestal niet zo laag, maar in combinatie met de hoge luchtvochtigheid en de harde wind zijn de winters in de berggebieden erg bar.