Lopen op papier (3): Kaartlezen
Kaartlezen is 'lopen op papier' in pure vorm. Een uitzonderlijk
goed getrainde kaartlezer hoeft eigenlijk de eur niet meer uit. Over
een kaart gebogen 'loopt' ie over de kaart en kan zich een perfecte
voorstelling maken van hoe zijn route er in het echt uitziet. Wanneer
dit voorstellingsvermogen het laat afweten wordt het tijd om dit
onbekende gebied eens te verkennen.
Niet iedereen kan even goed
kaartlezen. Maar met wat oefening kan een slecht kaartlezer nog best
veranderen in een goede gids. Het is alleen jammer dat ongeoefende
kaartlezers altijd overschaduwd worden door de getrainden en zo nooit
de kans krijgen om het te leren. Terwijl de rappe kartofielen hun
kaartleeskunsten verder perfectioneren. Nu zijn er lieden die de pest
hebben aan kaartlezen en liever met een camera om hun nek lopen; dat
vind ik verder best. (Zij kunnen prachtige tochten makne bij de
gratie van kaartleesfanaten die graag met een privé-fotograaf
op stap gaan!) Voor degenen die hun kaartlezen wat willen opkrikken
heb ik gepoogd wat op papier te zetten. Bedenk echter dat je
kaartlezen alleen kunt leren door het te doen.
Hierboven
zijn twee soorten kaartlezen genoemd. (a) De kaart lezen als een
gebiedsbeschrijving zodat je door de kaart een indruk van het land
krijgt; en (b) De kaart gebruiken als een wegwijzer, om niet te
verdwalen.
(a) leer je vanzelf als je vaak genoeg (b) doet. En
eigenlijk is (a) alleen leuk voor kaartenfreaks die, zoals een
Engelsman die ik laatst ontmoette, liever een kaart lezen dan een
boek (wat mij erg bekend voorkwam!). Ik zal het hier dan ook alleen
maar over (b) hebben.
Goed, daar sta je dan, met je wandelschoenen aan en een kaart in
je hand. Je gaat een uitgezette route lopen of een zelfbedachte (wat
vaak leuker is). Handig is het om met potlood je route in te tekenen,
of de plekken waar je langs wilt lopen aan te strepen. Dit helpt je
bij het zoeken op de kaart naar "waar was ik ook al weer?".
Je kijkt nu op de kaart een flink eind vooruit tot een opvallend punt
(een kruispunt veelal, maar het kan van alles zijn) en loopt, tot je
daar aankomt. Op de kaart heb je de afstand kunnen schatten tot dat
opvallende punt en zolang loop je dus lekker te genieten en te
vergeten dat je aan het kaartlezen was.
De afstand in de gaten
houden is belangrijk. Bijvoorbeeld als je op een 1:50.000 kaart door
een bos loopt. Niet alle bospaden staan op die kaart en dus kun je
niet uitgaan van zoiets als "2e pad rechts en 3e pad links",
maar moet je meten: "na 75 m rechts en na 200 m links" (om
maar wat te noemen).
Op de kaart staat natuurlijk veel meer dan
alleen maar wegen en paden. Als je er eens tijd voor hebt moet je de
legenda van een kaart eens helemaal doornemen. Wist je bijvoorbeeld
dat een topo-kaart het verschil tussen loof- en naaldbos aangeeft? En
het verschil tussen een dijk lager dan één meter en
eentje hoger dan 2,5 meter? En dat postkantoren op de kaart staan
aangegeven? Een idee is om de legenda van een kaart af te knippen en
los mee te nemen zodat je 'm altijd bij de hand hebt. De kunst van
het kaartlezen is om alle informatie die op de kaart staat te
gebruiken. Alleen naar wegen en paden kijken kan misschien voldoende
zijn om de weg te vinden, maar je kunt het jezelf veel gemakkelijker
maken door ook op andere dingen te letten. Probeer dan steeds
zekerheden in te bouwen. Zo van: als dit het goede pad is komen we na
100 m langs een heideveld; of: als dit de goede richting is komen we
na 125 m over een bruggetje en buigen dan af naar het noordoosten
(wat je met je kompas kunt controleren). Dit is heel belangrijk bij
het kaartlezen, regelmatig controleren of alle kaartinformatie
overeenkomt met de werkelijkheid, zodat je steeds zeker weet waar je
bent, waar je op de kaart zit.
Als je niet meer weet waar je zit, moet je andersom te werk
gaan. Goed om je heen kijkend neem je de omgeving op en probeert een
stukje kaart te vinden dat daarmee klopt. Het scheelt natuurlijk als
je nog ongeveer weet waar je zat. Weer let je op markante punten.
Kerktorens natuurlijk, maar meestal zijn die te ver weg. Probeer dan
eens te letten op kruispunten. Die zijn lang niet allemaal hetzelfde,
sterker nog: hoeveel kruispunten op één kaart zijn
precies hetzelfde? Let eens op het wegdek, de hoek waaronder de wegen
kruisen, of er bos, heide of weiland naast ligt, enzovoort. Oké,
in een saai produktiebos zien alle paden en kruispunten er hetzelfde
uit, maar wie gaat er nou in zo'n saai bos wandelen?
Bij het
kaartlezen kun je niet pietepeuterig genoeg zijn. Neem van mij maar
aan dat de Nederlandse topo-kaarten nauwkeurig zijn en dat de smoes
"de kaart klopt niet" lang niet zo vaak opgaat. Hooguit is
de kaart verouderd omdat er nieuwe wegen of nieuwbouwwijken zijn
aangelegd. Dan blijkt dat er van de kaart ook niet veel meer klopt.
Het maakt het kaartlezen extra boeiend. Je ontdekt bijvoorbeeld dat
er voor die snelweg een heel bos heeft moeten wijken. Of dat er veel
meer bruggetjes over de beek lagen vóór dat ie
gekanaliseerd werd. (En je scheldt en vloekt omdat je nu kilometers
moet omlopen.)
Als er slechts een kleinigheidje veranderd is, is
dat meestal wel te achterhalen. Maar let op: paden kunnen verdwijnen,
bruggetjes ingestort en nog veel meer ellende misschien, maar je
maakt mij nooit wijs dat het pad een andere richting heeft dan op de
kaart, of dat de brug 50 meter naar links getekend is. Zeker niet als
het een oud bruggetje is. De enige keer dat ik gemerkt heb dat een
kaart echt niet klopte, stond ik voor een 20 meter brede gracht met
daarachter een aarden wal die een aantal gebouwen beschermde. Mijn
kaart liet hier een prachtig Zuid-Hollands weide-patroon zien. Pas
gebouwd? Knap om er dan bomen neer te zetten van meer dan 50 jaar
oud! Militair object dacht ik toen maar, opzettelijk van de kaart
gelaten. Ik was daardoor niet echt van de kaart geraakt, een mooi
weggetje voerde me er omheen.
BART
(in Ruggespraak, nr. 29, juni 1986)
HOME
- Lopen op papier
Coördinaten
- Tochtideeën
- Kaartlezen
- LAW-paden
- Weekend
organiseren? - 10
jaar BPC - Ongeregeld
zooitje - Techno-logisch?
- Gek?