"Hartstikke mooi toch dat er F-16's ingezet worden om te
zoeken naar het vermiste meisje in Maarn? Of ben je daar ook weer
tegen?"
Ik zit met een vriendin in de kroeg en zucht eens
diep. Nee, natuurlijk ben er niet tegen, denk ik, maar waarom vind ik
dit soort vragen altijd zo hopeloos? En ik wist al dat die vraag zou
komen toen ik vrijdagmiddag in mijn achtertuin stond.
Laagvlieg-oefeningen, hier boven Utrecht? dacht ik. Maar in de krant
las ik dat het leger twee F-16's beschikbaar had gesteld om vanuit de
lucht infrarood-opnamen van een bosgebied te maken, om zo het
vermiste meisje mogelijk op te sporen.
Waarom moet je uitgerekend
bommenwerpers gebruiken om massagraven op te sporen? En moeten
militairen landmijnen opruimen die andere militairen gelegd hebben?
Moeten het militairen zijn die de zandzakken komen vullen als het
water ons aan de lippen staat?
"Ik ben er zeker niet tegen",
zei ik behoedzaam tegen de vriendin, "wanneer militaire
apparaten ergens goed voor blijken te zijn. Maar die F-16's hebben we
niet gekocht om vermiste meisjes op te sporen. Nu kun je zeggen: als
we die dingen dan toch eenmaal hebben, laten we ze dan goed
gebruiken, dan dienen ze tenminste nog ergens voor."
Ze keek
me triomfantelijk aan.
"Maar", zei ik, "vind jij
dan dat we een leger van 13 miljard nodig hebben om vermiste meisjes
op te sporen en mensen te behoeden voor een watersnood? Dat zijn toch
gewoon taken van politie en waterschappen?"
Als ik minister
van Binnenlandse Zaken of van Verkeer en Waterstaat was dan wist ik
het wel bij de volgende begrotingsbesprekingen. Als hij niet oppaste
was minister de Grave zo een paar F-16's kwijt aan de politie en
sleepte Verkeer en Waterstaat zo een peleton zandzakkenvullers in de
wacht. En laat de Grave dan maar duidelijk proberen te maken wat zijn
taakgebied is en wat dat moet kosten.
(Béha 1 in Nieuwskrant 11 – februari 1999)
HOME
- Béha
Béha1
- Béha2
- Béha3
- Béha4
- Béha5
- Béha6
- Béha7
- Béha8
- Béha9
- Béha10
- Béha11
- Béha12
- Béha13