“U wilde vroeger toch niet meebetalen aan die
kernbommen?”
“Tja, maar uiteindelijk trok de
belastingdienst toch aan het kortste eind”, zei ik tegen de
zuster.
“Goh, dus u heeft er toch aan meebetaald?”,
riep ze terwijl ze de kamer uitliep.
Ik gromde wat terug.
Het
was niet goed voor mijn hart, om me erover op te winden, maar
uitgerekend zo’n verpleegster was het gelukt me op deze zere
plek te raken.
Toen ze een uurtje later weer binnenkwam, zette ze het gesprek
voort alsof ze nooit weggeweest was.
“Weet u wat ik nou zo
erg vind? Die clusterbommen. Nederland heeft ze ook en in Afghanistan
zijn ze echt gebruikt. Die kernbommen, tsja, die zijn gelukkig nooit
gebruikt en die hebben toch mooi voor de val van het communisme
gezorgd. Ik snap wel dat u daar niet aan wilde meebetalen, maar
zolang die bommen niet gebruikt werden, was er toch niets mis
mee?”
Denk aan je hart, dacht ik.
Eigenlijk had ze wel een punt, moest ik bekennen.
Tijdens de
Koude Oorlog liepen we weliswaar te hoop tegen die kernwapens, maar
uiteindelijk zat het Nederlandse leger alleen in de kazernes of op de
oefenterreinen. En er ging wel eens een soldaat dood bij een
“ongelukje”.
Sinds de afloop van de Koude Oorlog is
het leger vrijwel constant daadwerkelijk ingezet. Meestal als
vredesmissie, maar zeker in Kosovo en Afghanistan ook om oorlog te
voeren. Wie was ook al weer die Amerikaanse bevelhebber die zo vol
lof was over het handjevol Nederlandse F-16 piloten dat met grote
broer Amerika mee hadden mogen bombarderen?
Als er een reden was
om te weigeren mee te betalen aan Defensie-uitgaven, dan was het
juist nu, omdat Nederland de afgelopen jaren daadwerkelijk aan
oorlogshandelingen heeft meegedaan en onze bommen ongetwijfeld
slachtoffers hebben gemaakt.
Maar al mijn energie om te
protesteren was opgebrand.
“Heeft u ook gelezen dat minister de Hoop Scheffer wil dat
de clusterbommen beter worden? Dat ze meteen helemaal ontploffen,
zodat er geen onschuldige kinderen slachtoffer worden omdat ze delen
oprapen die in hun hand ontploffen? Ik vind het vreselijk, alsof die
betere bommen dan wel gegooid mogen worden? Het is gewoon een smerige
verkoop-truc om die clusterbommen bij het grote publiek geaccepteerd
te krijgen!”
De zuster was echt boos.
“Kunt u me
niet wat meer vertellen over hoe ik dat belastingweigeren moet
aanpakken?”, vroeg ze.
Diepe zucht.
Ik zei haar: “Als
je niet zo beroerd wil eindigen als ik, raad ik je een gevecht met de
Belastingdienst ten sterkste af. Dat win je nooit. Alsjeblief,
gebruik je creativiteit om andere manieren te vinden om te
protesteren tegen de aanschaf en het gebruik van die clusterbommen!”
(Béha 13 in Nieuwskrant 24 – december 2003)
HOME
- Béha
Béha1
- Béha2
- Béha3
- Béha4
- Béha5
- Béha6
- Béha7
- Béha8
- Béha9
- Béha10
- Béha11
- Béha12
- Béha13