"Hoe krijgen we jongeren erbij?", hoor je de ouderen in
de vredesbeweging roepen.
Dat de vredesbeweging sterk vergrijst,
kun je moeilijk ontkennen. Iedereen heeft daar wel een verklaring
voor. Jongeren willen geen vrijwilligerswerk meer doen. Jongeren
denken alleen maar aan carrière maken. Jongeren willen zich
niet meer aan een organisatie binden. Maar er zijn wel jongeren
actief in de acties tegen kernwapens. En demonstraties tegen het
zogenoemde "zinloos geweld" brengen massa's jongeren op de
been.
Ik moet je eerlijk zeggen dat ik het niet weet. Is het
binnenhalen van jongeren wel zo belangrijk? Sommige mensen zien mij
als jongere, omdat ik dertig jaar jonger ben. Ikzelf denk bij
jongeren aan mensen die weer twintig jaar jonger zijn dan ik. Welke
jongeren zoeken we dan eigenlijk in de vredesbeweging?
Als ik aan idealistische jongere vredesbewegers denk, dan zie ik onbesuisde types voor me, met vonken in de ogen en het hart op de goede plaats. Jongeren die ergens tegen zijn, omdat dat indruist tegen alles wat zij aan normen en waarden bijgebracht hebben gekregen. Jongeren die vinden dat het anders moet, maar nog een lange weg te gaan hebben. Maar ook jongeren die een sterke behoefte hebben aan ouderen die die lange weg al gegaan zijn, maar hun vredesideaal nog scherp voor zich zien.
Dat vredesideaal is precies datgene wat ouderen in de
vredesbeweging drijft. Zij hebben inderdaad het vredesideaal nog niet
verloren, maar voelen zich vaak voor veel activiteiten te oud worden.
Daarom zijn die jongeren nodig, die moeten het doen. Ja, en wat
moeten die dan doen? Nou, uitgezonden worden als burgervredeswerker,
als verzoener, als conflictbemiddelaar, als hulpverlener ....
Is
dat nou niet een rare gedachtenkronkel? Die onbesuisde jongere, moet
die als vredeswerker eventjes de partijen in een al jaren slepend
conflict bijeen brengen? Nee, die moet wel eerst voldoende opgeleid
worden. Ja, dat ben ik roerend met je eens, alleen vraag ik me wel af
hoe lang je opgeleid moet worden voordat je zoiets ingewikkelds kunt.
Tien, twintig, dertig jaar? En hoe oud zijn die jongeren dan
ondertussen?
Precies. Dat was mijn conclusie. Hoe krijgen we meer ouderen in de
vredesbeweging?! Ouderen met jarenlange ervaring, met al een heel
leven achter zich, door de wol geverfd. Ouderen die geleerd hebben
zich te beheersen, die hun eigen agressie kunnen beteugelen, die hun
eigen prestige niet meer zo belangrijk vinden, kortom mensen die zich
verzoend hebben met de harde wispelturigheid van het leven. Ouderen
die weinig meer te verliezen hebben, behalve dan hun
vredesideaal.
Niet één tachtigjarige Max van der
Stoel hebben we nodig, maar duizend of liefst honderdduizend Max'en,
bij voorkeur overwegend van het vrouwelijk geslacht. Ouderen die
uitgezonden kunnen worden naar conflictgebieden, waar alleen hun
aanwezigheid al respect zal afdwingen. Zie je het al voor je: twintig
bussen bejaarde vredesactivisten uit Europa, die allemaal een
spoedcursus Albanees hebben gevolgd, arriveren in Tetovo. Eén
vraag brandt op hun lippen, en ze verspreiden zich over de stad en
stellen hem aan elke inwoner: wat denken jullie nu met geweld te
bereiken?
Laten we een radicale breuk met het verleden maken. Niet langer staan we toe dat de oudere heersende generatie voor hun eigen belangen de jongeren de oorlog indrijft, maar we gaan over tot de situatie dat de ouderen voor het algemeen belang door de vredesidealen van de jongeren het vredeswerk wordt ingedreven.
(Béha 7 in Nieuwskrant 18 – april 2001)
HOME
- Béha
Béha1
- Béha2
- Béha3
- Béha4
- Béha5
- Béha6
- Béha7
- Béha8
- Béha9
- Béha10
- Béha11
- Béha12
- Béha13